De Schatkamer

16e zondag door het jaar

18 juli 2021


Jeremia 23, 1-6

Psalm 23, 1-3a, 3b-4b, 5, 6

Efeziërs 2, 13-18

Johannes 10, 27

Marcus 6, 30-34





Meer nog dan andere zondagen nodigt de samenstelling van de lezingen ons uit toe te spitsen op één regel van de evangelieperikoop. Natuurlijk is het ook interessant om deze passage van Marcus te verbinden met de evangelietekst van de week tevoren. Toen zond Jezus de apostelen uit, nu komen ze terug en brengen verslag uit. Je kan ook al vooruit kijken en vaststellen dat de apostelen geen tijd hebben om te eten. Dat zal de volgende zondagen een belangrijk thema worden. Maar als je de vijf Bijbelteksten van de zestiende zondag in ogenschouw neemt, weegt alleen de volgende zin door: ‘Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder.’ 

Het beeld van de herder is dominant aanwezig. Jeremia vertrekt van de onbekwame herders. Hun schapen lopen verloren en komen om. De profeet specificeert niet wie hij met de herders bedoelt. Dat doet hij wel voor de schapen. ‘Daarom zegt de Heer, Israëls God, tot de herders die mijn volk weiden’, staat er. Op het spel staat het heil van het Godsvolk. Waar moeten ze heen? Waar vinden ze de weiden die hen vruchtbaar en talrijk maken? Wie leidt hen daarheen? In Jeremia’s tijd komen de leiders van het volk daarin blijkbaar zwaar te kort. Het volk is verloren gelopen en uiteengedreven omdat de leiders niet op hen hebben gelet. Gods antwoord is drieledig. Ten eerste neemt Hij zelf het heft in handen: ‘Ik breng ze terug naar hun weiden’. Ten tweede zorgt Hij voor nieuwe herders: ‘Dan stel Ik herders over hen aan, die hen werkelijk weiden.’ Ten slotte kondigt Hij de komst van een verlosser aan uit de stam van David. ‘De tijd komt dat Ik een wettig afstammeling van David doe opstaan.’ 

Als we psalm 23 in de mond nemen als antwoord op deze profetie erkennen we het herderschap van God: ‘De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort’. Deze pastorale psalm is geliefd omdat hij zo sterk de persoonlijke vertrouwensband uitdrukt tussen de gelovige en God. Toch staat deze individuele relatie hier niet centraal. De ‘ik’ die aan het woord komt, is niet een individu maar het volk. Niet een schaap maar een kudde. De eerste persoon enkelvoud benadrukt hoezeer die kudde een eenheid is in de ogen van God. Een procédé overigens dat in de Bijbel vaker voorkomt. Voor ons betekent dit een uitdaging. In tijden van individualisering op alle vlakken en in tijden van privatisering van religieuze overtuigingen vraagt het een bewuste inspanning om deze psalm te beleven als een collectieve geloofsbelijdenis. Te beseffen dat het niet over mij maar over ons gaat als we zeggen: ‘Hij laat mij weiden op groene velden.’ ‘Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.’ ‘Gij nodigt mij aan uw tafel.’ ‘Voorspoed en zegen verlaten mij nooit’. De Heer is onze herder!

Het vers voor het evangelie herinnert er ons aan dat Jezus zichzelf presenteert als deze herder. Hij is de nakomeling van David in wie de profetie van Jeremia werkelijkheid wordt. ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij.’ Zou Marcus in het evangelie van deze zondag het moment beschrijven waarop Jezus zich hiervan bewust wordt? Hij ziet een menigte die Hem volgt terwijl Hij eigenlijk alleen wil zijn om zijn apostelen rust te gunnen. Medelijden overvalt Hem als hij in deze mensen het volk herkent zoals Jeremia het in zijn tijd zag: verloren gelopen. Mensen zonder richting, zonder doel, zonder hoop en zonder toekomst. Mogelijk beseft Hij hier voor het eerst: Ik moet deze mensen herderen. 

Vraag blijft dan wel: hoe doe je dat? Welke concrete handelingen stel je als herder van het Godsvolk? Jezus ‘begon hen uitvoerig te onderrichten’, lezen wij bij Marcus. Richting, hoop en toekomst dienen zich aan in de vorm van woorden, beelden en ideeën. Paulus voegt hier vervolgens een herderlijke handeling aan toe in zijn brief aan de Efeziërs: de kruisdood. Door zijn leven te schenken brengt Jezus de mensheid samen als een kudde. Ook de mensen die verdwaald zijn of degenen die er tot dan toe niet bij mochten. ‘Door het bloed van Christus zijt gij die eertijds veraf waart, thans in Christus Jezus dichtbij gekomen.’ 

Als wij op zondag Eucharistie vieren, zijn wij het levende beeld van de kudde die Jezus als herder heeft. Hij spreekt ons toe in de woorddienst. Wij mogen het geschenk van zijn leven ontvangen in de tafeldienst. Aan hen die veraf waren en aan hen die dichtbij zijn, wordt de vrede verkondigd. Hij is de verlosser die ons brengt naar onze uiteindelijke bestemming: thuis te komen bij de Vader. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be