De Schatkamer

29e zondag door het jaar

17 oktober 2021



Jesaja 53, 10-11

Psalm 33, 4-5, 18-19, 20 en 22

Hebreeën 4, 14-16

Marcus 10, 45

Marcus 10, 35-45




‘Ik ben gekomen om mijn leven te geven als losprijs voor jullie.’ Dat is Jezus’ boodschap vandaag.  Het achterliggende beeld is dat van een gijzeling. Zolang niet voldaan is aan de voorwaarden van de gijzelnemers, lopen de gevangenen het gevaar gedood te worden. Als het losgeld betaald is, zijn de gijzelaars vrij. Meestal gaat het over een financiële transactie maar soms dient een mens zich aan die zijn leven veil heeft voor de bevrijding van de slachtoffers. Denk aan de heilige Maximiliaan Kolbe die in Auschwitz de plaats innam van een vader. Van twee kinderen toen tien mensen terechtgesteld zouden worden. Of denk aan de Franse gendarme die enkele jaren geleden de plaats innam van een gegijzelde vrouw en uiteindelijk doodgeschoten is. Het is het grootste geschenk dat een mens kan geven. 

Jezus heeft al een tijdje door dat in deze zelfgave zijn diepste roeping schuilt. Bovendien is zijn zending niet gericht op de redding van een specifieke persoon of groep. Zijn leven zal bevrijding betekenen voor ‘velen’. Lees gerust: allen. In dat kader herkent Jezus zich in het beeld van de Lijdende Dienaar zoals de profeet Jesaja die had aangekondigd. ‘Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar velen rechtvaardigen’, horen we in de eerste lezing. 

In deze tekst leren we dat dit een Goddelijk initiatief is. Het gaat over een besluit van de Heer zelf. Het doel van deze handeling is een zoenoffer te zijn. Het gaat over het herstel van iets dat gebroken is. Zoals Jesaja het beschrijft is er echter geen aparte slechterik in het spel. Geen nazi, geen terrorist. Degene die gered wordt, is dezelfde als degene die de breuk heeft veroorzaakt. ‘Hij zal zich belasten met hun fouten’, zegt Jesaja. 

Daarom is de Lijdende Dienaar niet een typische held die de slechterik bestrijdt en de goedzak redt. De Lijdende Dienaar is een beeld van de barmhartige God die het kwaad niet blijft aanrekenen. Door zijn vergevende liefde bevrijdt Hij de mens uit de benauwende wereld van de zonde. Ieder van ons dus. Daarom nemen wij psalm 33 in de mond als antwoord: ‘Wij stellen al onze hoop op de Heer, Hij is onze hulp en ons schild. Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen zoals ons vertrouwen uitgaat naar U’. 

Het is in dat vertrouwen dat we met de tweede lezing tot bij de troon van Gods genade mogen naderen. Dat we dat mogen doen met al ons kwaad. We ontmoeten daar immers iemand die weet heeft van onze menselijke realiteit, iemand die het allemaal zelf doorleefd heeft. Met de woorden van Hebreeën: ‘Wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden’. Voor die troon mogen we dus barmhartigheid verwachten, genade en tijdige hulp.

Dit is echter slechts één kant van de medaille. Als leerlingen van Jezus staan we niet enkel in de positie van de persoon die gered wordt. Jezus nodigt zijn leerlingen uitdrukkelijk uit zich zelf ook te identificeren met de Lijdende Dienaar. Wij allen hebben als diepste roeping de barmhartigheid die we ontvangen ook door te geven aan anderen. Zoals Jezus dienaar worden, slaaf. Bereid om het eigen leven los te laten voor de ander. 

De zonen van Zebedeüs hebben daarin nog een lange weg af te leggen. Zo ook de meesten van ons. Ons instinct drijft ons immers de andere richting uit. Gelukkig kunnen wij terugkijken op een kerkgeschiedenis waarin concrete mensen wel degelijk de vrijheid hebben ervaren om hun leven weg te geven. Een gendarme is bij een terroristische aanslag, een priester in een concentratiekamp, een pater picpus op een eiland voor de melaatsen. Het beeld van Gods oneindige barmhartigheid kan vlees en bloed krijgen in ons menselijke bestaan. Dat is heiligheid. Daartoe zijn wij geroepen.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be