De Schatkamer

15e zondag door het jaar

11 juli 2021


Amos 7, 12-15

Psalm 85, 9ab-10, 11-12, 13-14

Efeziërs 1, 3-14

Vgl. Efeziërs 1, 17-18

Marcus 6, 7-13





Traditioneel is de vierde zondag van Pasen roepingenzondag omdat we dan het evangelie van de Goede Herder horen. Afgaande op de lezingen zou je echter ook de vijftiende zondag van het B-jaar een roepingenzondag kunnen noemen. Marcus vertelt dat Jezus de twaalf uitzendt. Merkwaardig eigenlijk hoe snel Jezus deze stap zet. In hoofdstuk drie al kan je lezen dat Jezus de twaalf aanstelt. Hij noemt hen apostelen, staat er, ‘met de bedoeling dat ze Hem zouden vergezellen, en uitgezonden zouden worden om te verkondigen met de macht om demonen uit te drijven’. Amper drie hoofdstukken later zijn we zover: de twaalf worden in het bad gegooid. Wat hebben ze ondertussen meegekregen aan vorming en opleiding? Geen Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen, geen theologische faculteit. Wel heeft Jezus hen onderricht over het zaaien van het woord. Aan de twaalf heeft Hij toen het volgende gezegd: ‘Jullie is het geheim van het koninkrijk van God toevertrouwd.’ Uit de voorafgaande tekst kan je niet afleiden wat de inhoud is van dat geheim. 

Hiervoor gaan we te rade bij Paulus in de tweede lezing. In de brief aan de Efeziërs begint hij met een zegengebed waarin hij over God het volgende zegt: ‘Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen, de beslissing die Hij in Christus had genomen ter verwezenlijking van de volheid der tijden: het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde, in Hem.’ Hieruit mogen we afleiden dat Jezus geen geheim heeft maar dat Hij het geheim is. Als de apostelen erop uit gezonden worden dan is het om Christus bij de mensen te brengen. In woord en daad doen ze dat, horen we. Ze roepen op tot bekering zoals Jezus dat deed. Ze drijven duivels uit en genezen zieken zoals ze Jezus hebben zien doen. In die zin is is het begin van de evangelietekst een mooie literaire en theologische constructie: ‘In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich en begon hun twee aan twee uit te zenden.’ Je kan slechts een zendeling van Jezus zijn als je heel dicht bij Hem genaderd bent. Vanaf dat moment kan niets je tegenhouden. Zelfs niet de mensen die je niet willen ontvangen. 

Amos kent daar alles van. Hij wordt geweerd uit het heiligdom in Betel, een van de twee plaatsen die koning Jerobeam had uitgeroepen tot bedevaartplaatsen in concurrentie met Jeruzalem. Amos moet aan Jerobeam en zijn onderdanen gaan melden dat dit een doodlopende weg is. Amasja, de door Jerobeam aangestelde priester in het valse heiligdom voelt zich uiteraard bedreigd en probeert de profeet de mond te snoeren. Een veelzeggende uitspraak is: ‘Dit heiligdom is van de koning’. Het heiligdom is er tot meerdere eer en glorie van de koning in plaats van ad maiorem Dei gloriam. Dat is de kern van het probleem dat Amos moet aanhalen. De situatie van profeet is precies omgekeerd. Hij heeft er niets bij te winnen, integendeel. Maar hij moet omdat God het van hem vraagt: ‘Trek als profeet naar mijn volk Israël.’ 

Met een gelijkaardige zelfverachting gaan de apostelen erop uit om mensen tot bekering te brengen. Zoals zo vaak plaatst de antwoordpsalm ons in de positie van het Godsvolk dat deze verkondiging ontvangt. ‘Toon ons, Heer, uw barmhartigheid’, zingen we. Zo verwoorden we de fundamentele houding van de gelovige. Wie openstaat voor de boodschap van de profeet en de apostel mag immers rekenen op de barmhartigheid van God. Het perspectief is grandioos: verzoening, heil, glorie, genade, waarheid, vrede, gerechtigheid, zegen, vrucht en voorspoed. 

Paulus maakt ons duidelijk dat hierin onze diepste bestemming schuilt. ‘Voor de grondlegging van de wereld’ zijn wij ‘voorbestemd’. Deze uitspraak en gelijkaardige passages hebben ooit aanleiding gegeven tot de idee dat onze geschiedenis al vastligt en er dus geen echte vrijheid bestaat. Dat is echter naast de kwestie. Paulus zegt niets over een volgorde van gebeurtenissen, hij drukt uit hoe fundamenteel het tot de menselijke identiteit hoort uit te groeien tot kinderen van God. Daar bevindt zich de essentie van ons bestaan. Op deze ‘roepingenzondag’ bidden wij om mensen die dat geheim kenbaar maken voor ons. Om mensen die zo dicht bij Christus staan dat ze Hem tot bij ons kunnen brengen. Om mensen die namens God zelf ‘ons innerlijk oog verlichten om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.’ 


kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be