De Schatkamer

16e zondag door het jaar

17 juli 2022


Genesis 18, 1 - 10a

Psalm 15

Koklossenzen 1, 24-28

Efesiërs 1, 17-18

Lucas 10, 38-42





‘Zalig zij die het woord van God in een goed en edel hart bewaren’, zo begint het evangelievers van deze zondag. Alweer ligt de focus op het ontvangen van het woord van God. Het startpunt is dat Gods woord zich  presenteert. Het evangelische beeld dat daarbij hoort is dat van het huis van de twee zussen, Marta en Maria. Marta, zo staat er, ontving Jezus in haar woning. Denk terug aan de zending van de 72 leerlingen. Ze moesten binnengaan in de huizen om er Gods vrede te brengen en te verkondigen: ‘Het Rijk Gods is u nabij’. Marta toont zich een dochter van de vrede door Jezus als gast in haar huis te ontvangen. En toch loopt er iets mis. Ze is in beslag genomen door de drukte van het bedienen. Letterlijk staat er: ze werd weggetrokken. God ontvangen vraagt de volle aandacht. Het woord van God ontvangen vraagt dat je luistert. ‘Maria’, staat er, ‘luisterde naar zijn woorden’. Overigens wijst Jezus Marta niet terecht over haar gedrag op zich. Hij reageert op haar klacht over Maria door te zeggen dat het Maria niet ontnomen zal worden om te luisteren naar zijn woorden. Zij heeft het goede deel gekozen, zegt Jezus letterlijk. Het roept de diepe betekenis van het woord ‘goed’ terug op zoals we het enkele zondagen geleden leerden verstaan. Iets is goed als het doet waarvoor het dient. Iemand is goed als hij zijn juiste plaats inneemt in het bestaan. De juiste plaats is aan Jezus’ voeten, luisterend naar zijn woorden. 

Dat er op zich niets mis is met de zorg voor een gastvrije ontvangst, blijkt uit de eerste lezing. Abraham ontvangt drie mannen in zijn tent. Van bij de aanvang maakt de tekst duidelijk dat het om God zelf gaat. Met oosterse gastvrijheid laat Abraham geen enkele kans liggen om hen in de watten te leggen. Op het cruciale moment wordt Abraham echter niet weggetrokken door de drukte van zijn ontvangst. Terwijl ze eten, blijft hij bij hen staan. Dat is de juiste plaats om Gods woord te ontvangen: de belofte van de langverwachte, niet meer verhoopte zoon. 

Zowel in het evangelie als in de tekst uit Genesis vindt een merkwaardige omkering plaats. Het gastheerschap lijkt zich te verplaatsen. Maria en Abraham gaan zich gedragen als gasten van respectievelijk Jezus en de drie mannen. Waar God op bezoek komt, wordt Hij zelf gastheer. De antwoordpsalm bevestigt dit. ‘Heer, wie mag te gast zijn in uw tent?’ Psalm 15 beantwoordt de vraag met het beeld van een goed mens, iemand die zijn plaats kent in de schepping. Dat is een persoon die de ruimte heeft om God te ontvangen op zo’n wijze dat hij uiteindelijk zelf te gast is bij God. Wie in beslag genomen wordt door boze plannen of bedrog, wie uit is op winst heeft daarvoor niet de ruimte. Die wordt weggetrokken van zijn juiste plaats. Die mens zal geen vrucht dragen. Het is tekenend dat de geboorte van Isaak aangekondigd wordt op het moment dat Abraham zich zo gastvrij heeft getoond dat God zelf gastheer is geworden. Dan draagt je leven vrucht: ‘Zalig zij die het woord van God in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid’, luidt het evangelievers in zijn geheel. 

Willen wij de Heer ontvangen en ons hart openen voor zijn woord? Moeten we daarvoor wachten op het bezoek van drie mannen onder een eik of op een verschijning van Jezus? Paulus maakt duidelijk dat de dienaren van de Kerk vandaag deze rol op zich nemen. ‘Ik ben haar dienaar geworden’, zegt hij, ‘om u het woord Gods te brengen in heel zijn volheid.’ Dat woord noemt hij een geheim dat lang bewaard is maar nu geopenbaard aan de gelovigen. ‘En dit geheim bestaat hierin: Christus in u.’ Met andere woorden: Hij is reeds te gast. Niet in ons huis maar in ons lijf, in ons leven. In het doopsel hebben we Hem ontvangen zoals Marta. Vraag is of we ondertussen in beslag genomen zijn door de drukte van het bestaan. Ik heb eens horen zeggen dat als je in de Bijbel een dubbele aanspreking ziet staan, dat je dan je eigen naam mag invullen. ‘Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen.’ Wie het schoentje past, trekke het aan. Het probleem is dat op deze manier Christus niet de gastheer van je leven kan worden. En dat er dan geen vruchten uit voortkomen. De vrucht van Christus’ gastheerschap verwoordt Paulus ook als een geopenbaard geheim: ‘hoop op de eeuwige heerlijkheid’. Daarmee zijn we terug bij ons menselijke zoektocht naar de volheid van het bestaan. Wie gastvrij ruimte geeft aan Christus, naar zijn woorden luistert en ze bewaart, zal de hoop op vervulling ontvangen als de vrucht van zijn gastheerschap. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be