De Schatkamer

Derde zondag van de veertigdagentijd

20 maart 2022



Exodus 3, 1-8a, 13-15

Psalm 103, 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11

1 Korintiërs 10, 1-6, 10-12

Matteüs 4, 17

Lucas 13, 1-9









De eerste twee zondagen hebben de fundamentele dynamiek blootgelegd van het gelovige leven. Het komt erop aan dat God en mens op elkaar gericht zijn en in relatie met elkaar treden. Het C-jaar benadrukt dat dit alleen kan mits bekering, vergeving en verzoening. 

‘Bekeert u, zegt de Heer, want het Rijk der hemelen is nabij’, luidt het vers voor het evangelie. De tekst uit Lucas zelf maakt deze oproep nog dringender: ‘Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen (…) omkomen.’ En mocht het dan nog niet zijn doorgedrongen: ‘Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen (…) omkomen.’ Het Griekse woord dat wij vertalen met bekering roept een verandering van gedachten op en veronderstelt dat iets deze verandering teweegbrengt. Het Hebreeuwse woord voor bekering is veel fysieker: omkeren of terugkeren. Het gaat om een innerlijke koerswijziging. 

Zoiets maakt Mozes mee. Gevlucht uit Egypte, werkt hij als herder voor zijn schoonvader als hij in de woestijn bij de berg van God komt. Merk op dat de ruimtelijke contexten van de evangelies van de eerste en de tweede zondag hier samenkomen. Mozes zal de vuurgloed van God zien en zijn stem horen. Maar zal hij geloof schenken aan wat op hem afkomt? Of speelt de diabolos hem parten? De opdracht van God is ingrijpend. Mozes moet terugkeren naar Egypte om het onderdrukte volk te bevrijden. Dit is voor Mozes een nachtmerrie. Hij was uit Egypte vertrokken omdat hij uit verontwaardiging over de brutaliteit van een opzichter de man in kwestie gedood had. Nu vraagt God op deze beslissing terug te komen. Hij moet terugkeren. ‘Hij die is, zendt mij tot u’, moet hij zeggen. En mocht het dan nog niet zijn doorgedrongen: ‘De God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob, zendt mij tot u’. Mozes moet de beweging maken die God zelf voorleeft: ‘Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord, ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte’. Mozes moet zien, horen en kennen. En hij moet met God mee afdalen om het volk te bevrijden. Gods aanwezigheid bij zijn volk moet zich tonen in de nabijheid van Mozes. Tijd dus voor een koerswijziging. 

Zoals Mozes zijn wij geroepen ons te bekeren tot Gods barmhartige liefde. ‘De Heer is barmhartig en welgezind’, zingen we, ‘Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, Hij toonde zijn werken aan Israëls volk’. Psalm 103 brengt ons tot een interne dialoog waarin we onszelf ertoe brengen beeld te worden  van Gods bevrijdende aanwezigheid: ‘Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!’ Hoezeer laat ik God doorwegen in het diepst van mijn wezen? In welke mate mag zijn Naam – Ik ben er – mijn identiteit bepalen? Heel scherp drukt Paulus ons op het hart er niet te snel van uit te gaan dat het wel allemaal goed zit. ‘Wie meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt’. De wankelbare geschiedenis van het volk Israël ziet hij als een waarschuwing voor ons allemaal. Zorg ervoor dat je begeerte je niet richt op slechte dingen! Het hart kan vergiftigd geraken en innerlijk verrotten. Dan word je een vijgenboom die geen vruchten draagt. Dan heeft je leven geen zin. Nu is het moment om de grond waarin we staan te laten omspitten en om de nodige voedingsstoffen te ontvangen. Misschien draagt dan zelfs de meest vergiftigde boom volgend jaar vrucht. ‘Zo niet, dan kunt ge hem omhakken’. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be