De Schatkamer

Vijfde zondag van de veertigdagentijd

3 april 2022



Jesaja 43, 16-21

Psalm 126, 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6

Filipenzen 3, 8-14

Joël 2, 12-13

Johannes 8, 1-11


Psalm 126 is de terugkeerpsalm bij uitstek. Precies in het midden van vijftien pelgrimspsalmen die de weg beschrijven van het volk Gods uit de ballingschap naar het huis van God, vertolkt de psalm zowel een bede om terugkeer als de vreugde erom. ‘Geweldig was het wat de Heer ons deed’, zingen we als keervers. De laatste van de drie zondagen die focussen op bekering, verzoening en vergeving komt sterk naar voor dat we in dit proces God aan het werk zien. Op het moment dat Gods barmhartigheid actief wordt, verandert de wereld. ‘Die onder tranen zaaien, zij oogsten met gejuich. Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen; maar keren zingend weer, beladen met hun schoven.’ 

‘Denk niet meer aan het verleden,’ zegt God door de profeet Jesaja. God zet iets nieuws in gang. Onherbergzaam gebied wordt toegankelijk. Dode grond wordt vruchtbaar. Water wordt beschikbaar in desolate woestijnen zodat het volk van God niet sterft van dorst. Hierover gaat het uiteindelijk: God vormt zich een volk dat zijn lof verkondigt. Het begin van dit proces is reeds zichtbaar, klinkt het van Godswege uit de mond van de profeet. 

Is dit optimisme gegrond? Initieel doet het evangelie anders vermoeden. Een vrouw die op overspel betrapt is en farizeeën die Jezus een strikvraag stellen in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Meer van hetzelfde lijkt dit. We zijn allemaal een stelletje zondaars bijeen. Er is niets nieuws onder de zon. Tot Jezus en de vrouw alleen overblijven. Dan klinkt opeens Gods stem die een nieuwe toekomst mogelijk maakt. Die begint bij haar. ‘Ga heen en zondig van nu af niet meer.’ Omdat Jezus de vrouw niet vastpint op haar verleden ontvangt ze een toekomst. Dit begint nu. Wij allen worden uitgenodigd in dit nu: ‘Keert tot Mij terug van ganser harte, want Ik ben genadig en barmhartig.’ 

Krachtig plaatst Paulus zichzelf in die positie: ‘Ik vergeet wat achter me ligt, ik reik naar wat voor me ligt, ik storm af op het doel’. Hij doet dit vanuit een intieme band met Christus. Zoals de overspelige vrouw, ontdekt Paulus zijn ‘nu’ in de persoonlijke ontmoeting met de Christus. Wat de wet niet heeft verwezenlijkt – de wet kwam ook tekort in de ontmoeting met de overspelige vrouw – dat realiseert het geloof in Christus. Op dat moment opent zich de nieuwe toekomst van God. ‘Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden’. Dat is blijde boodschap. Het is al begonnen, zie je het niet?  

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be