De Schatkamer

18e zondag door het jaar

31 juli 2022


Prediker 1, 2; 2, 21-23

Psalm 95, 1-2, 6-7, 8-9

Kolossenzen 3, 1-5, 9-11

Johannes 15, 15b

Lucas 12, 13-21





‘Zalig de armen van geest, want hun behoort het Rijk der hemelen’. De volgelingen van Jezus leren zich te richten op de komst van Gods Rijk. Dat hoorden we vorige week al in het gebed dat Jezus leert aan zijn leerlingen. Toen zeiden we dat dit Rijk geen natie is maar een staat van zijn. Vandaag confronteren de lezingen ons er mee dat dit een armoede van geest vraagt. Wat betekent dit?

Niet hoeveel je bezit, bepaalt of je arm van geest bent. Wel hetgene waarop je gericht bent. Waar verlang je naar? Waar span je je voor in? Waaraan geef je je tijd en je energie? Jezus spreekt een scherpe waarschuwing uit: richt je niet op bezit. Houd je ver weg van hebzucht want het ware leven hangt niet af van de overvloed van je eigendom. 

Geen enkel Bijbels boek drukt deze gedachte zo sterk uit als Prediker. Het is allemaal ijdelheid, zegt hij. Wie goed naar het bestaan kijkt, kan niet anders dan een leegte vaststellen. Wat betekent het allemaal? Prediker ziet hoe mensen zich aftobben, zich inspannen, ploeteren, zich zorgen maken, geconfronteerd worden met lijden en zich voortdurend ergeren aan van alles. En uiteindelijk moet iedereen toch afgeven wat hij verdiend heeft. Wat is de zin? Wat heb je er uiteindelijk aan?

De kwestie ligt dicht bij de vraag naar het eeuwig leven. Wat heeft eeuwigheidswaarde? Is alles slechts ijdelheid? Jezus plaatst twee manieren van leven tegenover elkaar. Je kunt schatten vergaren voor jezelf. Je kunt rijk zijn bij God. De eerste weg leidt tot leegte. De tweede naar het ware leven. ‘Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht’, is het keervers bij psalm 90, die ook het besef verwoordt  van de vluchtigheid van ons bestaan: ‘Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld.’ Enkel bij God vind je een toevlucht die niet verloren gaat. De conclusie van de psalm is echter niet dat je voorbij moet gaan aan het materiële aspect van het leven. De psalm is geen pleidooi om in extase afstand te nemen van het gewone leven en te vluchten in een idealistische droom. Integendeel: ‘Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart.’ De psalm is een bede om het dagelijkse bestaan zo in te vullen dat het gericht is op wat er echt toe doet. 

Ook Paulus wijst met strenge bewoordingen de hebzucht af: ‘Maakt dus radicaal een einde aan (…) de hebzucht die gelijk staat met afgoderij!’ In de plaats stelt hij het leven met Christus. Hij verwoordt het aldus: ‘Zoekt wat boven is’. En: ‘Zint op het hemelse, niet op het aardse’. Opnieuw horen we de Bijbelse antropologie op de achtergrond. We zijn geroepen om een nieuwe mens te worden. ‘U [bent] bekleed met de nieuwe mens,’ zegt de Kolossenzenbrief, ‘die op weg is naar het ware inzicht, terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper.’ 

Loslaten wat op het eerste gezicht naar geluk leidt. Erop vertrouwen dat het ware leven zich aanbiedt op een niveau dat dit eerste gezicht overstijgt. Geloven dat wij dit niveau kunnen bereiken dank zij Christus. Eén worden met Hem. Dat is arm van geest zijn. Zo komen we thuis in het Rijk der hemelen.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be