De Schatkamer

12e zondag door het jaar

20 juni 2021


Job 38, 8-11

Psalm 107, 23-24, 25-26, 28-29, 30-31

2 Korintiërs 5, 14-17

Lucas 7, 16b

Marcus 4, 35-41



Water is in de Bijbel een meerduidig beeld. In de woestijncontext is bronwater het beeld van leven. Het is een geschenk uit de hemel. Vaker echter is water het tegengestelde. Het vertegenwoordigt de machten van de chaos en de krachten van de dood.

Dat lees je al op de eerste bladzijde van de Bijbel. De aarde is nog onleefbaar als de geest van God over de wateren zweeft. Leven kan maar gedijen als dat water plaats maakt voor lucht en land. De hemelse wateren worden bedwongen door het firmament, de zee moet wijken voor bewerkbare grond. Dat is een scheppingsact die alleen van God kan komen. Alleen Hij is in staat het water naar zijn hand te zetten. 

Met een scherpe ondertoon maakt God dat nog eens duidelijk aan Job in de eerste lezing. Vanuit zijn lijden heeft Job het aangedurfd God tot verantwoording te roepen. De repliek van God is magistraal. De hoofdstukken 38 en 39 van het boek Job behoren tot de mooiste staaltjes van literaire kunst in onze Bijbel. Zijn boodschap is evenwel ietwat choquerend: ‘Wie ben jij om Mij ter verantwoording te roepen? Waar haal jij het in je hoofd om de Schepper te beschuldigen over de manier waarop de schepping werkt?’ Hoe God het dodende water bedwongen heeft - ‘haar paal en perk stelde’ - is een van de krachtigste beelden in dat betoog. 

Op deze zondag staat niet het mysterie van het menselijke lijden centraal. Veeleer leren we onze God beter kennen: Hij is sterker dan de wateren die ons leven dreigen te overstromen. De Schepper van hemel en aarde is als  enige sterker dan chaos en dood. 

In dat perspectief is het gebeuren op het meer van Galilea meer dan een wonderlijk moment. ‘Zwijgt stil!’, zegt Jezus tot water en wind en ze gehoorzamen. Dit is een Goddelijke daad. Alleen de Schepper zelf is hiertoe in staat. Vandaar het ontzag in de ogen van de leerlingen als ze zich afvragen: ‘Wie is Hij toch?’ Ze durven de enig mogelijk conclusie niet trekken: Wij zijn in het gezelschap van God! Het evangelievers heeft dan al aangegeven dat inderdaad de indentiteit van Christus aan de orde is: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan en God heeft genadig neergezien op zijn volk.’ 

Sterker dan op andere zondagen anticipeert de antwoordpsalm op dit evangelische inzicht. Het is de moeite waard om de verzen uit psalm 107 te leggen op het verhaal van de storm op het meer. Merkwaardig hoezeer het relaas van de evangelist parallel loopt met het veel oudere gezang. De laatste strofe doet ons de vraag stellen: zou Jezus dat ook met ons kunnen? ‘Hij gaf hun kalmte en nieuwe moed en bracht hen in veilige haven.’ 

Op het eerste gezicht spreekt Paulus dit tegen. ‘De liefde van Christus laat ons geen rust’, schrijft hij aan de Korintiërs. Geen sprake van een haven waar je kalmte en veiligheid vindt, denk je dan. Toch is deze Paulustekst opnieuw een vertaling van de beeldspraak in de andere lezingen. 

Voor Paulus is het duidelijk dat leerlingen van Jezus zich op een woelige zee moeten begeven. Om het met de taal van de antwoordpsalm te zeggen: de macht en de grootheid van de Heer kan je alleen ondervinden boven de kolkende afgrond. De liefde van Christus drijft ons naar de gevaarlijke omgeving van het leven zoals het is. Dat weten we omdat Hij zelf die weg voorgegaan is. Naar menselijke maatstaven is Hij er aan ten onder gegaan. Hij is gestorven. Verdronken! Maar precies omdat Hij dit absolute dieptepunt niet ontweken heeft en er uit opgestaan is, geeft Hij een nieuw en ongekend perspectief aan allen die met Hem meegaan. Zij die niet meer leven voor zichzelf zullen het ware leven vinden. ‘Een nieuwe schepping’, noemt Paulus dit. Hoewel die nieuwe schepping zich op dit moment nog in ruw water kan bevinden, leeft Paulus vanuit het vertrouwen dat de Heer zelf het bootje uiteindelijk naar een veilige haven zal leiden. 

Dat vertrouwen wil ook voor ons een bron van vreugde zijn. ‘Brengt dank aan de Heer, barmhartig is Hij altijd’, zingen we als keervers van de antwoordpsalm. Wij mogen ons herkennen in de zeelieden van psalm 107. Over ons zegt die psalm: ‘Zij moeten de Heer voor zijn goedheid danken, voor al zijn weldaden jegens de mensen.’ 

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be