De Schatkamer

13e zondag door het jaar

26 juni 2022


1 Koningen 19, 16b, 19-21

Psalm 16, 1-2a en 5, 7-8, 9-10

Galaten 5, 1, 13-18

Johannes 10, 27

Lucas 9, 51-62





De veertigdagentijd en de Paastijd hebben de semi-continue lezing van het Lucasevangelie onderbroken. Afhankelijk van de Paasdatum zijn er elk jaar enkele van de zondagen door het jaar die daardoor niet aan bod komen. Nu we de reeks door het jaar hernemen, springen we van de achtste naar de dertiende zondag. Welke zondagsperikopen uit het Lucasevangelie hebben we daarmee overgeslagen? We hebben niet gehoord hoe Jezus een Romeinse honderdman ontmoet die onvoorstelbaar veel vertrouwen in Jezus heeft. Jezus geneest de knecht van deze voorbeeldgelovige. We hebben niet gehoord over Jezus’ medelijden met een weduwe wiens enige zoon gestorven is. Hoe hij haar troost en geruststelt en de jongeman tot leven wekt. We hebben niet gehoord hoe Jezus een zondares die Hem komt zalven de zonden kwijtscheldt terwijl de omstaanders zich afvragen wie Jezus wel is dat Hij zulke daad stelt. We hebben ten slotte niet gehoord hoe Jezus met zijn leerlingen in gesprek gaat over zijn identiteit. Dat die gekoppeld is aan een lijdensweg voor zowel Jezus als voor zijn leerlingen. 

Zo belanden wij op de dertiende zondag op een cruciaal punt in het Lucasevangelie: ‘Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem.’ Alles wat hieraan voorafgaat in het Lucasevangelie mag je beschouwen als een doorgedreven kennismaking met Jezus. We hebben Hem leren kennen als degene die het woord van God op directe manier in het leven van zijn luisteraars plaatst. De vervulling is nu. Dit onderbouwt Hij met tekenen die mensen met verstomming slagen en tot levenskeuzes dwingen. Met de aanvatting van de reis naar Jeruzalem komt dit geheel in een beslissende fase. De weg naar Jeruzalem is immers eerder een spirituele dan een geografische beweging. Jezus aanvaardt vastberaden zijn bestemming: de dagen van zijn verheffing. Jeruzalem wordt hier niet verstaan als een plek maar als een gebeuren: Jezus begint aan zijn weg naar de kruisdood. Met deze geloofshouding schaart Jezus zich in een lange rij gelovigen in de traditie van Samuël: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’. Het startpunt is de gehoorzaamheid van Jezus aan zijn zending. De vraag is of wij in staat zijn om Hem hierin te volgen. 

Onderweg naar zijn kruisdood heeft Jezus drie korte gesprekken. Alle drie gaan ze over het volgen van Jezus. Telkens is er eerst de aandrang om te volgen en dan een ‘maar’. De eerste persoon biedt zich zelf aan. Hij weet al dat dit een radicale keuze is. ‘Ik zal U volgen waar Gij ook gaat.’ In dit geval brengt Jezus zelf de ‘maar’ aan. Het is alsof hij de kandidaat-volgeling wil behoeden van een ondoordachte beslissing. Bij de tweede persoon komt het initiatief van Jezus. Nu is het de geroepene die om vertraging vraagt. Hij heeft andere prioriteiten. Jezus maakt Hem duidelijk dat het Rijk Gods geen afleidingen verdraagt. De derde persoon is een combinatie van de vorige twee. Hij biedt zichzelf aan maar bouwt zelf de ‘maar’ in. Opnieuw confronteert Jezus hem met het prioritair karakter van het Rijk Gods. Het valt op dat we niet te weten komen wat er uiteindelijk met deze drie gebeurt. Durven ze en kunnen ze radicaal kiezen voor de weg van Jezus? Door deze kwestie open te laten, vermijdt de evangelist dat zijn tekst als een anekdote kan gelezen worden. Die heeft ‘ja’ gezegd en die ‘nee’. Het evangelie schotelt ons de roepingskwestie voor. Hoe zit het met mijn volgeling zijn van Jezus? Leeft het verlangen in mij? Hoor ik zijn roepstem? Durf en kan ik kiezen voor de radicaliteit van het Rijk Gods? En zitten mijn prioriteiten dan juist? 

De overige lezingen van deze zondag bieden ons meer houvast om tot een goed antwoord te komen. De ontmoeting tussen Elia en Elisa past helemaal in het schema van de roepingsgesprekken die Jezus voert. Verschil is dat we hier wel de uitkomst te weten komen. Elia benadrukt de vrijheid van Elisa: ‘Heb ik je soms tot iets verplicht?’ Hoewel Elisa op het eerste gezicht deze vrijheid neemt en inderdaad terugkeert, drukt zijn reactie eerder de radicaliteit van zijn vrije keuze uit. Door zijn ossen te slachten, verbrandt hij alle bruggen achter zich. Hij kan nooit meer terugkeren naar het leven van vroeger. In vrijheid de weg van de Heer voluit gaan, dat is de houding van de gelovige die waarlijk luistert naar God. Hij heeft het volste vertrouwen dat daarin het uiteindelijke geluk te vinden is. Psalm 16 plaatst ons in deze levensrichting. ‘Gij, Heer, zijt mijn erfdeel’ is een manier om te verwoorden dat God zelf het enige voorwerp is van je ambitie. Het Rijk Gods krijgt alle prioriteit: ‘Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde’.

Voor Paulus is de vrijheid om hiervoor te kiezen primordiaal. Niet het slavenjuk van de wet maar de vrijheid van het leven in Gods geest is het kenmerk van de volgeling van Jezus. Maar dit veronderstelt dat je deze Geest de volle ruimte geeft in je leven. Een botsing tussen de Geest en je zelfzucht is dan onvermijdelijk. De weg van Jezus leidt immers naar Jeruzalem, de ultieme zelfgave. Alles wat in ons leeft aan persoonlijke ambitie, aan verlangen tot zelfrealisatie, aan verslaving aan behoeftebevrediging komt tegen deze weg in opstand. Daar is alleen de liefde tegen opgewassen: ‘Bemin uw naaste als uzelf’. Het is deze liefde die Jezus vastberaden op weg zet naar Jeruzalem. Het is deze liefde die ons in staat stelt om met Hem mee te gaan. Om zijn volgeling te zijn.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be