De Schatkamer

23e zondag door het jaar

6 september 2020


Ezechiël 33,7-9

Psalm 95,1-2, 6-7, 8-9

Romeinen 13,8-10

2 Korintiërs 5,19

Matteüs 18,15-20



Zieltjeswinnen. Het heeft voor velen vandaag een negatieve connotatie, vandaar ook het neerbuigende verkleinwoord ‘zieltjes’. Menigeen hoort in dit concept een drang om iemand tegen zijn zin in te lijven. Beelden komen naar boven van gedwongen bekeringen in koloniale tijden. Het zieltje mag dan gewonnen zijn, de persoon in kwestie heeft verloren. Een term di niet meer van deze tijd is dus? De lezingen van deze zondag doen anders vermoeden. Wil je christen zijn, dan moet je begaan zijn met het winnen van zielen. Het hoort er inherent bij. Maar dan moet het wel duidelijk zijn dat de betekenis van het concept anders is dan velen het vandaag verstaan.

Het evangelie van deze zondag spreekt over het winnen van een broer. Bedoeld wordt iemand binnen de gemeenschap van Jezus’ leerlingen. De Griekse term heeft een mercantiele connotatie. Je ruilt iets in voor wat een hogere waarde heeft. De term kan ook betekenen ‘niet verloren laten gaan’. Daarover gaat het. Een leerling van Jezus moet begaan zijn met de groei van de broeders en zusters. Je mag geen gelegenheid laten voorbijgaan om je broer of zus sterker, beter, mooier of meer waardevol te maken. Je moet vermijden dat je broer of zus ten onder gaat.

Dat is wat dreigt te gebeuren als een van de broeders zondigt. Zonde is in eerste instantie geen morele categorie maar een godsdienstige. Het Griekse woord roept het beeld op van de pijl die zijn doel mist. Zondigen is bewust ‘nee’ zeggen tegen God: de mens die God mist. Je weet welke de ware weg is maar je kiest willens en wetens een andere. Voor je het weet, word je een obstakel op de weg naar God: een skandalon. Je wordt een satan: een tegenstander van het doorbreken van Gods Rijk der hemelen. Het gevolg is dat je buitengesloten raakt. Je weigert je hand uit te steken om de reddende kracht van Jezus af te smeken. Je verliest alle hoop op heling en zit gevangen in de vergankelijkheid van de menselijke wereld. Jezus verwacht van zijn leerlingen dat ze elkaar helpen dit te voorkomen. ‘Ben ik de hoeder van mijn broeder?’ vraagt Kaïn aan God in het boek Genesis. ‘Ja!’ antwoordt Jezus.

De profeet Ezechiël verkondigt zelfs dat dit een kwestie van leven of dood is. Niet alleen voor degene die gezondigd heeft maar ook voor zijn broer of zus die hem op deze zonde moet wijzen. ‘Als gij de boosdoener niet waarschuwt voor zijn gedrag dan sterft die boosdoener wel om eigen schuld maar dan kom Ik zijn bloed van u opeisen.’ Wie alleen begaan is met zijn eigen redding, gaat zelf ten onder. Dit gaat in tegen een individualistische visie op geloof. De moderniteit herleidt religie tot een persoonlijke keuze die hooguit in de privésfeer beleefd wordt. Iedereen mag zijn heil zoeken waar hij zelf wil maar moet de rest hierover gerust laten. De profeet is duidelijk: dat is niet de Bijbelse roeping. Wie gelooft dat hij waarheid en heil heeft gevonden, mag daar niet over zwijgen. Te allen tijde zijn we de hoeders van onze broeders en zusters.

Dit ontneemt de vrijheid van de broer of zus niet. Jezus vraagt van ons dat we er elkaar moedig op aanspreken als we de weg kwijtraken. Het behoort tot de vrijheid van de persoon in kwestie om te luisteren of niet. Als de zondaar halsstarrig blijft, kan dit leiden tot excommunicatie: hij maakt geen deel meer uit van de gemeenschap van de leerlingen van Jezus. Deze excommunicatie is geen oordeel van een of andere kerkelijke overheid. Het is een handeling van de persoon die weigert te luisteren naar wat zijn broeders en zusters hem duidelijk proberen te maken. Merk op dat Jezus de sleutelmacht van Petrus nu verleent aan de verzamelde Kerk: binden en ontbinden. Het is de gemeenschap van Jezus’ leerlingen die zal bepalen wat orthodox is: de juiste manier met name om als christen eredienst te bedrijven.

Deze gemeenschap dient steeds gericht te blijven op verzoening en onderlinge liefde. ‘God was het die in Christus de wereld met zich verzoende’, zegt het evangelievers, ‘en Hij gaf ons de boodschap van verzoening.’ Er is geen zonde zo groot dat ze ons ontslaat van onze roeping om onze broers en zusters te winnen. Niet wij moeten verzoenen. God heeft zich reeds verzoend. Met die boodschap worden wij naar een zondaar gestuurd in de hoop dat hij zich laat verzoenen. Iedereen weet dat dit niet evident is. Wie ben ik om iemand anders op zijn gedrag aan te spreken? De splinter en de balk, weet je wel? Waar haal ik de autoriteit om hierover uitspraken te doen? Wat zal de ander niet van mij denken? Is het niet beter te zwijgen omwille van de lieve vrede?

Nee! Het is namelijk een kwestie van liefde. Je hoeft geen rechter te zijn over de ander. Je bent niet beter dan de ander. Het enige wat van je gevraagd wordt, is hartstochtelijk begaan te zijn met het geluk van de ander. Als je een blinde in de richting van een afgrond ziet stappen, moet je je uiterste best doen om hem te stoppen en van richting te doen veranderen. Dat is een basisvoorwaarde voor een liefdevolle relatie. Dat is een basisvoorwaarde binnen de gemeenschap van Jezus’ leerlingen.

Psalm 95 is een oproep niet halsstarrig te zijn. Waar het Hebreeuws het niet luisteren verbindt met de hardheid van het hart, plaatst het Nederlands deze houding in de nek: hals-starrig of hard-nekkig. Het is een schitterend beeld: de weigering om een breed perspectief te houden en andere opties toe te laten. Het volharden in de positie die je hebt aangenomen zelfs als je diep vanbinnen weet dat het beter anders loopt. ‘Wees niet halsstarrig’, zegt God aan het volk Israël in de psalm. Het is bijna een smeekbede. Sluit je niet af van je broers en zussen die je de juiste weg tonen. Loop alsjeblieft niet de afgrond in. Als we in het keervers van de antwoordpsalm deze oproep zingen, mogen we ons zelf aangesproken weten. En dan wordt plots ook duidelijk: er zal ongetwijfeld een moment komen dat mijn broeders en zusters mij komen aanspreken over mijn gedrag. Ook in mij leeft de zonde. Ook ik moet gered worden. Ik hoop dat ik niet zal vastrijden in halsstarrigheid. Ik reken erop dat anderen ertoe zullen bijdragen dat mijn ziel gewonnen wordt.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be