De Schatkamer

22e zondag door het jaar

30 augustus 2020


Jeremia 20, 7-9

Psalm 63, 2, 3-4, 5-6, 8-9

Romeinen 12, 1-2

Vgl. Efeziërs 1, 17-18

Matteüs 16, 21-27



Wie weet heeft Petrus in de evangelielezing van vorige week wel gehoord dat Jezus hem de sleutels van het Rijk der hemelen toevertrouwt maar niet gecapteerd dat de betrokken werkwoorden in de toekomende tijd stonden. In ieder geval lijkt hij de sleutels die hij nog niet heeft, al te willen gebruiken als hij Jezus ‘ernstig onderhoudt’. Op een belerende toon wil hij Jezus op een ander spoor zetten. Niet verwonderlijk dat Jezus’ reactie scherp is. In plaats van de econoom van Gods huishouden toont Petrus zich hier als de tegenstander ervan. Dat is de letterlijke vertaling van het Hebreeuwse woord ‘satan’: tegenstander. Jezus demoniseert Petrus niet maar maakt wel duidelijk dat hij het verkeerde pad kiest. Opnieuw staat Petrus op de tweesprong die enkele weken geleden ‘twijfel’ werd genoemd. Jezus maakt duidelijk waar het op neer komt: ‘Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.’ Zo word je een obstakel op de weg naar het Rijk der hemelen: ‘Gij zijt mij een aanstoot’ – skandalon in het Grieks. Het is schandalig.

Waarover gaat het? Dat de weg van God over ruw terrein loopt en geen snoepreisje is. Jezus geeft voor het eerst aan dat Hij onderweg is naar Jeruzalem: lijden, dood en verrijzenis kondigt Hij aan. In een adem noemt Hij het mooiste en het meest tragische element van zijn zending. De opstanding zal leiden tot uitzinnige vreugde maar veronderstelt eerst de verschrikking van de kruisdood. We herkennen erin de twee zijden van de profetische medaille.

Jeremia lijdt enorm onder zijn zending. Hij wordt gehoond, gepest en vervolgd. Hij moet immers namens God slecht nieuws brengen. Hij moet zeggen wat de mensen niet willen horen. De drang om niet de weg van God maar de weg van de mens te gaan, kan dan groot worden. ‘Soms denk ik: ‘Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam’.’ En toch gaat hij verder. Hij kan niet anders. Zijn roeping is als een vuur in zijn hart, een brand in zijn gebeente. Wie vervuld is van waarheid, kan dit niet voor zich houden. De profeet is zo nauw verbonden met de God die waarheid is, dat hij er niet tegenop kan. Zelfs al kost het hem zijn leven.

Dit inzicht is in Jezus al gerijpt als Hij de weg naar Jeruzalem kiest. Voor de leerlingen is het echter nog nieuw. Petrus is er duidelijk nog niet klaar voor. Bovendien maakt Jezus het nog een gradatie erger. De leerlingen zullen zelf het lot van de profeten moeten dragen. Ook zij moeten op pad in de richting van Jeruzalem: lijden, sterven en verrijzen is ook hun toekomst. Ze worden immers getuigen van de Waarheid die Jezus is en die ze niet voor zichzelf zullen kunnen houden. Zijn kruis wordt het hunne. Zijn levensgave wordt de hunne. Langs deze weg zullen ze ten slotte het ware leven binnengaan.

Paulus verbreedt deze roeping naar alle volgelingen van Christus. Wat Jezus ‘menselijke overwegingen’ noemt, verwoordt Paulus als ‘de wereld’. Een christen stemt zijn gedrag niet af op de wereld maar leeft vanuit de nieuwe visie: Gods wil die richt op ‘wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt’. Laten we even dieper ingaan op de drie Griekse termen achter deze uitspraak. ‘Agathon’ is het intrinsiek goede. Het is de goedheid die God heeft geschonken aan de schepping en die zich openbaart aan de mens. ‘Euareston’ is wat God behaagt. Het is de goedheid die de mens kan ontwikkelen, tonen en doorgeven. ‘Teleion’ is de voltooiing, het bereiken van het einddoel. Het is de goedheid die heerst in het Rijk der hemelen. Daar vallen de Goddelijke en menselijke goedheid samen. Daarop dienen we ons als christenen af te stemmen, zegt Paulus. Dit impliceert dat we onszelf aan God toewijden ‘als een levende, heilige offergave’. Ook voor ons is de weg naar Jeruzalem de enig mogelijke om thuis te komen in het Rijk der hemelen.

Met de antwoordpsalm oefenen we ons in het verlangen om met goede moed deze niet evidente tocht aan te vatten en voort te zetten. Door ons zingen, mag in ons het vuur van Jeremia oplaaien: ‘Naar U, Heer, dorst mijn ziel en hunkert mijn hart’. Het is deze hunkering die ons het kruis doet opnemen en ons doet zeggen: ‘Meer waard dan het leven is mij uw genade’.

Grootse woorden. Het is gedurfd. Het zal niet gemakkelijk zijn. Zo waarschuwt ook de verrezen Jezus aan het eind van het Johannesevangelie: ‘Toen ge jong waart, deedt ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Ben jij er klaar voor? ‘Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus ons innerlijk oog verlichten om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept!’

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be