De Schatkamer

Zevende zondag door het jaar

20 februari 2022



1 Samuël 26, 2.7-9, 12-13, 22-23

Psalm 103, 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13

1 Korintiërs 15, 45-49

Johannes 15, 15b

Lucas 6, 27-38









De mens is een diersoort, hoor je wel eens zeggen. Zoals de giraf en de chimpansee is hij de speelbal van zijn driften en instinctieve behoeftes. Ten diepste zijn al zijn strevingen en handelingen genetisch bepaald. Vandaag blijkt dat de Bijbelse antropologie iets ambitieuzer is. De mens is geroepen om een ontwikkeling door te maken. Het Bijbelse mensbeeld is niet gebaseerd op onze oorsprong maar op onze bestemming. Er is een eerste mens, zegt Paulus in zijn brief aan de Korintiërs, en er is een laatste mens. De menselijke geschiedenis is een evolutie van levend wezen naar levendmakende Geest. Van het natuurlijke naar het geestelijke. Van de aarde naar de hemel. 

De finale bestemming van het mens-zijn openbaart zich in Jezus. Hij is het beeld van de mens zoals hij bedoeld is. Wie met Hem op weg gaat, laat onderweg het oude mensbeeld achter zich om drager te worden van het beeld van de ultieme Mens. 

Jezus maakt zelf duidelijk hoe deze mens eruit ziet. Dadelijk merk je dan welke lange weg er nog te gaan is. Het klinkt namelijk ook vandaag absoluut onhaalbaar: ‘Bemint uw vijanden.’ Hoe kan ik liefhebben wie mij wil kwetsen? Hoe kan ik belonen wie mij wil bestelen? Hoe kan ik zegenen wie mij vervloeken? Jezus is heel duidelijk: Dat kan alleen als je elkaar liefhebt zoals ik jullie heb liefgehad. Weet je nog: de liefde die alles duldt, alles verdraagt en alles gelooft. Dat is de motor die de mens naar een hoger niveau zal tillen. 

Hier en daar zie je al tekenen van deze bovenmenselijke houding. David spaart zijn rivaal en vijand Saul op een moment dat elk ander genadeloos zou toeslaan. Hij doet dit omdat hij de hand niet wil slaan aan Gods gezalfde. Hij beseft dat Saul aan God toebehoort en dat het hem dus niet toekomt het leven van Saul te nemen. In deze barmhartigheid herkennen we niet een lovenswaardige mens maar de kern van onze God. ‘De Heer is barmhartig en welgezind’, antwoorden we met Psalm 103. Voor we de opdracht krijgen te handelen zoals David mogen we er bij stilstaan dat God voortdurend handelt zoals David tegenover de Saul die wij zelf zijn. ‘Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.’ De onvoorwaardelijke liefde die Jezus van ons vraagt, mag geen menselijke prestatie worden. We moeten niet in onszelf op zoek gaan naar onvermoede bronnen van onzelfzuchtigheid. De liefde waarover sprake is Goddelijk. Die kunnen we alleen ontvangen. Enkel wie zich bewust is van de liefde die God in Christus voor ons heeft, kan op zijn beurt die liefde doorgeven. 

Deze genereuze, bevrijdende en vergevende liefde heeft een naam: Barmhartigheid. Niet voor niets vond Paus Franciscus in deze evangelieperikoop het motto voor het heilig jaar van de barmhartigheid dat hij in 2016 afkondigde: ‘Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is’. Niets minder dan de uiteindelijke bestemming van de mensheid staat hiermee op het spel. De mens zonder barmhartigheid stijgt niet boven het dierlijke uit. De mens die barmhartigheid toont, wordt beeld van de hemelse Mens. 

Deze verregaande boodschap richt Jezus tot een bepaalde groep: ‘Tot u die naar Mij luistert, zeg ik…’. Zo zijn we enkele weken geleden gestart: luisterend naar het woord van God zoals het in Jezus zijn vervulling krijgt. Vandaag blijkt nog maar eens hoe groots de weg is die we met Hem afleggen. Hoe weinig vanzelfsprekend het ook is om deze weg ten volle te gaan. We komen immers onszelf tegen en  een wereld die de dingen helemaal anders bekijkt. Het is duidelijk: van ons die naar Hem luisteren, wordt een antwoord verwacht. Je kan niet zijn leerling zijn zonder dat dit zich vertaalt in het concrete leven. Ook de achtste zondag zal daar geen misverstand over laten bestaan.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be