De Schatkamer

Tweede zondag van de advent

6 december 2020


Jesaja 40,1-5.9-11

Psalm 85,9ab en 10, 11-12, 13-14

2 Petrus 3,8-14

Lucas 3,4.6

Marcus 1,1-8


We hebben een profeet nodig. Iemand die het woord van God op zo’n manier tot bij ons brengt dat het ons raakt en transformeert. Een profeet is meer dan Gods spreekbuis, hij is ook een vertaler, een tolk. Hij kent niet alleen de taal van God maar ook de taal van de mens. Hij heeft weet van wat zich afspeelt in het menselijke hart aan hoop en verlangen, aan angst en kwetsbaarheid. Hij weet ook hoe vatbaar de mens is voor de verleiding om de verkeerde wegen te kiezen. 

Ook God weet hoezeer zijn volk profeten nodig heeft. In de eerste lezing horen we zijn hartstochtelijke roep tot profetisch handelen. Hij zendt zijn tolk uit met de opdracht om het volk te troosten. Deze troost bestaat in aanzegging van vergeving. ‘Troost mijn volk (…), roep haar toe dat haar ongerechtigheid vergeven is.’ Door zijn zondig gedrag heeft het volk zijn relatie met God verbroken. Door Gods vergeving zal deze relatie hersteld worden. Maar dit gebeuren moet aangekondigd worden. En het volk moet zich erop voorbereiden. Voor de Heer die in aantocht is, moet de weg gebaand worden. Het is een koninklijk beeld. Als de vorst zich verplaatst, is het met zijn gevolg. Dat betekende dat obstakels letterlijk moesten verwijderd worden en wegen aangelegd. Daarvoor heb je werkmensen nodig. De profeet kondigt de komst van de hemelse koning aan. Maar ook Hij heeft werkmensen nodig die de obstakels doen verdwijnen en de weg banen. 

In het keervers van de antwoordpsalm erkennen we Gods nabijheid en drukken we uit hoeveel we van Hem verwachten. De brief van Petrus geeft aan wat van ons verwacht wordt om Hem echt te ontvangen. Wie uitkijkt naar Gods komst moet zich beijveren onbevlekt en onberispelijk voor Hem te verschijnen. Petrus roept de christenen ertoe op uit te munten in een heilig leven en innige vroomheid. In vrede met God, zegt de tekst. Deze attitude vraagt inspanning: het labeur van de werkmensen die het landschap moeten aanpassen aan de komst van de koning. De profeet roept mensen zoals u en mij op de handen uit de mouwen te steken. ‘Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht’, zegt het evangelievers. Niet ter wille van de koning trouwens maar omdat zijn komst heil zal brengen. ‘Heel de mensheid zal Gods redding zien.’ 

Het evangelie presenteert ons Johannes de Doper als zo’n profeet. Merk op hoe succesvol hij is. ‘Heel de landstreek Judea en alle inwoners van Jeruzalem trokken naar hem uit, en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan’. Dank zij Johannes de Doper moet Jezus niet op zoek naar een publiek als Hij door het land trekt. De mensen staan klaar om Hem te ontvangen, als een koning die redding brengt. 

Het lied God zij geloofd uit alle macht is een bewerking van het loflied van Zacharias, dat je vindt in het Lucasevangelie. De oude priester prijst God omdat hij samen met Elizabeth een zoon heeft gekregen. Hoewel Johannes op dat moment pas geboren is, voorziet Zacharias voor hem een grote toekomst: ‘En gij, kind, zult profeet genoemd worden van de Allerhoogste, want gij zult voor de Heer uitgaan om zijn wegen te bereiden.’ In de hymne vertaalt Willem Barnard het zo: ‘Zo zult gij voor de Heer uitgaan, een stem die Hem de toegang baant: bereidt Hem alle wegen.’ 

Is Johannes de Doper nog steeds de grote profeet die zijn vader zo vroeg in hem herkende? Van nature ben je geneigd om die vraag te beantwoorden door te vertellen wat hij allemaal gedaan heeft. Dan blijf je hangen bij de gebeurtenissen van tweeduizend jaar geleden. Onze profeten willen echter in het nu spreken. Ze richten zich tot ons. Of Johannes de Doper vandaag een sterke profeet is, hangt of van zijn impact in onze harten. Bereidt hij voor en in ons de weg van de Heer? Trekken wij zoals de Judeeërs naar hem uit om ons door hem te laten bekeren? Kan hij in deze tijd mensen doen uitkijken naar de enige die heil en redding kan brengen? Degene die doopt met Heilige Geest? 

Als wij God zij geloof uit alle macht zingen, verlaten we onze cocon en trekken we naar Johannes uit. Met Zacharias herkennen wij zijn grote zending. Maar we bevestigen ook dat hij ons zal brengen bij de verlosser die licht brengt in het duister. ‘Gij zijt de stem der profetie sprekend van mededogen, want eens zal ieders oog Hem zien : de Opgang uit den hoge. Gezegend zij de dageraad, het licht dat weldra schijnen gaat voor wie in duister kwijnen. Hij zal de schaduw van de dood beschamen met zijn morgenrood. Op aarde daalt de vrede!’ 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be