De Schatkamer

33e zondag door het jaar

15 november 2020


Spreuken 31, 10-13, 19-20, 30-31

Psalm 128, 1-2, 3, 4-5

1 Tessalonicenzen 5, 1-6

Johannes 15, 4a en 5b

Matteüs 25, 14-30


De roep om waakzaamheid die vorige zondag centraal stond, klinkt nu opnieuw aan het eind van de tweede lezing. ‘Laten we dan ook niet slapen als de anderen, maar waken en nuchter zijn’, zegt Paulus aan de christenen van Tessalonica. Weer maakt de apostel een scherp onderscheid tussen twee groepen. Wie Christus niet kent, dwaalt in het donker. Ze maken zichzelf wijs dat er niets te vrezen valt maar hun wacht het verderf. Wie Christus kent, leeft in het licht. Met rustige zekerheid staan ze op Hem gericht zonder te weten wanneer Hij komt. Wat vertellen de lezingen van deze zondag ons over de invulling van deze waakzame houding?

Gebruik je talenten! Dat is de dankbare slagzin die zo vaak in catechetische bijeenkomsten naar voor wordt geschoven als een typisch christelijke waarde. Met groot enthousiasme wordt het 25ste hoofdstuk van Matteüs dan aangevoerd als onderbouwing. Jezus heeft het in de gelijkenis van de talenten echter niet over wat jij en ik goed kunnen. De betekenisverschuiving situeert zich in het woord ‘talent’. Wij verstaan het als een gave die wij bij onszelf vaststellen. Iets wat je hebt en wat echt bij jou hoort. Je kan de gave van het woord hebben, of je hebt een talent om te tennissen of muziek te maken. In ieder geval behoort het tot de persoon die er iets mee moet. In de gelijkenis is dit anders. De dienaars worden op geen enkel moment eigenaar van het talent. Ze krijgen het in beheer en moeten er iets mee aanvangen om het vervolgens, met de winst, terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Het is geen gave, het is een beheersovereenkomst. Bovendien heeft het Griekse woord ‘talanton’ niets te maken met ‘iets goed kunnen’. Het is een gewichtseenheid die, verbonden aan dit bepaalde gewicht in goud of zilver, een geldbedrag is gaan betekenen. Er bestaat geen eensgezindheid hoeveel geld een talent precies is, maar het is veel. Laten we het ons gemakkelijk maken en zeggen dat een talent een miljoen euro vertegenwoordigt. Lees de gelijkenis vanuit dit perspectief. Niet wat we doen met onze gaven is het onderwerp maar wat we doen met hetgeen God van zijn eigendom aan ons toevertrouwt. Waakzaamheid is: beseffen dat we dienaars zijn die een deel van Gods schepping in handen hebben gekregen om het vrucht te laten dragen. Natuurlijk dat ik daarvoor mijn talenten moet inzetten. Maar Gods talenten hebben voorrang. Dat wil zeggen: misschien moet ik minder fluit spelen om zorg te dragen voor mijn dementerende moeder, zelfs als ik daar niet zo goed in ben. Misschien word ik geroepen om mij in te schakelen in een project dat mij niet op het lijf geschreven is maar waar nu eenmaal mankracht voor nodig is. Waakzaamheid gaat nooit over mij maar over Gods project met zijn schepping.

De sterke vrouw uit de eerste lezing is niet bezig met het ontwikkelen van haar talenten. Ze schakelt zich in in het project van haar gezin omdat ze Godvrezend leeft. Dit laatste betekent niet: angst voor God. Het is de Bijbelse naam voor een leven dat helemaal op God is afgestemd. Tussen haakjes: in deze lezing komt een zwakte van het lezingenrooster aan het licht. Mijn schrijfsels over het verband tussen de zondagslezingen vertrekt vanuit mijn grote bewondering voor de compositie die de verantwoordelijke commissie heeft gecreëerd. Tegelijk moeten we kritisch blijven kijken naar de gemaakte keuzes. Wie het volledige hoofdstuk uit het boek Spreuken vergelijkt met de tekst van de eerste lezing zal merken dat enkel de verzen zijn behouden die het beeld schetsen van een sterke huismoeder. Verzen die haar bijvoorbeeld beschrijven als een succesvolle ondernemer zijn opzij gezet. De Bijbeltekst wordt hier gemodelleerd naar een bepaald beeld van de rol van de vrouw in de samenleving. Wie vanuit deze bril het leesrooster bestudeert, zal merken dat dit niet het enige voorbeeld hiervan is.

Terug naar de waakzaamheid. Het volstaat niet dat je verlangend uitkijkt naar de komst van de Heer. We moeten met kracht en moed vruchten voortbrengen in de wijngaard van God. Zoals de sterke vrouw moeten we Godvrezend in het leven staan. ‘Gelukkig die godvrezend zijn’, zingen we als antwoord op de lezing uit het boek Spreuken.

Maakt het jou ook een beetje bang? Heb jij soms zin om het aan jou toevertrouwde deel van de schepping veilig weg te bergen? Denk je wel eens dat onze meester een hard mens is die oogst waar hij niet gezaaid heeft? Een stemmetje diep in ons fluistert ons toe dat het te hoog gegrepen is om vruchten te willen voorbrengen. Luister dan naar de woorden van Jezus uit het Johannesevangelie. Als vers voor het evangelie fungeren ze hier als een hart onder de riem: ‘Blijft in Mij, dan blijf Ik in u, zegt de Heer; wie in Mij blijft, draagt veel vrucht.’

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be