De Schatkamer

25e zondag door het jaar

18 september 2022


Amos 8, 4-7

Psalm 113, 1-2, 4-6, 7-8

1 Timotheüs 2, 1-8

1 Samuël 3, 9; Johannes 6, 69b

Lucas 16, 1-13









Aan het begin van de reeks zondagslezingen wezen we erop dat het slechts twee maal voorkomt dit jaar dat een evangelievers twee achtereenvolgende zondagen wordt gelezen. Zondagen 3 en 4 hebben we op basis van deze overeenkomst als een duo beschouwd. Vandaag nodigt ditzelfde principe ons uit om zondagen 25 en 26 met elkaar te verbinden. Tweemaal luidt het evangelievers: ‘Jezus is arm geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.’ Op beide zondagen komt in de eerste lezing Amos aan het woord, de profeet met een uitgesproken sociale boodschap. Twee zondagen lang staat de spanning tussen arm en rijk centraal.

De pointe van het evangelie van de 25ste zondag zit in de laatste regel: ‘Gij kunt niet god dienen en de mammon.’ Dit laatste woord is overgenomen uit het Aramees, de taal van Jezus. Kort door de bocht verwijst het naar geld en bezit. Op een dieper niveau staat het voor alles wat je in de weg staat om je helemaal over te leveren aan de liefde van God. In die zin is ‘mammon’ per definitie niet te verenigen met Godsverering. Wie zijn leven afstemt op God, zegt nee tegen zijn mammon. Wie zich laat bepalen door de mammon, kan niet gericht staan op God. Het meest direct zie je de mammon aan het werk in de verleidelijkheid van geld. Dat is vandaag zo, dat was in Jezus’ tijd zo. Dat was zo ten tijde van Amos, in de achtste eeuw voor Christus. Amos spreekt mensen toe die denken dat het wel kan: God dienen en de mammon. Ze houden zich blijkbaar aan de religieuze geboden. Hun handel stemmen ze af op de religieuze kalender die rekening houdt met de nieuwe maan en de sabbat. Vervolgens vervalsen ze de handel en bedriegen hun klanten om meer geld te verdienen. Zoals altijd zijn de grootste slachtoffers de armen en de misdeelden. ‘De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!’ De implicatie is dat deze dubbelzinnige houding hen duur te staan zal komen. God is immers begaan met het lot van de armen. Psalm 113 verbindt de majesteit van God met de onmacht van de weerloze arme. ‘Wie is als de Heer onze God, (…). Die van omhoog overziet de hemel en de aarde. Die machtelozen tilt uit het stof, van vuilnishopen de arme weghaalt.’ Wie God aanbidt, tilt de arme op. Wie zich het lot van de arme aantrekt, is een medewerker van God. Wie zich daarentegen distantieert van de arme omdat hij andere prioriteiten heeft, distantieert zich van God.

In het leven van Jezus komen de majesteit van God en de machteloosheid van de arme samen. ‘Jezus is arm geworden, terwijl Hij rijk was.’ Dit is geen verheerlijking van de armoede op zich. Het is niet zijn doel honger te lijden, kansarm te worden en slachtoffer van een meedogenloze wereld. Zijn armoede ligt in de kracht die Hij heeft om het wereldse los te laten. Zijn doel is om de weg te banen naar een ander soort rijkdom dan degene die de mammon voorspiegelt. ‘Jezus is arm geworden (…) opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.’ 

Deze hemelse rijkdom is voor iedereen bedoeld. Zonder uitzondering zijn allen hiervoor uitgenodigd. Bid dus voor allen, zegt Paulus. Uitdrukkelijk noemt hij dan degenen voor wie de jonge christelijke gemeenschappen liever niet baden. Bid voor koningen en hooggeplaatsten. Misschien lag dat moeilijk omdat die koningen en hooggeplaatsten het leven van de christenen moeilijk maakten. Wie is de persoon, wie is de groep van mensen die jij van nature niet zou meenemen in je gebed? Luister goed naar Paulus: ‘God (…) wil dat alle mensen gered worden.’ Paulus ziet zichzelf immers als de heraut van Gods eenheid. Die eenheid mag niet verbroken worden door haat en ruzie in zijn gemeenschap. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be