De Schatkamer

31e zondag door het jaar

31 oktober 2021



Deuteronomium 6, 2-6

Psalm 18, 2-3, 4-5, 47 en 51ab

Hebreeën 7, 23-28

Johannes 14, 23

Marcus 12, 28b-34





‘Wat is het allereerste gebod?’ De vraag van de schriftgeleerde aan Jezus is in de Joodse context beroemd en veelgesteld. Het complexe systeem van geboden en verboden maakt het immers niet altijd even gemakkelijk om aan alle verbondseisen te voldoen. Het gebeurt dat je keuzes moet maken en prioriteiten moet stellen. Wat heeft op zo’n moment voorrang? Het antwoord kon in Jezus’ tijd divers zijn. De sabbat, de besnijdenis, de offercultus en de voedingswetten waren allemaal kanshebbers om op de prioriteitenlijst bovenaan te prijken. 

Jezus gaat de kwestie niet uit de weg. Voor Hem is het duidelijk dat één principe vooraf moet gaan aan de uitvoering van de wetten over sabbat, besnijdenis, offer en voeding. Als die geen teken zijn van liefde, zijn ze immers hol en betekenisloos. Dat vindt Jezus niet uit en Hij is ook niet de enige Jood die dit inzicht heeft verworven. Jezus baseert zijn antwoord op twee teksten uit het Oude Testament. De liefde voor de naaste haalt Hij uit het boek Leviticus. De liefde voor God citeert Hij uit het boek Deuteronomium. Die tekst lezen we trouwens als eerste lezing deze zondag. Er staat: ’Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart’. Het blijft raar om te lezen dat je liefde kan verplichten. Is het niet juist de essentie van liefde dat het een vrije keuze is? Een geschenk? 

Om dit te verstaan, kan het helpen de vergelijking te maken met eender welk pedagogisch project. Stel je voor dat je piano wil kunnen spelen en daarvoor lessen gaat nemen. De pianoleerkracht zal het voortdurend over ‘moeten’ hebben. Je lichaamshouding, de plaatsing van de handen, de vingerzetting. Welke oefening eerst moet komen en hoeveel tijd je moet steken in de - saaie - toonladders. De kwaliteit van het leerproces is afhankelijk van je capaciteit om te luisteren. Vertrouw je je toe aan de weg die de leerkracht met je gaat? Steek je voldoende tijd en energie in het verwerven van de technieken? Zo’n houding wordt ook verwacht van het volk Israël in zijn relatie met God. ‘Vreze Gods’ heet die attitude in de Bijbel: ‘Vrees de Heer uw God door al zijn voorschriften en geboden na te komen’, zegt Mozes in de eerste lezing, en: ‘Luister dan, Israël, en volbreng ze nauwgezet.’ 

Het verwerven van de techniek is echter slechts een aspect van het leerproces. Je wordt nooit een echte muzikant als je niet van muziek houdt. De liefde voor muziek is een conditio sine qua non. In die zin kan een pianoleraar aan zijn leerling de boodschap geven: je moet van muziek houden. Daar kan je trouwens aan werken. Zoals bij het verwerven van de technieken is dit een kwestie van vertrouwen in de gids en van bereidheid tot investeren van tijd en energie. Dat is waar Mozes het volk toe oproept. Wil het verbondsvolk tot zijn volle ontplooiing komen, zal het de Heer moeten beminnen met hart en ziel. Overigens geeft de tekst ook aan wat het uiteindelijk perspectief is van dit proces: ‘Dan zult ge gelukkig zijn’. 

Elke Eucharistie wil een stap zijn in dit leerproces. Als we samenkomen, oefenen we ons in de vaardigheid om lief te hebben zoals God het van ons verwacht. Dus zingen we met psalm 18: ‘Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij.’ Als we ons verzamelen rond Jezus, belijden we Hem als de leraar die ons vertrouwen waard is in onze zoektocht naar geluk. In de mensengeschiedenis neemt Hij op dat vlak een unieke positie in. Dat is wat de Hebreeënbrief bedoelt met: ‘Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars, hoog verheven boven de hemelen.’ Zoals de kwaliteit van de muziekleraar stijgt als hij muziek ademt en uitstraalt, zo kan je de liefde het beste leren van degene die Liefde is. Het evangelievers citeert in dat kader Jezus in het Johannesevangelie: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden, zegt de Heer, en Wij zullen tot hem komen.’ De liefde voor Jezus vertaalt zich op twee wijzen. Ten eerste toont die liefde zich in een concrete manier van leven. Ten tweede leidt dit ertoe dat God heel dichtbij komt. ‘Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods’, zegt Jezus aan de schriftgeleerde uit het evangelie. Aan ieder van ons om ervoor te zorgen dat dit opperste geluk ook ons kan overkomen.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be