De Schatkamer

33e zondag door het jaar

14 november 2021



Daniël 12, 1-3

Psalm 16, 5 en 8, 9-10, 11

Hebreeën 10, 11-14, 18

Lucas 21, 36

Marcus 13, 24-32





Als de laatste zondag van het liturgische jaar nadert, klinken steeds teksten die spreken over de eindtijd. Beelden van chaos en rampen komen dan vanzelf naar boven. Deze woorden passeren de revue in de lezingen van deze zondag: nood, smaad, eeuwige schande, verschrikkingen, verduisteren en verwarring. Het geheel baadt in een apocalyptische sfeer. Als je oppervlakkig luistert, kan deze periode angstaanjagend zijn. 

Nochtans is de boodschap van deze lezingen precies het tegenovergestelde. Dit is een zondag van troost en bemoediging. Ze is bedoeld voor mensen die in de beslissende tijd van nood staande blijven in hun Godsvertrouwen. Ook als alles zwaar weegt, houden ze de woorden uit het Lucasevangelie voor ogen die als evangelievers klinken op deze zondag: ‘Weest te allen tijde waakzaam en bidt dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon’. 

De profeet Daniël zegt van deze mensen dat ze ‘in het boek staan opgetekend’. Zij zullen gered worden. Volgens Daniël zal de grote vorst Michaël daar voor zorgen. Hij verwijst niet naar een historische persoon maar naar God zelf. ‘Wie is als God?’ betekent de Hebreeuwse naam. Wie zich blijft verbinden met God, zal ervaren dat God hen nooit verloren laat gaan. Ook wie reeds gestorven is, zal dit ondervinden. Ze zullen immers ontwaken, staat er. Het is een zeldzame oud-testamentische verwijzing naar het idee van de verrijzenis. Ook voorbij de dood zullen de mensen die op God zijn blijven vertrouwen, ondervinden dat dit niet vergeefs was. Ze zullen delen in eeuwig leven. 

De boodschap van Jezus is gelijklopend. De grote vorst heet bij Jezus niet Michaël. Hij noemt hem de Mensenzoon. Hij presenteert zich met een gelijkaardige grootsheid, met grote macht en heerlijkheid. Het einddoel is hetzelfde: zijn uitverkorenen te verzamelen uit de vier windstreken. Denk daarbij niet aan een chiroleider die de kinderen aan het eind van een bosspel terug samenroept. Jezus heeft een groots visioen voor ogen als hij deze woorden uitspreekt. Het gaat om het herstel van de schepping. De eerste bladzijden van onze Bijbel vertellen hoe het oorspronkelijk paradijs verloren gaat. Het eindresultaat is een gebroken mensheid: verbannen uit de wereld van God, in vijandschap met elkaar, uit elkaar gevallen door de veeltaligheid rond de toren van Babel. Deze fundamentele breuken zullen hersteld worden. De Mensenzoon zal de uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, zegt Jezus, ‘van het einde der aarde tot het uiteinde van de hemel’. 

Dat dit herstel tot in de hemel reikt, is de centrale idee van de Hebreeënbrief. Daarin wordt Jezus beschreven als priesterlijke voorganger van de hemelse liturgie. Die rol heeft Hij op zich genomen door zichzelf te offeren aan het kruis. Dit is een offer dat verzoening teweeg brengt tussen God en mens. Een offer dat de fundamentele breuken herstelt. De tweede lezing verwoordt het zo: ‘Door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen, tot volmaaktheid gebracht.’ 

Deze boodschap van troost en bemoediging is bedoeld voor de mensen die stand houden, zegt het evangelievers. Het is mogelijk dat het aan je voorbijgaat. Het vraagt van de mens een specifieke levenshouding. Daniël spreekt over ‘wijzen’ en over ‘degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht’. Jezus spreekt over ‘uitverkorenen’. In het evangelievers lezen we de opdracht om waakzaam te zijn. De Hebreeënbrief heeft het over ‘hen die zich laten heiligen’. De woorddienst van deze zondag wil een oefenplaats zijn voor wie zich aan deze belofte wil toevertrouwen. Nog meer dan andere zondagen speelt de antwoordpsalm daarin een centrale rol. ‘Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht’ is namelijk een verwoording van de levenshouding waarover het op deze zondag gaat. In tijden van onzekerheid en twijfel, in tijden van verdriet en pijn, van geweld en onrechtvaardigheid, van verlies en ontbering, zijn dit de woorden die op onze lippen moeten liggen en in ons hart moeten leven. Dan kan je zelfs in apocalyptische tijden met de psalmist zeggen: ‘Ik val niet, want Hij staat naast mij. Daarom ben ik rustig en blij van hart en zonder zorg is mijn geest.’

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be