De Schatkamer

33e zondag door het jaar

13 november 2022


Maleachi 3, 19-20a

Psalm 98, 5-6, 7-8, 9

2 Tessalonicenzen 3, 7-12

Matteüs 34, 42a en 44

Lucas 21, 5-19









‘Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij’, zegt het evangelievers van deze zondag. Enkele weken geleden kreeg de smekende houding van de gelovige gestalte in de geheven armen van Mozes en de naar de bergen gerichte ogen van de psalmist. Vandaag vertolkt dezelfde opwaartse beweging niet het smachtend verlangen naar Gods genade maar het verwachtend uitkijken ernaar. Het Griekse woord dat we met ‘verlossing’ vertaald hebben, beklemtoont de grote afstand tussen de aanvankelijke toestand van ellende en de nieuwe realiteit van heil. Uitkijkend naar Gods ingrijpend handelen mogen we grootse verwachtingen koesteren als zijn dag komt. 

Nochtans dient die tijd zich angstaanjagend aan. In zijn aankondiging van de eindtijd spreekt Jezus van verwoesting, oorlogen, onlusten, strijd, aardbevingen, hongersnood en pest. ‘Laat u dan niet uit het veld slaan’, zegt Jezus. Het beeld achter het Griekse woord is dat je heen en weer begint te fladderen in plaats van je koers aan te houden. De leerlingen staan gericht op het Koninkrijk dat nabij is. De schrikwekkende realiteit waarin ze terechtkomen, mag er niet toe leiden dat ze panikeren en het einddoel uit het oog verliezen. Op zich al een uitdaging, maar er is meer. Vooraf zullen de leerlingen een pijnlijke periode door moeten. ‘Nog voor dit alles geschiedt, zullen ze u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u (…) gevangen zetten.’ Opgejaagd wild zullen de leerlingen zijn vanwege Jezus’ Naam. Hun diepe persoonlijke verbondenheid met Jezus Christus zal de reden zijn waarom ze zich permanent onveilig zullen voelen. ‘Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis’, verwittigt Jezus hen. Een getuigenis is het moment waarop je officieel stelling inneemt. Op de weg die de leerlingen met Jezus afleggen naar Jeruzalem, de plek van zijn vernedering en verheffing, komen we stilaan aan de beslissende wending. Ga je mee of niet? Houd je vol of haak je af? Voor de salonchristenen van onze tijden lijkt de vraag wellicht veraf. Voor Jezus is het echter glashelder dat het leerlingschap uiteindelijk tot deze tweesprong leidt. ‘Ge zult (…) overgeleverd worden en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen’. Wie op dat moment blijft kiezen voor Jezus getuigt van standvastig geloof en onwankelbare hoop. Dan komt de ware aard van de gelovige aan het licht. Tegelijkertijd legt de martelaar getuigenis af van wie Jezus is: de weg, de waarheid en het leven. Degene voor wie je je leven veil hebt. Degene door wie zelfs de macht van de dood overwonnen is: ‘Geen haar van uw hoofd zal verloren gaan. Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.’ 

De profeet Maleachi verkondigde al het beslissende karakter van de eindtijd die hij ‘de dag’ noemt. Dan zal verloren gaan wat vergankelijk is. Wat geen eeuwigheidswaarde heeft zal het vuur verslinden. ‘Maar voor u die mijn Naam vreest, gaat de zon van de gerechtigheid op’, zegt God door de mond van de profeet. De Naam van God vrezen is een Bijbelse uitdrukking voor de intense eerbied van het schepsel tegenover zijn Schepper. Het is de opdracht van de profeet het Godsvolk in de juiste verhouding tot God te plaatsen. Enkel dan is ‘de dag’ geen schrikwekkend gebeuren maar iets om naar uit te kijken omdat eindelijk gerechtigheid zal geschieden en Hij zal genezen wat gekwetst is. De leerlingen die zich niet laten afschrikken door de vervolging, mogen zich aangesproken weten als Maleachi ‘voor u’ zegt. Ze leggen immers getuigenis af van hun ‘vreze Gods’. Daarom is de komst van God als rechter van de volken voor hen een vreugdevol gebeuren: ‘Laat schallen trompet en bazuin en juicht voor de Heer, uw koning,’ zegt de antwoordpsalm. Deze vreugde mag hoorbaar zijn in de acclamatie van het keervers. Dat is in het verleden wel eens anders geïnterpreteerd. Het laatste oordeel heeft in de geschiedenis van onze Kerk soms gefunctioneerd als afschrikmiddel tegen de zonde. De pedagogie van de angst moest mensen toen naar God leiden. Het klopt natuurlijk dat de rechter een angstaanjagende figuur is voor de misdadiger. Het slachtoffer echter kijkt met grote hoop naar degene die rechtzetting, vergoeding en herstel kan bewerkstelligen. ‘Zij groeten de Heer, die nabij komt, die nadert als rechter der aarde.’ ‘Met haar vleugels brengt [de zon van de gerechtigheid] genezing,’ troost de profeet het Godsvolk dat reikhalzend uitkijkt naar de verlossing die nabij is. Wie Jezus volgt, weet dat hij het lot van de slachtoffers zal delen om met hen verwachtend uit te zien naar Gods verlossing.

Paulus richt zich tot de volgelingen van Jezus in Tessalonica. Blijkbaar zijn er enkelen onder hen die het leerling zijn langs de gemakkelijke en comfortabele kant nemen. Op deze manier leggen ze echter een negatief getuigenis af. Paulus herinnert hen aan het voorbeeld dat hij zelf gesteld heeft. Tijdens zijn verblijf in Tessalonica heeft hij het werk niet geschuwd, met veel inspanning en moeite heeft hij gearbeid. Dat is hoe je in het spoor gaat van Jezus’ leerlingen. Dat is de manier om met Jezus de weg af te leggen naar Jeruzalem.  


 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be