De Schatkamer

Tweede zondag van de veertigdagentijd

13 maart 2022



Genesis 15, 5-12, 17-18

Psalm 27, 1, 7-8a, ab-9abc, 13-14

Filipenzen 3,17 - 4,1

Lucas 9, 28b-36









Terwijl de eerste zondag van de veertigdagentijd de geloofsact van de mens tegenover God centraal plaatst, ligt het accent van de tweede zondag op de beweging van God naar de mens. ‘Vanuit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem,’ klinkt het vers voor het evangelie. In het geluid van de stem en in het beeld van de Zoon biedt God zichzelf aan. Hier ben Ik. Niet toevallig speelt het tafereel van deze openbaring zich af op een berg. Het is de uitgelezen setting voor een ontmoeting met ‘God in den hoge’. Het evangelie van de transfiguratie vertelt dat Petrus en zijn kompanen de heerlijkheid van Jezus zagen. De tekst beschrijft het als een metamorfose van Jezus’ gelaat en als een verblindend witte schijn van zijn kleren. In Jezus komt Gods heerlijkheid op aarde, is de boodschap. Dit is zo groots en onvoorstelbaar dat de enige zinnige reactie zwijgen is. Als Petrus toch zijn mond opendoet, becommentarieert de evangelist droogjes: ‘Hij wist niet wat hij zei’. Dus dit is beter: ‘Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.’ Herinner je de legende: Augustinus ziet een kindje dat het water van de zee in een kuil wil scheppen. Hij spreekt het kind erop aan dat dit onmogelijk is. ‘Zo is het ook onmogelijk het mysterie van de Drie-ene God te vatten’, antwoordt het kind. Je kan onze God niet vatten in stolpen of tenten. Niet te begrijpen is onze God maar te contempleren. Zien, horen en zwijgen. 

In de relatie tussen God en Abram vind je deze dynamiek ook al. Abram hoort en ziet de Heer, die zichzelf presenteert als degene die Abram tot nu toe richting heeft gegeven en als degene die Abrams toekomst garandeert. De bezegeling van deze belofte gaat opnieuw gepaard met lichtende beelden die wat onvoorstelbaar is present willen stellen. Belangrijk in deze tekst is de impact van dit gebeuren op Abram. ‘Abram geloofde de Heer’, staat er. De contemplatie van God geeft zin aan het bestaan. 

In deze traditie richten wij onze bede tot God die ook voor ons licht en leidsman wil zijn. ‘Wil uw gelaat niet verbergen voor mij’, zegt psalm 27, ‘ik reken erop in het land van de levenden het heil van de Heer te aanschouwen’. Volgens Paulus zullen onze verwachtingen op dat vlak ver overtroffen worden. Niet alleen mogen wij inderdaad onze Verlosser uit de hemel verwachten, wij zullen zelf beeld worden van zijn stralende identiteit. ‘Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam’. De heerlijkheid die Petrus en de leerlingen aanschouwen op de berg verbeeldt onze bestemming. Ons geloof hierin zal God als gerechtigheid aanrekenen. Dat is met andere woorden het pad voor wie het ware leven zoekt. Paulus supportert opdat wij deze weg volhouden: ‘Houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden.’ 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be