De Schatkamer

17e zondag door het jaar

25 juli 2021


2 Koningen 4, 42-44

Psalm 145, 10-11, 15-16, 17-18

Efeziërs 4, 1-6

Lucas 7, 16

Johannes 6, 1-15





Gedurende vijf zondagen heeft het liturgische B-jaar een uniek karakter. We verlaten het Marcusevangelie en krijgen het zesde hoofdstuk van het Johannesevangelie voorgeschoteld. Dit evangelie is normaal voorbehouden voor de grote feestvieringen maar komt nu het compacte Marcusverhaal verrijken. We stappen binnen in het vierde evangelie op het moment dat Marcus net ging vertellen dat Jezus de massa voedt: de zogenaamde broodvermenigvuldiging. Op deze zestiende zondag horen we hetzelfde verhaal in de versie van Johannes. De volgende vier zondagen verdiept Jezus zelf het beeld door een relatief lange redevoering over het ‘Brood uit de hemel’. Op de tweeëntwintigste zondag zet Marcus zijn verhaal verder, min of meer op het punt waar we geraakt waren. Het effect van deze ingreep is dat we in de vakantieperiode een soort van retraite aangereikt krijgen, een bezinning over de voedende aanwezigheid van Christus. Overigens is deze reeks van vijf zondagen een uitdaging voor de predikant. Meer dan ooit is het belangrijk om in de opeenvolging van de zondagen een ontwikkeling te ontdekken en mensen mee te nemen in de spirituele beweging die de liturgie wil aanreiken. 

Het verhaal is genoegzaam bekend. Op de achttiende zondag van het A-jaar heeft het ook al geklonken in de versie van Matteüs. In vergelijking daarmee valt een aantal elementen op in de tekst van Johannes. Filippus en Andreas komen ten eerste expliciet aan het woord. Beiden zien niet hoe de massa gevoed kan worden. ‘Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen, dan is voor tweehonderd tienlingen brood nog te weinig,’ stelt Filippus vast. Andreas ziet een jongen met vijf broden en twee vissen maar voegt eraan toe: ‘Wat betekent dat voor zo’n aantal?’ Zij staan in contrast met Jezus die - typisch voor het Johannesevangelie - soeverein handelt. ‘Hij wist wel wat Hij ging doen’, merkt Johannes fijntjes op. Ten tweede geeft Johannes aandacht aan de reactie van de mensen. Hun ogen zijn niet gericht op het brood en de vis maar op degene die voor dit voedsel gezorgd heeft. De identiteit van Jezus is aan de orde: ‘Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.’ 

Het vers voor het evangelie maakt duidelijk dat dit ook de focus is van deze zondag: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan en God heeft genadig neergezien op het zijn volk.’ Dat er een verband is tussen God en het voeden van het volk staat centraal in de eerste lezing en in de antwoordpsalm. Het tweede boek Koningen vertelt dat ook de grote profeet Elisa een “broodvermenigvuldiging” op zijn conto heeft. Je hebt iemand die, zoals de jongen bij Johannes, broden ter beschikking stelt. Je hebt een dienaar die niet begrijpt hoe dit ooit voldoende kan zijn. En je hebt de profeet die aanwijzingen geeft. Merk op hoe laconiek de woorden van Elisa zijn. Tot twee keer toe een kort bevel om het volk te voeden, gevolgd door een Godsspraak die overvloeit van zekerheid: ‘Zij zullen eten en overhouden’. Psalm 145 bevestigt het beeld van een God die zorgt dat zijn mensen te eten hebben. ‘De ogen van allen zien hoopvol naar U, Gij geeft hun te rechter tijd spijs.’ 

De boodschap is helder. Als je iemand ziet doen wat Jezus realiseert, dan weet je: hier is God aan het werk. In de traditie van het Oude Testament is dat de definitie van een profeet. Hij is een mens die Gods woorden en daden tot bij mensen brengt. Zover zijn de getuigen van Jezus’ wonderlijke handelen mee. Toch blijkt uit de tekst van Johannes dat dit nog niet voldoende is. Jezus heeft door dat ze Hem willen grijpen, meenemen, gebruiken. Ze willen Hem tot koning uitroepen. Dat is niet zijn missie. Er is een verdere verdieping nodig want Jezus is meer dan een profeet, meer dan een koning van Israël.

In zijn brief aan de Efeziërs licht Paulus een tipje van de sluier die nog over het volk Israël hing toen Jezus onder hen toefde. In plechtige bewoordingen maant hij de christenen aan de eenheid van de Geest te behouden. Vervolgens somt hij de verschillende aspecten binnen die eenheid op: één lichaam, één Geest, één hoop, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader. Christus is niet zomaar een profeet. Hij is degene in wie dit grootse visioen van eenheid werkelijkheid wordt. Aan het einde van onze vierweekse retraite zullen we Petrus het volgende horen zeggen: ‘Heer, naar wie zouden we gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Christus zijt, de Zoon van God.’ Laten we samen de weg naar deze geloofsbelijdenis met vreugde afleggen. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be