De Schatkamer

32e zondag door het jaar

8 november 2020


Wijsheid 6, 12-16

Psalm 63, 2, 3-4, 5-6, 7-8

1 Tessalonicenzen 4, 13-18

Matteüs 24, 42a en 44

Matteüs 25, 1-13


Weest waakzaam. De oproep waarmee de evangelietekst eindigt, horen we tevens in het vers voor het evangelie. Waakzaamheid is een grondhouding van de christen. In het Grieks komt dat taalkundig ook mooi naar boven. Het werkwoord ‘grègoreo’ – wakker zijn – is afgeleid van het werkwoord ‘egeiro’ – wekken. Dit laatste is een nieuwtestamentische term voor de opstanding van Christus. Omdat Christus opgewekt is uit de dood, dienen zijn leerlingen waakzaam te zijn.

Waakzaamheid kan twee kleuren hebben. In de negatieve betekenis ben je op je hoede voor kwaad dat je kan overkomen. Wachters die van op de toren alarm slaan als een vijandige troepenmacht aan de horizon verschijnt. In de positieve betekenis kijk je verwachtingsvol uit naar wat je ten goede zal komen. Wachters die bij het eerste zonlicht de stad wekken met de boodschap dat de dreigende nacht voorbij is en een nieuwe dag aanbreekt. Het mag duidelijk zijn dat in de lezingen van deze zondag uitsluitend de positieve betekenis in beeld komt. Waken vol verlangen.

Het is de antwoordpsalm die dit het sterkst verwoordt: ‘Heer mijn God, naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart’. De psalm zit vol werkwoorden die het verlangen uitdrukken: zoeken, dorsten, hunkeren, omhoog zien, beschouwen, de handen uitstrekken, denken, peinzen, koesteren.

In de lezingen ontdekken we verschillende aspecten van deze hunkering naar God. In de eerste lezing gaat het verlangen uit naar de wijsheid. Merk op dat het niet gaat over wijsheid als menselijk talent of verworven competentie. De wijsheid is een subject dat zich buiten ons bevindt. Je kan haar zoeken, liefhebben en begeren. Zij kan zich bewegen, zelf op zoek gaan en iemand tegemoet treden. Bijbelse wijsheid bezit je niet, je treedt er mee in relatie. Dan verandert je leven. Dank zij de wijsheid vind je namelijk de juiste weg in het leven. Je verstaat de kunst van het mens zijn. Je wordt wie je eigenlijk bedoeld bent te zijn. Wie de wijsheid ontmoet, ontmoet God. De eerste lezing verkondigt dat dit niet is voorbehouden aan een bepaalde klasse van mensen. Er is weinig voor nodig om de wijsheid te vinden. Alleen dit: verwachtend naar de wijsheid uitkijken. Waakzaam zijn!

In de tweede lezing haakt Paulus in op een vraag van de christenen van Tessalonica. De eerste christenen waren er van uitgegaan dat het einde der tijden op handen was. Hun was verkondigd dat Christus zou terugkeren en hen zou meenemen om met Hem plaats te nemen bij de Vader. Een verwoording van dit visioen vind je in de tweede helft van deze lezing. De Tessalonicenzen maakten zich echter zorgen over de christenen die voor dat moment stierven. Zouden ook zij delen in de vreugde? Paulus stelt hen gerust: ‘Evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen levend met Hem meevoeren’. Daarom vraagt hij van de christenen van Tessalonica niet bedroefd te zijn ‘zoals de andere mensen die geen hoop hebben’. Ziehier de motor van de waakzaamheid: hoop. Kracht en vreugde vinden in de verwachting van iets dat je nog niet ziet. Nergens op de wereld vind je zulk een bron van hoop als in het christendom. Dit is een radicaal verschil tussen christenen en niet-christenen. Ze staan in het leven dan ook op andere dingen gericht. Voor een niet-christen kan dat van alles zijn. De christen is finaal gericht op de komst van Christus om voor altijd met Hem samen te zijn. Deze hoop is gebaseerd op geloof: ‘Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer opgestaan.’ Vanuit dit geloof groeit bij de christenen de hoop die het hen mogelijk maakt een onzeker en moeilijk heden uit te houden.

Het evangelie herneemt zowel wijsheid als uithoudingsvermogen als kenmerken van de leerling van Jezus. Zoals enkele weken geleden is het beeld van het huwelijk de manier waarop Jezus iets wil vertellen over het Rijk der hemelen. Hoe vond een huwelijk plaats in die tijd? Het contract werd gesloten door de families van de huwenden. Vanaf dan werd het koppel als gehuwd beschouwd maar leefden ze nog een tijdje apart. De bruidegom kreeg immers een dubbele opdracht: het feest voorbereiden en alles in gereedheid brengen voor de komst van de bruid naar haar nieuwe thuis. Pas als dit allemaal in orde was, moest de bruidegom zijn eega komen afhalen. Niemand wist vooraf wanneer dit zou gebeuren. De bruidegom moest ook op geen enkele manier zijn komst aankondigen. De bruid en haar gevolg moesten dus permanent klaarstaan om door de bruidegom opgehaald te worden voor een bruiloftsfeest dat ongeveer een week zou duren. Jezus plaatst de leerlingen in de rol van de bruid en haar gevolg. Het huwelijk heeft al plaatsgehad. We moeten alleen nog wachten op de uiteindelijke komst van de bruidegom. Dit vraagt wijsheid en uithoudingsvermogen. Het zou namelijk wel eens langer kunnen duren dan we anticiperen. En mogelijk komen er moeilijke momenten aan. Wat hebben wij nodig om staande te blijven? Wie hunkert naar God zal zijn wijsheid ontvangen. Wie dorst naar zijn nabijheid zal hoop ontvangen. Zij zullen klaarstaan als de bruidegom komt. Wie zich echter niet ten volle uitstrekt naar God, zal de wachttijd niet doorstaan. Dit betekent dat de relatie verbroken wordt. ‘Ik ken u niet’, zal de bruidegom zeggen. Wat een verschrikking! Zou het ons ook kunnen overkomen? Wees waakzaam!

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be