De Schatkamer

30e zondag door het jaar

24 oktober 2021



Jeremia 31, 7-9

Psalm 126, 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6

Hebreeën 5, 1-6

Vgl. 2 Timoteüs 1, 10b

Marcus 10, 46-52





Kyrie eleison!  - Heer, ontferm U over ons. We bidden het als gemeenschap verschillende malen tijdens een eucharistie. Het Griekse woord eleison klinkt ook in het evangelie van deze zondag. ‘Heb medelijden met mij’, geeft onze vertaling de kreet van de blinde Barttimeüs weer. Door de plaatsing in de eucharistie verstaan we het snel als een bede om vergeving. Hoewel zondevergeving zeker ook onderdeel is van goddelijke ontferming, heeft de term een bredere betekenis. Als God zich over ons ontfermt, toont Hij genade: Hij overlaadt de mens met zijn overvloedige liefde zonder dat die persoon daar recht op heeft. De roep om ontferming is een fundamenteel kenmerk van de gelovige mens. Daarom mag je de blinde Bartimeüs zien als een beeld van ieder van ons. Hij heeft door dat hij niet in staat is om zichzelf te redden en weet dat hij zich tot Jezus moet richten omdat in Hem Gods redding aanwezig is. De lezingen die aan het evangelie van deze zondag voorafgaan, verdiepen deze geloofsact. 

Uit de mond van de profeet Jeremia klinkt Gods toezegging van redding. Concreet situeert deze profetie zich in de context van de Babylonische ballingschap. Jeruzalem is gevallen. Dit betekent voor het Godsvolk niet alleen dat ze hun land en hun cultuur verliezen maar vooral ook dat hun religieuze identiteit in gevaar is. Als de Babyloniërs de tempel van God zomaar kunnen vernietigen, betekent dit dan dat de Babylonische goden machtiger zijn dan de God van Israël? Bij verschillende profeten vind je de taal die deze zondag in de eerste lezing klinkt: God zal het volk doen terugkeren. In dichte drommen zullen zij getroost weer thuiskomen. God zal zich ontfermen.

Ook over ons. Daarom zingen wij psalm 126 om te antwoorden op de eerste lezing. We herinneren  ons hoe God in de geschiedenis van het Godsvolk de terugkeer heeft gerealiseerd. We jubelen om de genade die op deze wijze zichtbaar is geworden: ‘Geweldig is het wat de Heer ons deed.’ Vervolgens bidden we dat hetzelfde nu ook aan ons mag gebeuren: ‘Keer nu ons lot ten goede, Heer’. Dat is de ontferming die Bartimeüs hoopt te vinden bij Jezus.

Hij is immers onze Heiland, verkondigt het vers voor het evangelie dat de ballingschap ‘de dood’ noemt en de terugkeer ‘onvergankelijk leven’. De tweede lezing uit Hebreeën gaat in op de rol van Jezus in dit verhaal van ballingschap en terugkeer. Hij is de middelaar, zoals de hogepriester het was in het cultische systeem van Israël. Hij werd aangesteld om de mensen te vertegenwoordigen bij God met de bedoeling om de breuken tussen God en volk te herstellen. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be