De Schatkamer

Derde zondag door het jaar

23 januari 2022



Nebemia 8, 2-4a, 5-6, 8-10

Psalm 19, 8, 9, 10, 15

1 Korintiërs 12, 12-30

Lucas 4, 18-19

Lucas 1, 1-14, 4, 14-21








Hoewel we op deze eerste Lucaszondag dadelijk de volwassen Jezus leren kennen uit het vierde hoofdstuk van het evangelie, start de evangelielezing met de inleiding uit het eerste hoofdstuk. De evangelist toont zich als een ‘ik’ die zijn geadresseerde bij naam noemt: Teofilus – wat vertaald betekent: geliefde van God. Theofiel, dat zijn jij en ik, als we ons hart willen openen om God opnieuw te leren kennen. Precies dat is de bedoeling van de evangelist: ‘u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt’. Zo starten wij de reeks Lucaslezingen in het C-jaar. Door de stem van de evangelist die zich richt tot alle geliefden van God, ontvangen we zondag na zondag goed nieuws, Blijde Boodschap. Met de bedoeling dat we er de grondvesten van ons bestaan vinden.

Wie goed kijkt, kan er niet om heen: de derde zondag vormt een duo met de vierde. Het komt in dit liturgische jaar slechts twee keer voor dat een evangelievers op achtereenvolgende zondagen klinkt. Later op het jaar is dit het geval op de 25ste en 26ste zondag, niet toevallig de twee zondagen die het evangelie verbinden met de profeet Amos. Op de derde en vierde zondag luidt het evangelievers telkens: ‘De Heer heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen en aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken.’ De band tussen de derde en de vierde zondag blijkt echter niet alleen uit de herneming van het evangelievers. Een volstrekt unieke constructie laat niet de minste twijfel bestaan dat we de twee zondagen als een geheel kunnen beschouwen. Het einde van de evangelielezing op de derde zondag is het begin van het evangelie van de vierde: ‘Toen begon Hij hun toe te spreken/In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.”’ 

Tot tweemaal toe richten de zondagslezingen onze aandacht op de profetie van Jesaja in het evangelievers en op Jezus’ verkondiging in het Lucasevangelie dat deze Blijde Boodschap vandaag zijn vervulling vindt. Dit is de kern van de zaak. Dadelijk blijkt echter dat dit startpunt uiteenlopende reacties teweegbrengt. Zondagen drie en vier zijn dan ook minder een tweeluik dan twee kanten van een medaille.


Plechtig en indrukwekkend wordt het boek van de wet voorgelezen voor het samengekomen Godsvolk. Waarschijnlijk had het volk de verbondsteksten niet altijd met zoveel eerbied behandeld. Maar als de priester Ezra op het spreekgestoelte plaatsneemt, is de ballingschap net voorbij. Gedurende vijftig jaar leek het verbond tussen God en Israël verloren. Nu het volk terug in Jeruzalem staat, is het zich bewuster dan ooit van de gewichtigheid van dit moment. Soms moet je iets tijdelijk verliezen om te beseffen hoe kostbaar het eigenlijk is. 

Vandaar dus de machtige rituele setting. Je ziet het gebeuren. Ezra opent voor de ogen van de massa het boek. Allen staan. De priester zingt een lofzang en allen antwoorden ‘Amen, amen’. Vervolgens heft het volk de handen in de lucht, ze buigen het hoofd en brengen hun gezicht naar de grond. Met hun hele lichaam drukken deze mensen uit hoe ze aanbiddend voor God willen staan. Het lijkt wat op de lichamelijke handelingen van moslims in de moskee en confronteert ons met het feit dat onze Kerkcultuur deze lichamelijkheid grotendeels kwijtgespeeld is. Hoe gaan wij om met de voorlezing van het Woord Gods tijdens onze samenkomsten? Velen voelen een grote afstand tot onze Heilige Schrift. ‘Die teksten zijn passé, niet meer voor ons, te moeilijk’, hoor je mensen soms klagen. 

Blijkbaar waren deze teksten ook moeilijk in Ezra’s tijd. Op de voorlezing uit het boek van de Wet volgt uitleg die de betekenis verklaart. Het is niet vanzelfsprekend dat Gods volk zijn woorden zomaar verstaat. Misschien vroegen ook toen enkele van de gelovigen zich af waarom de oude teksten per se moesten voorgelezen worden. Waarom vertelden Ezra en de levieten niet onmiddellijk wat de boodschap was? Kijk naar de ontvangst van het boek en je begrijpt waarom. Het boek van de wet is meer dan een tekst. Het is een beeld van de band tussen God en zijn volk. Het is een kostbaar symbool van de wederzijdse liefde die hen verbindt. De voorlezing van de wet brengt de gelovigen tot aanbidding van God. Vanuit deze houding hoopt het volk vervolgens de teksten te verstaan.

Dit is niet anders in Jezus’ tijd. In de synagoge luisterde het volk eerst naar de Bijbelse teksten, Wet en Profeten genoemd. Iedere volwassen man mocht uit de boekrol voorlezen om vervolgens een vrome commentaar te formuleren. Lucas vertelt dat ook Jezus deze taak opneemt en de profetie van Jesaja proclameert die de basis vormt van de messiaanse verwachting. Een gezalfde van God zal de Blijde Boodschap van bevrijding brengen. Tot zover niets speciaals. Maar wat vervolgens gebeurt, is ongehoord. In de kortste preek aller tijden verkondigt Jezus de vervulling van deze verwachting. De Blijde Boodschap speelt zich in het heden af. Dit is niet evident voor wie gewoon is de woorden van de heilige Schrift uitsluitend te beschouwen als een poort naar Gods handelen in het verleden of als een aanzegging van een Goddelijke toekomst. De relatie tussen God en zijn volk situeert zich niet in het verleden, noch in de toekomst. Deze relatie kent haar volheid in het nu. En Jezus speelt hierin een sleutelrol. 

Betekent dit het einde van de relevantie van het Oude Testament? Integendeel, Jezus maakt duidelijk dat je zijn zending enkel kan verstaan tegen de achtergrond van het eerste verbond. Als wij willen groeien in ons geloof, als we – om het met de woorden van de evangelist te zeggen – ‘willen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin we onderwezen zijn’, dan moeten we ons de houding eigen maken van het verzamelde volk rond Ezra en van de synagogegemeenschap waar alle ogen gespannen op Jezus zijn gevestigd. Daarom nemen we de woorden van psalm 19 in de mond: ‘Uw woorden, Heer, zijn geest en leven’. De psalm drukt de gelovige eerbied uit van de mens die van Gods woord wil leven. Tegelijk zit het keervers vol verwachting, uitkijkend naar het ware leven, vervuld van Gods geest. Een leven waarin al mijn spreken en denken steunt op God, die rots is en verlosser. 

Zijn we dan toch niet opnieuw aanbeland in een nog niet vervuld visioen dat Jezus in het verleden heeft aangereikt? Hoe zit het vandaag met de vervulling? Aan de christenen van Korinte maakt Paulus duidelijk hoezeer de Blijde Boodschap ook thans aan het werk is in Jezus. Ook na zijn lijden, verrijzenis en hemelvaart zegt Jezus vandaag in ons midden: ‘Thans is het woord dat gij zojuist hebt gehoord in vervulling gegaan.’ Hij zegt het ons in en door de Kerkgemeenschap. Zij is immers het lichaam van Christus, zegt Paulus. Samen geven wij vandaag gestalte aan Christus’ aanwezigheid in deze wereld. Het is een onvoorstelbare gedachte en een grootse roeping: we worden wat we ontvangen. Maar er is een keerzijde aan deze medaille. Op naar de volgende zondag. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be