De Schatkamer

2e zondag van Pasen

24 april 2022





Handelingen 5,12-16


Deze korte tekst spreekt over niet minder dan tien groepen mensen: de apostelen, het volk, allen, de overigen, het volk, de grote groepen mannen en vrouwen die in de Heer geloven, de zieken, de mensen uit de steden rondom Jeruzalem, zieken en mensen die van onreine geesten te lijden hebben, allen. Hoewel het niet altijd even duidelijk is wie nu precies wordt bedoeld met deze aanduidingen, komt in deze opeenvolging een belangrijk patroon naar voren. Het centrale thema van het boek Handelingen krijgt in deze enkele regels gestalte: het geloof verspreidt zich vanuit Jeruzalem in steeds bredere kringen. In de kern staan de apostelen die tekenen en wonderen verrichten. In onze vertaling wordt dit een woord: ‘wondertekenen’. Toch heeft het zin ze van elkaar te onderscheiden. Allebei verwijzen de Griekse woorden naar onverklaarbare gebeurtenissen. Tegelijk leggen ze een andere klemtoon. Een Bijbels wonder benadrukt het effect van het gebeuren op de omstaanders. Het volk is verbijsterd over wat het ziet. Een Bijbels teken daarentegen werkt als getuigenis over de persoon die het teken stelt. In dit geval bevestigen de tekenen het statuut van de apostelen. Ze handelen wel degelijk in naam van Christus. Uiteindelijk is het dus de Heer die het centrale punt vormt van de verschillende kringen. 

In het mystagogische traject voelen we ons opgenomen bij de groep mensen waarnaar het middelste vers van deze tekst verwijst. Ergens tussen de kleine kring van apostelen en de buitenstaanders die zich niet bij hen durven te voegen, staan de mannen en vrouwen die hun vertrouwen in de Heer stellen. Letterlijker vertaald zegt vers 14: ‘Meer nu werden gelovenden in de Heer toegevoegd met een doel’. Het Griekse woord dat in onze lezing is vertaald met ‘aansluiten’ stelt niet zozeer het groeiende aantal vast maar benadrukt dat er een doelgerichtheid in deze groei schuilt. Een week na ons doopsel of de hernieuwing ervan in de Paaswake wil het boek Handelingen ons richting geven. Ons toevertrouwend aan Jezus ontvangen we een doel voor de middelste cirkels en voor de buitenste. Intern is eensgezindheid de betrachting. De eenheid van de christenen is echter geen menselijke prestatie. Ze is het gevolg van de gezamenlijke gerichtheid op God, de gedeelde zin van ons bestaan. Extern is genezing het doel. Zowel in Jeruzalem als erbuiten zijn er mensen die zelf niet bij Gods genade geraken. Ze moeten gebracht worden. Fysiek en spiritueel ontvangen zij heling als ze via Jezus’ zendelingen in aanraking komen met God. 


Apokalyps 1,9-11a.12-13.17-19


De inhoudelijke lijn van de tweede lezingen uit het boek Openbaring begint waar die van het boek Handelingen stopt op de zondag voor Pinksteren. Zoals Stefanus is Johannes een individu dat zijn leven heeft afgestemd op Christus. ‘Broeder en deelgenoot in de verdrukking,’ noemt hij zichzelf, ‘broeder in het koninkrijk en de verwachting van Jezus.’ Omdat hij zijn leven ten dienste van het woord Gods en van het getuigenis over Jezus stelt, verblijft hij op Patmos. Zoals voor Stefanus opent zich voor Johannes de hemel. ‘Ik hoorde’, zegt Johannes en: ‘Ik zag’. De visioenen waarover sprake zijn persoonlijk en individueel. Maar Johannes mag ze niet voor zichzelf houden. Tot tweemaal toe horen wij: ‘Schrijf op’. We vernemen wat Johannes moet opschrijven en waartoe. 

Eerst het wat. ‘Schrijf op in een boek wat gij ziet’, zegt de tekst. De visionair draait zich om met de bedoeling te zien wie hem aanspreekt, maar wat hij ziet zijn zeven gouden luchters. De tekst van het boek Openbaringen spreekt letterlijk tot de verbeelding. Je voelt dadelijk: dit is geen beschrijving van een plaats of een situatie. Dit is een beeld dat ons tot een spirituele realiteit wil leiden. In die zin verwacht de tekst van ons dat we zoals Johannes op de dag van de Heer in geestvervoering geraken. In het Grieks staat er: ‘in de Geest zijn’. Hiervoor heb je geen hallucinogenen nodig. Het volstaat de volle realiteit te beleven van wat er tijdens het Vormsel is gebeurd: ‘Ontvang het zegel van de Heilige Geest’, heeft de vormheer tijdens de zalving gezegd. Wie zich aan die Geest toevertrouwt, zal in de aangereikte beelden de gestalte van de Mensenzoon ontwaren. Hij is immers het ultieme visioen, het fundament van ons bestaan. In de Geest zullen wij Hem horen als Hij zichzelf aan ons presenteert met de Godsnaam ‘Ik ben.’ Uit de dood opgestaan, is Hij de weg naar het ware leven. Als eerste en laatste overspant hij de tijd en dus heel onze geschiedenis. De zin van verleden, heden en toekomst worden in Hem zichtbaar. Als Johannes opschrijft wie hij ziet, noteert hij ook wat er te zien geweest is, wat nu is en wat in de toekomst geschieden zal. In de Mensenzoon vloeit dit alles immers ineen. 

Waartoe moet Johannes dit opschrijven? Om het te sturen naar de zeven kerken. De verbondenheid met de hemelse Christus is immers cruciaal voor het leven van de concrete kerkgemeenschappen. Zij hebben Jezus niet gekend tijdens zijn aardse bestaan. Zij hebben Hem niet ontmoet als Verrezene. Ten hemel gevaren lijkt Hij veraf en onbereikbaar. Wie de Geest heeft ontvangen, leeft echter in en door de relatie met de Christus. Zo beschreef Johannes zich al aan het begin van deze tekst: ‘deelgenoot in de verwachting van Jezus’. In het Griekse woord achter onze vertaling ‘verwachting’, klinkt ook de volhardende standvastigheid door. Voor het mystagogische traject is het intense verlangen naar deze verbondenheid van het grootste belang. Het boek Openbaring zal ons de beeldtaal schenken om van dit verlangen hoopvolle standvastigheid te maken. 


Johannes 20,19-31


Meer dan de eerste en tweede lezing volgen de evangelielezingen in de Paastijd de dynamiek van de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren. Nadat we op Paaszondag het relaas van het lege graf hebben beluisterd uit het Johannesevangelie, horen we op de tweede en derde zondag van Pasen uit hetzelfde evangelie hoe de leerlingen de Verrezene ontmoeten. Op de tweede Paaszondag vertrekt het relaas bovendien met de verwijzing naar de zondagssamenkomst van de leerlingen. Zoals de leerlingen op de eerste dag van de week samenkomen zo weten alle christenen zich ook vandaag geroepen om te verzamelen en ekklesia te vormen. Ook vandaag is het hart van dit zondagsgebeuren de ontmoeting met de verrezen Heer.

Centraal in deze ontmoeting is ‘geloof’. Johannes maakt in de laatste regels van deze perikoop duidelijk dat het hem daar om te doen is als hij zijn verhaal aan ons vertelt. Hij schrijft ‘opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.’ De diepste identiteit van Jezus is voor ons de weg naar het ware leven. Daarvoor is geloof nodig. Het Bijbelse geloven is geen kwestie van rationele overtuigingen of naïeve aannames. Bijbels geloof toont zich in de concrete keuzes die een mens maakt als het gaat over het zoeken naar geluk. In de evangelielezing blijkt dat dit geloof niet evident is.

Het principe is helder. De Verrezene toont zich aan de leerlingen. Door deze ontmoeting zijn ze vervuld van vreugde en dragers van de Heilige Geest. Zij worden apostelen: mensen met een zending. Maar wat als je om een of andere reden deze ervaring niet hebt gehad? Tomas’ geloof hangt er van af. Alleen het voelen van Jezus’ wonden kan hem tot geloof brengen. Hierin schuilt een belangrijke christelijke wijsheid. Als de opstanding het lijden negeert, is de verkondiging nep. Toch krijgt Tomas een veeg uit de pan. Als hij, opnieuw op de eerste dag van de week, Jezus’ aanwezigheid wel ervaart en zijn geloof belijdt, hekelt Jezus zijn afhankelijkheid van het zien. Het is een niet mis te verstane verwijzing naar ons. Wij hebben Jezus niet gekend tijdens zijn leven maar ook niet tijdens de periode tussen de verrijzenis en de hemelvaart. Wij zullen Hem nooit op dezelfde manier zien als de leerlingen hebben gedaan. En toch is geloof mogelijk. Meer bepaald op basis van de getuigenis van wie ons voor is gegaan worden wij uitgenodigd ons helemaal toe te vertrouwen aan de Christus die geleden heeft, gestorven en begraven is, maar opgestaan is op de derde dag. Dan zullen wij leven!

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be