De Schatkamer

26e zondag door het jaar

25 september 2022


Amos 6, 1a, 4-7

Psalm 146, 7,8-9a, 9bc-10

1 Timotheüs 6, 11-16

Johannes 6, 64b en 69b

Lucas 16, 19-31









De kloof tussen arm en rijk krijgt alle aandacht tijdens de 26ste zondag. Vorig week legden de lezingen een kloof bloot tussen de verering van God en het nastreven van werelds bezit. Juist in het lot van de arme leidde dit tot een onoplosbare spanning. Vandaag wijst Jezus erop dat het een fundamenteel probleem is als de rijke het lot van de arme niet toelaat in zijn bestaan. De twee leven in een compleet andere realiteit. Terwijl de arme contact zoekt, is de rijke te druk met feestvieren om zich bewust te zijn van een probleem. Deze kloof op aarde vertaalt zich vervolgens in een kloof over de grens van de dood. Dan is het de rijke die om contact smeekt. Maar het is te laat: ‘Er [gaapt] tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.’ 

De kortzichtige houding van de rijke in Jezus’ verhaal zien we terug in de profetie van Amos. Hij trekt van leer tegen de zorgelozen en de zelfverzekerden. De eerste groep wentelt zich zo in het comfort van het eigen bestaan dat ze arrogant worden en kwetsend. De tweede zijn alleen gericht op onmiddellijke behoeftebevrediging. Amos beschrijft hoe zij in een cocon zitten: lui, vadsig en decadent. Ze zijn kortzichtig omdat hun iets ontgaat: Jozefs ondergang. De profeet verwijst naar de geliefde zoon van Jakob die door zijn broers in een vergeetput terechtkomt en uiteindelijk verkocht wordt aan een passerende karavaan. De kroost van Israël bekreunt zich niet om het lot van een van de eigen broers. Bij Amos gaat het echter niet over een verhaal of een gelijkenis. Hij beschrijft de harde werkelijkheid. Ook de onze. Zijn conclusie is scherp: ‘Het [is] gedaan met feesten.’ 

De houding van de rijke, de zorgelozen en de zelfverzekerden staat in schril contrast met het beeld van onze God zoals het in Psalm 146 naar voor komt. ‘Verdrukten verschaft Hij recht. De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft hij de vrijheid.’ Daarom bezingen we Hem: ‘Looft mijn ziel, de Heer.’ Maar we moeten ook oppassen. ‘De zondaars laat Hij verdwalen’, zingen we ook. Op welke positie bevinden wij ons? Niet de stand van onze bankrekening is het antwoord op die vraag maar de openheid van onze blik. Wie is de arme die voor mijn poort ligt? 

Houd de ogen op Jezus gericht. Hij is arm geworden, hoewel Hij rijk was. In zijn spreken en luisteren, in zijn doen en laten, in zijn omgaan met mensen en met God, heeft Hij zich altijd fundamenteel opengesteld voor de ander, wie hij ook was. Het is zijn verlangen dat wij deze weg opgaan om te delen in zijn rijkdom. We willen te gast zijn op het feestmaal waar Hij gastheer is.

Dat vergt energie, zegt Paulus: ‘Streef, strijd, grijp, bewaar!’ ‘Zoek gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.’ Het zijn de vereisten om de loopwedstrijd waarnaar Paulus vroeger verwees te voltooien. Dat is de enige weg naar het ware leven, het diepste geluk, het Rijk waarvan God de koning is. Dat is de manier waarop wij hier en nu waakzaamheid tonen. De ogen en het hart geopend voor wie smeekt om barmhartigheid. De blik gericht op de uiteindelijk komst van Hem die ons redt: ‘de verschijning van onze Heer Jezus Christus’. 

Laten we proberen dit concreet te maken. Hoe vertaal je de opdracht van Paulus in de verhouding met de arme die aan onze poort ligt? Gerechtigheid betrachten betekent: structuren die de kloof tussen arm en rijk verdiepen, ontmaskeren en politiek bestrijden. Godsvrucht nastreven betekent in deze context: de relatie met God onmiddellijk vertalen in de relatie tot de naaste die zorg vraagt. Blijven geloven in de relatie met de arme vraagt om in het gelaat van de ander God zelf te zien: onze God openbaart zich in de mens die zich tot mij richt voor bijstand. Liefde in de omgang met de arme impliceert een mateloosheid die nooit tot paternalisme leidt: blijven geven zonder zich ooit boven de ander te plaatsen. Volharding betekent: niet toegeven aan kritiek en twijfel, zowel van buitenaf als van binnenin. Zelfs niet opgeven als je je verraden voelt door de persoon voor wie je zorg draagt. Zachtmoedigheid in de relatie met de arme betekent: niet oordelen over de ander. Mildheid tonen als die niet evident is. Hier moeten we volgens Paulus naar streven. ‘Strijd de goede strijd van het geloof. Grijp het eeuwige leven. Bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept!’


kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be