De Schatkamer

29e zondag door het jaar

18 oktober 2020


Jesaja 45, 1, 4-6

Psalm 96, 1 en 3, 4-5, 7-8, 9-10a en c

1 Tessalonicenzen 1, 1-5b

Filippenzen 2, 15d - 16d

Matteüs 22, 15-21



De confrontatie met de oudsten en hogepriesters is achter de rug. Een andere tegenstander biedt zich aan: de Farizeeën. Terwijl de eerste groep eerder macht uitstraalt, zijn de Farizeeën wetsgetrouwe religieuzen. Zij kennen het verbondscontract en leven er strikt naar. Voor de clash met Jezus dagen ze echter niet zelf op maar sturen ze hun leerlingen mee met de zogenaamde Herodianen. Deze laatste groep is genoemd naar koning Herodes, waarschijnlijk waren het de wetgeleerden die zijn koningschap ondersteunden. Dit betekent dat Farizeeën en Herodianen het oneens waren over de houding die het volk moest aannemen tegenover de keizer. Terwijl de Farizeeën absoluut verboden dat een Jood eer zou brengen aan een vreemde overheerser, stelden de Herodianen dat dit wel kon. Het plannetje dat de Farizeeën opzetten is erop gericht dat het antwoord van Jezus ofwel de ene ofwel de andere groep in het harnas zou jagen.

Hoe slinks ook het plan, de inleiding op de vraag is prachtig. ‘Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert.’ Via hun leerlingen laten de Farizeeën zien dat ze Jezus als ‘waar’ beschouwen. De waarheid, daar vertrouw je je helemaal aan toe. Je hele bestaan richt zich ernaar. Je kan er niet over zwijgen. Onderweg met Jezus hebben de leerlingen dat geleerd. Raar toch: de Farizeeën herkennen de waarheid maar komen niet tot erkenning ervan. Ze zien waar de weg van God is maar weigeren die te bewandelen. Meer nog, ze willen Jezus vangen en onschadelijk maken. Het Griekse woord in kwestie komt uit de wereld van de vogelvangst. De Farizeeën willen Jezus in de val lokken.

Het tegendeel van de Farizeeën vinden we in Cyrus. Hij is de koning van Babel, de bezetter van het heilig land in de zesde eeuw voor Christus. Van hem weten we dat hij het Godsvolk heeft toegelaten uit Tweestromenland terug te keren naar Juda en om de tempel te herbouwen in Jeruzalem. Dank zij hem komt er een einde aan de tragedie van de Babylonische ballingschap. De profeet Jesaja verkondigt dat dit Gods doen was. De Heer heeft Cyrus bij de rechterhand genomen en hem tot een instrument gemaakt van de heilsgeschiedenis. Het is een geloofsovertuiging die je vaker bij de profeten ziet. In en door de mensengeschiedenis is God aan het werk. Op deze zondag leren we Cyrus kennen in contrast met de Farizeeën. Deze laatsten kennen God en herkennen de waarheid maar zetten er zich tegen af. De koning van Babel kent God niet en wordt zijn instrument. ‘Het was omwille van Israël, mijn uitverkorene, dat Ik u bij uw naam heb geroepen alhoewel gij Mij niet kende’, lezen we, ‘Ik heb u omgord zonder dat gij Mij kende, zodat allen het nu kunnen weten: Ik ben de Heer, en niemand anders!’  

Zoals de Farizeeën hebben wij de Heer leren kennen. Gaandeweg zijn we in Hem de Waarheid gaan ontdekken. Zoals Cyrus weten wij ons geroepen om Gods instrument te worden in de heilsgeschiedenis. Dat kan alleen als we Hem erkennen als de dragende kracht van ons leven. Dus nemen we de woorden van Psalm 96 in de mond: ‘Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.’ Ook in onze geschiedenis is Hij aan het werk: ‘Zegt tot elkander: ‘De Heer regeert!’ De volken bestuurt Hij met billijkheid.’ Dat is het woord waar het vers voor het evangelie over spreekt: ‘Gij schittert als sterren in het heelal, houdt vast aan het woord dat leven geeft.’ Iets van Gods grootsheid in de geschiedenis komt aan het licht in deze concrete confrontatie van Jezus en zijn tegenstanders. Wat schijnbaar een dilemma is waar Jezus nooit ongehavend uit kan komen, wuift Hij met groot gemak weg. Niet zonder met profetische woorden de valsheid van de vraagstellers te benoemen: ‘Huichelaars!’

Het is de enige categorie mensen die Jezus geregeld boos maakt. Zij die de waarheid kennen, er prat op gaan dat ze daardoor meerderwaardig zijn maar ondertussen die waarheid in de weg staan. Als Paulus zijn brief aan de christenen van Tessalonica begint, jubelt hij van dankbaarheid dat in deze jonge gemeenschap een heel andere spirit heerst. In hen herkent hij de fundamentele roeping van elke gemeenschap die in Jezus de waarheid herkent: werkdadig geloof, onvermoeibare liefde en standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Zo word je dus een ster die schittert in het heelal.

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be