De Schatkamer

2e zondag van Pasen

19 april 2020


Handelingen 2, 42-47

Psalm 118, 2-4, 13-15, 22-24

1 Petrus 1, 3-9

Johannes 20, 29

Johannes 20, 19-31


Handelingen

Het boek Handelingen geeft drie maal een korte samenvatting van het leven van de eerste christelijke gemeenschappen. Vandaag lezen we er een van. Er bestaat discussie of deze teksten moeten verstaan worden als beschrijving van een historische realiteit of als een mission statement waarin het ideaal wordt uitgedrukt. In ieder geval beluisteren wij vandaag deze tekst als verkondiging. Hier komt op een beknopte en compacte manier aan het licht wie wij zijn. Wat het betekent Kerk van Christus te zijn. Zo starten wij het mystagogische traject van de zondagen na Pasen. Als mensen die ofwel pas gedoopt zijn of tenminste pas onze doopgeloften hebben vernieuwd, mogen wij ons inspireren aan de gemeenschap van onze broeders en zusters zoals Handelingen ze beschrijft. 

Laat ons eens van naderbij bekijken wat ons over deze gemeenschap verkondigd wordt. Het Griekse werkwoord achter ‘ze legden zich ernstig toe’ beschrijft een relatie. De term betekent: iemand niet laten vallen, iemand ter zijde blijven staan. De tekst zegt dus niet dat de christenen zich wijden aan een doorgedreven theologische studie of dat ze blind gehoorzamen aan de regels. De gedoopten blijven zich actief verbinden met de verkondigende apostelen. Dit verbindt hen ook met elkaar.

Ze vormen een gemeenschap die haar gezamenlijkheid vindt in de Blijde Boodschap. Dat vertaalt zich in het breken van het brood en het gebed. ‘Breken van het brood’ kan je op twee manieren verstaan. Het kan gaan om de ‘convivialiteit’ van de gedeelde maaltijd. Maar het kan ook gaan over de Eucharistie. ‘Breken van het brood’ is een van de oudste benamingen van dit sacrament. Hoe dan ook drukt de gezamenlijkheid zich uit in de omgang met elkaar en in de relatie met God. Het vervolg van de lezing ontwikkelt dit basisconcept: eensgezind zijn, gemeenschappelijk bezitten, bezit verkopen en opbrengst verdelen, de tempel bezoeken, brood breken, samen genieten, God loven. Dat is wat de Kerk van Christus doet. En wie er getuige van is, kan niet anders dan erdoor geraakt worden. ‘Ontzag beving eenieder’ en ‘[ze] stonden bij het hele volk in de gunst’, lezen we. Geen wonder dat de aantallen zienderogen groeien. Maar let op: de groei van de Kerk is niet een prestatie van de christenen. ‘Elke dag bracht de Heer er meer bijeen’, staat er. Het boek dat we lezen mag dan wel ‘Handelingen van de apostelen’ genoemd worden. Als we naar de Kerkgemeenschap kijken, komt het handelen van God naar boven. Zou Jezus ook in ons zo aan het werk zijn? 


Eerste Petrusbrief

Zoals de lezingenreeks uit het boek Handelingen deze zondag aanvangt met een beknopte samenvatting van het kerkelijke leven, zo geeft het zegengebed van de eerste Petrusbrief een compact beeld van wat het betekent gedoopt te zijn. In het Grieks is de tekst die we horen één zin. Een waterval aan theologische termen en geladen Bijbelse woorden komt op ons af. Op deze tekst heb ik gewerkt voor mijn licentiaatsthesis en geloof me vrij: er valt veel over te vertellen. Maar laten we ons in dit kader beperken tot het volgende. Door het doopsel bevinden we ons in een tijdslijn met een geschiedenis die ons voorafgaat, een heden dat we delen en een toekomst waar we naartoe gaan. De Petrusbrief zegt iets over alle drie de tijdsvakken.

Kwantitatief is het verleden slechts beperkt aanwezig in deze tekst. Kwalitatief vormt het de basis van alles. Slechts een gebeuren uit het verleden is relevant: ‘de opstanding van Jezus Christus uit de dood’. Dit is de bron waaruit alle leven stroomt voor ieder die toetreedt tot de gemeenschap van de gedoopten. Paulus zegt het zo aan de Romeinen: ‘Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden.’

Dit nieuwe leven speelt zich af in het heden. Petrus noemt het ‘een leven van hoop’. Het is een paradoxaal bestaan. We zijn geborgen in Gods kracht, uitkijkend naar het heil. Tegelijkertijd zijn we overgeleverd aan een tijd van lijden en beproevingen. Het is een tijd waarin we zullen moeten tonen wat ons geloof precies waard is. De bron om dit vol te houden is de liefde voor Christus: ‘Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben.’ Vanuit die liefde groeit het geloof in een magnifieke toekomst. 

Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis zal ons doen juichen. Lof, heerlijkheid en eer zullen ons deel zijn. Onze vreugde zal hemels zijn en onuitsprekelijk. We zullen gered zijn. Dat is de toekomst die ons beloofd wordt. Daar vinden we de richting van ons bestaan. 


Evangelie

Zowat alle Bijbelgeleerden zijn het erover eens: het Johannesevangelie is het jongste in de reeks. Johannes schrijft voor christenen die Jezus niet hebben ontmoet. Hij schrijft voor christenen zoals wij. In die context is Jezus’ uitspraak aan Tomas veelzeggend: ‘Omdat gij Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.’ Niet voor niets is precies deze uitspraak gekozen als vers voor het evangelie. Dit gaat over ons. We kennen Jezus alleen indirect. We hebben mensen ontmoet die mensen hebben ontmoet die mensen hebben ontmoet die verklaarden: ‘Wij hebben de Heer gezien’. Aan deze verkondiging vertrouwen wij ons leven toe. ‘Geloof’ heet dat. Dat is waartoe het Johannesevangelie ons wil leiden. Aan het eind van dit twintigste hoofdstuk doet de auteur van dit evangelie iets merkwaardigs: hij treedt op de voorgrond om het doel van zijn schrijfwerk duidelijk te maken. Plots spreekt hij ons rechtstreeks aan met ‘gij’. ‘Deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is’ en ‘opdat gij door te geloven leven moogt in zijn naam.’ Zo willen wij naar deze Bijbelse lezingen luisteren: als mensen die willen groeien in geloof om het ware leven te vinden.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be