De Schatkamer

Vierde zondag door het jaar

30 januari 2022



Jeremia 1, 4-5, 17-19

Psalm 71, 1-2, 3-4a, 5-6ab, 15ab en 17

1 Korintiërs 12,31-13,13

Johannes 1, 14 en 12b

Lucas 4, 21-30









Al in de profetie van Jesaja, die we ook deze zondag horen in het evangelievers, is duidelijk dat het brengen van de Blijde Boodschap een zending is. Jezus ziet het als zijn Goddelijke opdracht om de vervulling ervan te openbaren. Daarmee treedt Hij dus in de voetsporen van de profeten van Israël. Onmiddellijk blijkt in de synagoge van Nazareth dat Jezus ook het trieste lot van de grote profeten zal delen. Omdat ze hun toehoorders niet naar de mond praatten, omdat ze Gods boodschap ongezouten brachten en dus soms tegen zere schenen schopten, waren de profeten niet geliefd en werden ze zelfs vervolgd. Schoolvoorbeeld is Jeremia. Hij had de ondankbare taak om namens God de Israëlieten aan te spreken op hun goddeloze gedrag. Dit resulteerde in een persoonlijke lijdensweg voor de profeet. Uitgelachen en uitgescholden werd hij. Uitgespuwd door zijn eigen volk. Jezus heeft snel door dat Hem een gelijkaardig lot te wachten staat. Hij voorvoelt dat zijn eigen mensen zijn boodschap niet zullen aanvaarden en dat zijn zending Hem uiteindelijk zal voeren buiten de gekende kaders. De reactie is woedend en gewelddadig.

Hoeveel mensen hebben zoiets niet aan den lijve ondervonden? Je zou denken dat boodschappers van God met open armen ontvangen worden. Je zou hopen dat iedereen vreugdevol ‘Amen’ roept als hun de Blijde Boodschap verkondigd wordt. De hele mensengeschiedenis lang toont echter hoe vredebrengers en advocaten van gerechtigheid de mond worden gesnoerd. Denk aan de zalige Charles Deckers, de Antwerpse witte pater die in 1994 vermoord is in Algerije vanwege zijn inzet voor de vredevolle dialoog tussen moslims en christenen. Zijn zaligverklaring in 2018 plaatst hem terecht in de lange rij van profeten die met hun goedheid op woede en geweld zijn gebotst. 

Waarom begint iemand dan aan deze lijdensweg? Het roepingsverhaal van Jeremia noemt twee drijfveren. God maakt de jonge profeet duidelijk dat het om zijn bestemming gaat. Dat Jeremia profeet wordt, is in eerste instantie geen persoonlijke keuze maar een Goddelijke daad. In het Hebreeuws zegt God letterlijk: ‘Ik schenk u als profeet aan de volkeren.’ Het ontgaat God vervolgens niet dat deze zending schrikwekkend is. Daarom engageert Hij zich om de profeet niet los te laten: ‘Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Want Ik ben bij u om u te redden’. Moet je dit verstaan als een geheim wapen dat de profeet meekrijgt? Zoiets als de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter of weer een nieuw technisch hoogstandje voor James Bond? Absoluut niet. Lees de geschiedenis van Jeremia, van Jezus en van Charles Deckers. Gods bevrijdende nabijheid moet zich op een ander niveau situeren, een dimensie die dieper gaat dan het zichtbare bestaan. ‘Ik ken je al van voor Ik je in de moederschoot vormde’, zegt God aan Jeremia, ‘Ik heb je voor Mij voorbehouden nog voor je geboren werd.’ Gods bevrijdende handelen raakt de diepste lagen van menselijk bestaan. Zijn rechtvaardigheid valt niet zomaar vast te stellen in de realiteit van het leven. Ze vormt het voorwerp van verwachting en van hoop. Psalm 71 drukt deze geloofshouding uit. Je hoort de miskende profeten en de vervolgde vredebrengers die misschien tegen beter weten in blijven vertrouwen op de bevrijdende kracht van God. In de antwoordpsalm voegen we ons in het koor van de heilige mannen en vrouwen die met hun leven getuigenis hebben afgelegd van deze diepe band met God. Misschien behoedt deze vorm van solidarisering ons ervan zelf vervolgers te worden van de profeten die ons leven in vraag stellen. In ieder geval is het enkel door deze geloofshouding dat we in staat zullen zijn onze eigen bestemming te leren kennen. 

Willen we profeten als Jeremia, Jezus en Charles Deckers verstaan dan moeten we ons bewust zijn van het geloof en de hoop die hen drijft om hun zending waar te maken. Maar het plaatje is pas volledig, zegt Paulus, als je de liefde ziet die hen drijft. De liefde die niet zichzelf zoekt en die het kwade niet aanrekent. De liefde die haar vreugde vindt in de waarheid. De liefde die alles verdraagt, alles gelooft, alles hoopt en alles duldt. Op de Algerijnse grafsteen van de zalige Charles Deckers staat geschreven: ‘Geen groter liefde kan iemand hebben, dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden.’ Het woord dat gij zojuist gehoord hebt, is in hem in vervulling gegaan.


Zo is de tijd door het jaar van de C-cyclus ingezet. We zijn uitgenodigd om het woord Gods centraal te stellen. Door de lezingen van de derde zondag weten we ons in de juiste houding geplaatst om de Blijde Boodschap te beluisteren als bron van vreugde. Door de vierde zondag voelen we ons gesterkt om Gods verregaande roeping te ontvangen met vertrouwen, hoop en liefde. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be