De Schatkamer

23e zondag door het jaar

4 september 2022


Wijsheid 9, 13-18b

Psalm 90, 3-4, 5-6, 12-13, 14 en 17

Filemon 9b-10, 12-17

Johannes 8, 12

Lucas 14, 25-33









Na al wat vooraf ging, klinkt het vandaag verrassend: talloze mensen trekken met Jezus mee. Ook wij zijn hier. Wij hebben Jezus horen praten over de nauwe deur, over zijn eigen beklemming en over de nederigheid die nodig is. En toch zijn we niet afgehaakt. Het is alsof Jezus vandaag denkt: hebben ze mij eigenlijk wel verstaan? Hoe is het mogelijk dat ze met zovelen zijn? Misschien moet ik het nog eens heel duidelijk zeggen. Voor alle zekerheid.

‘Als iemand naar Mij toekomt die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn.’ Hier moeten we eerst stilstaan bij het woord ‘haten’. In het Nederlands klinkt deze term immers helemaal anders dan in het Grieks. Wij gebruiken ‘haten’ in absolute betekenis. Het is de naam van een ongenuanceerd negatief gevoel. Wie je haat, kan je niet liefhebben. Het Griekse woord wordt vergelijkend gebruikt. Iets haten betekent dat je het zonder compromissen ondergeschikt maakt aan iets anders. Dat wil zeggen dat je in het Grieks een heel positief gevoel kan hebben tegenover iemand en de persoon in kwestie toch kan haten. Er is namelijk iets of iemand die je veel belangijker acht. Jezus verlangt dus niet dat zijn leerlingen negatieve gevoelens koesteren tegenover hun families. Hij vraagt wel dat de band van zijn leerlingen met Hem meer doorweegt dan de diepste menselijke banden die je je kan voorstellen. Het blijft een uiterst ingrijpende vereiste. 

Dat kan natuurlijk alleen omdat Jezus dit zelf voorleeft. Op zijn weg naar Jeruzalem wordt het kruis langzaamaan zichtbaar en voelbaar. Ben je bereid dit kruis zelf ook te dragen? Dat is de vraag die Hij aan zijn leerlingen voorlegt. Opnieuw koppelt Hij dit aan de omgang met bezit. ‘Niemand van u kan mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.’ Je ervaart: dit is een nagel waarop Jezus blijft kloppen. 

Wie op zoek is naar welvaart en comfort, die is bij Jezus aan het verkeerde adres. Wie God wil inschakelen in de realisatie van zijn eigen projecten en verlangens, moet op zoek naar andere goden. Onze God is niet de uitvoerder van de menselijke wil. Integendeel, de mens moet gaandeweg leren Gods wil te doen. Herinner je: Jezus is onderweg naar de tuin waarin Hij, overmand door emoties, zal bidden dat de beker van zijn passie aan Hem zou voorbijgaan. ‘Maar niet mijn wil doch uw wil geschiede’. De ware wijsheid is te ontdekken wat God van je wil. Het boek Wijsheid beseft dat dit hoog gegrepen is: ‘Wij begrijpen amper de dingen van deze wereld, hoe zouden we dan het hemelse verstaan?’ Het inzicht hierin kan alleen van God zelf komen. Het is Gods heilige geest die ons de wil van God doet kennen en die ons dus in contact brengt met onze fundamentele bestemming. ‘Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan, leren zij kennen wat U welgevallig is en worden zij door de wijsheid gered.’ Om deze wijsheid bidden wij op de 23ste zondag: ‘Laat mij uw beschikkingen zien’, zegt het evangelievers. En het antwoord op de eerste lezing luidt: ‘Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart’. Dezelfde psalm 90 was al ons antwoord op de eerste lezing op de 18de zondag. Nu bidden we echter een strofe meer: ‘Schenk ons in de ochtend volop uw zegen, dan jubelen wij heel de dag  van geluk. Uw luister, Heer God, moge over ons stralen, bestuur onze handen bij al wat zij doen.’ De fundamentele keuzes waarnaar Jezus vraagt, tonen zich in de concrete handelingen van elke dag. Kiezen voor Jezus heeft repercussies op alle terreinen van het bestaan. 

In de brief aan Filemon pleit Paulus ervoor dat Filemon een weggelopen slaaf terug opneemt in zijn huis. ‘Niet meer als slaaf, maar als veel meer dan een slaaf, als een geliefde broeder.’ Economisch en sociaal is het geen goed idee om een weggelopen slaaf ongestraft terug op te nemen en hem zelfs een relationele promotie te geven. Als Jezus spreekt over de haat tegenover de eigen broeders en zusters gaat het Hem niet over een negatieve houding tegenover je eigen familie. Het tegenovergestelde blijkt. Je wordt geroepen de bloedverwantschap te relativeren ten voordele van iedereen die voor de Heer gewonnen is, slaaf of vrije, trouw of afvallig. De liefde die Jezus drijft tot het kruis moge ook de liefde zijn die elk van zijn leerlingen drijft in alle concrete velden van het leven. 

Misschien zijn het daarom talloze mensen die toch achter Jezus aan gaan ondanks de verregaande verwachtingen die Hij heeft van zijn volgelingen. Misschien blijven ze bij Hem omdat ze tot in de toppen van hun tenen voelen dat in zijn levensweg de sleutel te vinden is tot de grootste schat denkbaar: de ultieme liefde die alles overwint.   

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be