De Schatkamer

21e zondag door het jaar

22 augustus 2021


Jozua 24, 1-2a, 15-17, 18b

Psalm 34, 2-3, 16-17, 18-19, 20-21, 22-23

Efeziërs 5, 21-32

Vgl Johannes 6, 63c, 68c

Johannes 6, 60-69




Dit is weer een van die zondagen dat we eerst een serieus obstakel uit de weg moeten ruimen voor we kunnen stilstaan bij de boodschap van de woorddienst. De tweede lezing stoot immers tegen de borst. De onderdanige plaats van de vrouw tegenover haar echtgenoot is niet van deze tijd. Waarom dan nog zo’n tekst lezen? 

Paulus gebruikt in zijn brief een literair genre dat specifiek is voor zijn tijd: de zogenaamde Haustafel. Het gaat over een set regels in verband met de organisatie van een huisgezin. Dit is uiteraard ingebed binnen de context van ruimte en tijd en gekleurd door de concrete cultuur van de samenleving tot wie Paulus zich richt. Wij leven in een ander tijdsgewricht en op een andere plaats. Onze cultuur verschilt op zowat alle vlakken van die van de Efeziërs in de eerste eeuw. Je kan dus de regels niet zomaar overplanten van Efeze naar Antwerpen. 

Neem bijvoorbeeld een andere aansporing uit dezelfde brief: ‘Slaven, wees gehoorzaam aan je aardse heren met eerbied en ontzag.’ Terwijl de Romeinse samenleving zich niet kan voorstellen hoe je functioneert zonder slaven, beschouwen wij slavernij als een misdaad tegen de menselijkheid. Iedereen verstaat dat Paulus ons met deze aansporing niet opdraagt terug te keren naar een slavenmaatschappij. Met zijn brief brengt hij Christus binnen in de wereld zoals hij is. Aan ons om, gebaseerd op Paulus’ aansporingen, een gelijkaardige beweging te maken. Hoe vertaalt de aanwezigheid van Christus zich in de organisatie van onze gezinnen? 

Als je vertrekt van de maatschappelijke gelijkwaardigheid van man en vrouw, kom je in mijn ogen tot een interessante hedendaagse invulling. Vervang in de tweede lezing ‘vrouw’ en ‘man’ door één genderneutrale term: ’huwelijkspartner’. Dan ontdek je dat een gelovige liefdesrelatie zich spiegelt aan de relatie tussen Christus en zijn Kerk: een combinatie van liefde en gehoorzaamheid. 

Die gehoorzame liefde vormt ook de basis van het machtige tafereel uit het boek Jozua. Het volk is het Beloofde Land binnengetrokken en heeft er zich gevestigd. Jozua is ondertussen een hoogbejaarde man die beseft dat zijn missie ten einde loopt. Vlak na de afscheidsrede waarvan onze eerste lezing een deel is, zal hij sterven. In zijn famous last words komt zijn belangrijkste zorg naar boven: zal het volk in de juiste verhouding blijven met God? Daarom roept hij allen bijeen en stelt hen voor de uitdrukkelijke keuze: de goden uit het vroegere bestaan of de Heer? Het valt op dat Jozua geen argumenten voor of tegen formuleert. Het enige dat hij toevoegt aan zijn vraag is zijn persoonlijke belijdenis: ‘Ik en mijn familie, wij dienen de Heer.’ Dit is het startpunt van elke authentieke evangelisatie. Ik presenteer je de levensweg waarvoor ik zelf ten volle kies. Dit lokt een even krachtige belijdenis uit bij het volk Gods: ‘Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God.’ Met de antwoordpsalm voegen wij ons in het geloof van het volk dat de Heer erkent als de bron van bevrijding en bescherming. Psalm 34 is een lofzang op de heilzame impact van God op het leven van de gelovige. Ook hier vinden we een verwijzing naar de dienende gehoorzaamheid: ‘De Heer redt het leven van wie Hem dient.’ 

Via het keervers van de antwoordpsalm komen we terug in de wereld van het zesde hoofdstuk van het Johannesevangelie. ‘Proeft en merkt op hoe mild de Heer is’, verbindt de reddende aanwezigheid van God met het beeld van het voedsel. ‘Ik ben het brood van het leven’, hebben we de voorbije weken talloze malen gehoord uit de mond van Jezus. Deze zondag sluiten we de excursus naar het vierde evangelie af. 

Jezus beseft dat Hij met zijn boodschap mensen voor een ingrijpende keuze plaatst. Zoals Jozua. In tegenstelling tot de eerste lezing is het evangelie geen onverdeeld succes. Het volk Israël is niet eensgezind en valt uiteen in twee groepen. Velen van zijn leerlingen trekken zich terug. Alvast het groepje van de twaalf blijft in zijn nabijheid. Hier ontstaat een nieuw Godsvolk. Niet meer op basis van de afstamming van Abraham maar op basis van het geloof in Jezus dient de redding zich aan. 

Gelijkaardig aan de taal uit het boek Jozua is Petrus’ belijdenis getekend door plechtige grootsheid. Zo komen wij tijdens deze eucharistie in een gelijkaardige positie te staan als het volk in het Beloofde Land. We moeten kiezen: gaan we in zee met Jezus of met de andere goden die zich overal aandienen? Zoals Jozua gaat Petrus ons voor in deze keuze. Hij wil ons evangeliseren. Durven wij de woorden van Israël in de mond te nemen? ‘Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren.’ Spreken wij de belijdenis uit die heeft geklonken als vers voor het evangelie? ‘Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; Gij hebt woorden van eeuwig leven.’

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be