De Schatkamer

Eerste zondag van de veertigdagentijd

6 maart 2022



Deuteronomium 26, 4-10

Psalm 91, 1-2, 10-11, 12-13, 14-15

Romeinen, 8-13

Matteüs 4, 4b

Lucas 4, 1-13









De eerste drie hoofdstukken van zijn evangelie heeft Lucas gebruikt voor majestueuze inleiding op het publieke leven van Jezus. Pas in hoofdstuk vier begint het verhaal van Jezus’ zending echt. De Geest brengt Hem naar de woestijn, staat er. Het getal veertig roept de periode op van Israëls verblijf in de woestijn. Het is de plaats waar het volk geleerd heeft zich totaal aan God toe te vertrouwen. Deze geschiedenis wordt verteld in de vijf boeken van Mozes, het hart van de Hebreeuwse bijbel. Voortdurend lezen we daar hoe deze leerschool van geloof met vallen en opstaan is gebeurd. Het morrende volk wilde verscheidene malen terugkeren naar Egypte en vroeg zich soms hardop af waar die God van Mozes eigenlijk was. Ook Jezus moet blijkbaar door zo’n periode waarin de duivel Hem op de proef stelt. Ons woord ‘duivel’ is afkomstig van het Griekse woord dat de grondtekst hier gebruikt: ‘diabolos’. Letterlijk vertaald betekent dit woord: de uit-elkaar-gooier. Het taalkundige tegengestelde is het symbool dat elementen samenbrengt. De duivel is degene die een afgewerkte puzzel terug uit elkaar haalt. Hij maakt van de orde chaos. Misschien denk je dat je het allemaal op een rijtje hebt. Trek dan eens naar de sobere eenzaamheid van de woestijn, daar wordt alles terug in vraag gesteld. 

Onze veertigdagentijd is zo’n woestijnperiode. Het is namelijk goed onze duivels onder ogen te zien. Anders lopen we het gevaar dat ze onder de radar blijven en ongemerkt ons ontkoppelen van wat echt belangrijk is. Ook Jezus heeft zijn duivels. Achtereenvolgens voelt Hij de verleiding om toe te geven aan zijn honger, in afgoderij te vervallen en God op de proef te stellen. Tegen het woord van de duivel plaatst Hij echter systematisch het woord van God. Bij elke verleiding citeert Hij uit het boek Deuteronomium, het vijfde boek van de Pentateuch. Daar ligt de kern van Israëls geloof vervat. Daaruit komt deze zondag ook de tekst van de eerste lezing. In tegenstelling tot het A- en B-jaar geen oer-geschiedenis uit het boek Genesis op de eerste zondag van de veertigdagentijd. Het is de enige keer dat de chronologie van de Oudtestamentische etappes niet wordt gerespecteerd in de volgorde van de eerste lezingen van de veertigdagentijd. Het zegt iets over het statuut van deze tekst uit Deuteronomium. Hij wordt gezien als de meest kernachtige geloofsbelijdenis van het Godsvolk. Uit de mond van Mozes leren ze voor God te gaan staan met alle gaven van het land om die aan God te schenken vanuit het bewustzijn dat ze fundamenteel een geschenk van God zijn. God heeft hen immers weggehaald uit de verslaving van Egypte om hen naar het land van melk en honing te brengen. Als je je herinnert wie je ten diepste bent, dan leg je alles wat je hebt voor God neer en buig je voor Hem. Dat is het hart van het geloof waarin Jezus opgegroeid is. Dat is het geloof dat sterker is dan de duivel. Hierin willen wij in deze veertigdagentijd groeien. Dus bidden we vanuit de woestijn met Jezus: ‘Sta mij bij, Heer, in iedere nood.’ Psalm 91 loopt over van vertrouwen in de kracht van God die zijn beschermeling niet ten prooi laat vallen aan de macht van het kwaad. ‘Wie op Mij rekent zal Ik verlossen, beschermen zal Ik wie Mij erkent,’ zegt God in de psalm. Paulus versterkt deze troostende boodschap in zijn brief aan de Romeinen: ‘Al wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.’ Hij onderscheidt twee niveaus in dit geloof. Enerzijds belijden we ons geloof met de mond. Anderzijds situeert het geloof zich in ons hart, dat wil zeggen in elke dimensie van ons wezen: denken, voelen en willen. Zes weken voor Pasen horen we uit de mond van Paulus dat het verrijzenisgeloof de basis is van onze redding. De verkondiging ervan de weg naar het uiteindelijke geluk. 

Met overweldigende kracht zet deze zondag het belang neer van het totale vertrouwen in God. Het is de enige manier om niet in de valkuil van de diabolos te trappen. Alleen zo blijft de puzzel van de schepping heel. Dat is de diepste bron van waaruit Jezus leefde. Met Hem willen wij in tijden van beproeving kunnen zeggen: ‘Niet van brood alleen leeft de mens maar van ieder woord dat uit de mond van God voortkomt’. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be