De Schatkamer

Vierde zondag van de veertigdagentijd

27 maart 2022



Jozua 5, 9a, 10-12

Psalm 34, 2-3, 4-5, 6-7

2 Korintiërs 5, 17-21

Lucas 15, 18

Lucas 15, 1-3, 11-32









Wat als het hart vergiftigd is? Wat als de slechte begeertes de overhand hebben gekregen? Dan blijft altijd de mogelijkheid om terug te keren en te zeggen: ‘Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik misdaan tegen de hemel en tegen u.’ De zogenaamde parabel van de verloren zoon is iconisch. Later dit jaar, in september, lezen we opnieuw uit het vijftiende hoofdstuk van het Lucasevangelie. Dan staat de weg naar verzoening centraal. Deze zondag in de veertigdagentijd is, misschien verrassend, feestelijker. 

De toon wordt gezet in de eerste lezing. God zegt: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld!’ Het juk van de slavernij in Egypte is voorgoed verleden tijd. De veertig jaren van dolen in de woestijn zijn voorbij. Het is tijd voor viering. Zoals het volk feestelijk thuiskomt in het beloofde land, zo komt de jongste zoon thuis na zijn losbandige leven in een ver land. Ook dan is er feest. Tegenover de verloren zoon staat de fantastische vader. Hij is blijven uitkijken naar de terugkeer van zijn zoon, naar zijn bekering. Niet de pijn van de schandalige afstand herinnert hij zich maar het verlangen naar de verzoening. Zijn zoon was dood maar is terug levend geworden. Zo is onze God. Zo kijkt Hij naar ons uit, waar we ons ook bevinden. Zo verlangt Hij naar onze terugkeer en zal er feest zijn als we tot verzoening komen. ‘Proeft en merkt op hoe mild de Heer is.’ Zou de verloren zoon psalm 34 gekend hebben? En zou hij door hebben gehad hoezeer zijn vader geschoeid is op de leest van de God die in deze psalm geprezen wordt? ‘Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.’ 

Met passie roept Paulus de Korintiërs op voluit in relatie te treden met deze God. ‘Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen!’ Niet minder dan vijf keer klinkt in deze korte lezing het woord ‘verzoenen’. Zoals het Griekse woord voor bekeren, veronderstelt ook hier de originele term een diepgaande verandering. Door de verzoening staan twee partners op een compleet nieuwe manier tegenover elkaar. ‘Wie in Christus is, is een nieuwe schepping’, zegt Paulus. Onheilig van nature zijn wij op deze manier geroepen om door Christus ‘Gods eigen heiligheid’ te worden. Dit is een relationeel gebeuren waarvan God zijn deel al heeft uitgevoerd. De fantastische vader staat reeds klaar. Vraag is of wij deze verzoening laten gebeuren. 

Zo komt ook de oudste zoon van de parabel in het vizier. Hij verzet zich tegen de barmhartigheid van de vader. Hij gaat dus niet naar binnen. Hij feest niet mee. Door dit gebeuren is wat hem betreft de relatie met zijn vader diepgaand veranderd. Hij is immers niet meer in staat zijn broer als dusdanig te erkennen en spreekt dus over ‘die zoon van u’. De breuk met zijn broer creëert een afstand tot de vader. Ook nu blijft de vader echter op de uitkijk staan. ‘Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou’. Zou hij dit ook gezegd hebben tegen de jongste zoon als die wegtrok? ‘Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden’. Hierin schuilt de pointe van deze parabel. De aanleiding was immers het gemor bij de farizeeën en schriftgeleerden omdat Jezus at met zondaars. Zal de oudste broer zich verzoenen met de vergevingsgezindheid van de vader? Zullen de schriftgeleerden zich verzoenen met de God die door zijn Zoon iedereen uitnodigt op het feestmaal? Zullen wij ons verzoenen met een God die ook onze capaciteit tot vergeven te boven gaat? Wie is ‘die broer van ons’ naar wie we liever verwijzen als ‘die zoon van u’? Ga je mee naar binnen?

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be