De Schatkamer

19e zondag door het jaar

7 augustus 2022


Wijsheid 18, 6-9

Psalm 33, 1 en 12, 18-19, 20 en 22

Hebreeën 11, 1-2, 8-19

Lucas 19, 38

Lucas 12, 32-48






De oproep om waakzaam te zijn klinkt sterk door deze zondag. Zoals in het Nederlands is er ook in het Grieks een verband tussen wakker en waakzaam. Letterlijk betekent het begin van het evangelievers ‘wees wakker’. Laat je niet in slaap sussen en leef met je beide ogen open. Zo word je een wachter met een dubbele opdracht. Ten eerste moet hij vermijden dat de vijand het kamp betreedt. Ten tweede zorgt hij ervoor dat welkome gasten correct ontvangen worden. Het is de tweede opdracht die Jezus vandaag aan zijn leerlingen voorlegt. 

Vorige week klonk de roeping om als armen van geest te leven: niet gericht op het wereldse maar op het hemelse. Jezus neemt dit vandaag als startpunt: ‘Verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel’. Nu maant hij zijn leerlingen aan klaar te staan om de hemel binnen te gaan. Hij gebruikt daarvoor een oudtestamentisch beeld: het Godsvolk dat met de lendenen omgord de bevrijding uit Egypte verwacht. Het boek Wijsheid wijst erop dat deze verwachting vreugde teweegbracht. Omdat het volk wist dat de Heer hen zou bevrijden ‘konden ze vol vreugde de vervulling verwachten’. ‘Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding van de rechtvaardigen’. Het waken waarop Jezus doelt is geen angstig op zijn hoede zijn. Het is vreugdevol uitkijken. Het is een advent waarin het volk, zo zegt Wijsheid, de oude liederen aanheft. 

Zo zingen ook wij nu psalm 33. ‘Zalig het volk, door de Heer als zijn erfdeel gekozen’. Het is een jubelzang die doordrongen is van verwachting. Het volk mag rekenen op Gods erbarming, ‘dat Hij hen ontrukken zal aan de dood, bij hongersnood hen zal voeden’. De kracht van de hoop doet het volk zingen. ‘Wij stellen al onze hoop op de Heer, Hij is onze hulp en ons schild. Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen, zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.’

Over deze hoop en dit vertrouwen spreekt de Hebreeëntekst: ‘Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen’. Onze waakzaamheid richt ons op iets dat nog onzichtbaar is. Geloven betekent dat je je daaraan toevertrouwt. De tekst wijst er vervolgens op dat geloven niet zozeer een zaak van abstracte overtuigingen is. Geloven vertaalt zich in daden. Verregaande daden. Op basis van zijn vertrouwen in God heeft Abraham alles achtergelaten om als vreemdeling te verblijven in een land dat God voor Hem bestemd had. Sarah en hij hebben hun hele leven afgestemd op een belofte van God. Nochtans hebben ze de vervulling van deze belofte niet meegemaakt: ‘In geloof zijn zij allen gestorven zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was. Zij hebben het heil alleen uit de verte gezien en begroet.’ Hebreeën presenteert Abraham als het prototype van de gelovige mens. Wie gelooft, richt de totaliteit van zijn bestaan op God. Hij is een vreemdeling die in tenten woont omdat hij uitziet naar de stad waarvan God de ontwerper en de bouwer is. 

Die stad noemt Jezus in het evangelie van vandaag het Koninkrijk en Hij roept zijn leerlingen op alle bezittingen op te geven die afgenomen kunnen worden en die kunnen bederven. De schat in de hemel daarentegen is onvergankelijk. 

Des te belangrijker dus om klaar te staan als de trein naar het Koninkrijk vertrekt. Het is uitkijken naar de komst van de heer van het huis. Wie hem opwachten zal aan tafel genodigd worden. De heer zelf zal hen bedienen. Wie is die heer? Naar wie zijn onze ogen gespannen gericht? ‘Weest waakzaam en weest ook bereid’, zegt het evangelievers, ‘omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.’ Ons leven is een uitkijken naar de komst van Jezus. Hij wil bij ons te gast zijn en als wij Hem ruimte geven in ons hart, zal Hij de gastheer worden en komen wij thuis bij Hem. 

Vergeet echter niet: dit uitkijken is geen passief afwachten. Het veronderstelt radicale keuzes in het nu. Als onze blik zich richt op wat vandaag nog onzichtbaar is, betekent dit dat we ons niet laten afleiden door wat zich voor onze ogen aandient als onmiddellijkere wegen naar geluk. Dat we ons niet laten ontmoedigen als de komst van de Heer uitblijft en we in het putje van de donkere nacht terechtkomen. ‘Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars die hij zo aantreft.’ Kan dat toekomstige geluk ons nu al met vreugde vervullen? 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be