De Schatkamer

4e zondag in de veertigdagentijd

14 maart 2021


2 Kronieken 36, 14-16, 19-23

Psalm 137, 1-2, 3, 4-5, 6

Efeziërs 2, 4-10

Johannes 3, 16

Johannes 3, 14-21



‘Aan Christus schenken wij ons geloof. In ons leeft namelijk het vertrouwen dat Hij de weg is naar het leven zoals het eigenlijk bedoeld is, het leven dat de dood overwint.’ Zo zijn we de inleiding op vorige zondag geëindigd. Het vers voor het evangelie maakt duidelijk dat deze zondag deze idee voluit herneemt. Het is namelijk hetzelfde vers als dat van vorige week: ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben.’ Dit citaat uit het derde hoofdstuk van het Johannesevangelie vormt deze zondag het hart van de evangelielezing zelf. Nu blijkt dat het woorden zijn van Jezus die ingaat op een beeld uit het Oude Testament. Het boek Numeri vertelt dat het volk geteisterd wordt door giftige slangen. Op aangeven van God maakt Mozes een bronzen slang en plaatst ze op een staak. Zolang het volk de ogen gericht houdt op dit teken is het veilig voor de slangen. De blik is in deze tekst een beeld van het geloof dat redding brengt. Dat past Jezus toe op zijn eigen kruisdood. Ook Hij zal aan een staak hangen. Wie in geloof zijn blik op Hem vestigt, zal gered zijn. 

In vergelijking met de derde zondag van de veertigdagentijd legt deze zondag meer de nadruk op het effect van Christus’ kruisdood: eeuwig leven. Dit concept, dat vooral in het Johannesevangelie een belangrijke rol speelt, is geen tijdsaanduiding. ‘Eeuwig’ betekent niet ‘oneindig durende tijd’. Het Hebreeuwse woord achter dit concept roept een complexere realiteit op. Wij, mensen, kunnen niet anders dan in de categorieën van ruimte en tijd denken. Dat zijn de kaders waarbinnen wij leven. Het Hebreeuwse woord dat wij vertalen met ‘eeuwig’ overstijgt deze dimensies. Voorbij tijd en ruimte kom je terecht in Gods realiteit. ‘Eeuwig leven’ is dus het leven dat de menselijke beperkingen overstijgt en de grenzeloosheid van Gods wezen deelt. In die zin gaat het om een bevrijding. 

Die bevrijding kan uit een onverwachte hoek komen, leert ons de nieuwe fase in de heilsgeschiedenis. De eerste lezing komt uit het tweede boek Kronieken. Het dubbelwerk dat we Kronieken noemen vertelt grotendeels dezelfde gebeurtenissen als de boeken Samuël en Koningen in het Oude Testament. Centraal staat de geschiedenis van het Godsvolk in het Beloofde Land. Het hoogtepunt van die geschiedenis bevindt zich aan het begin met koning David. Het dieptepunt is aan het einde: de Babylonische ballingschap. De crisis van deze ballingschap is alomvattend. Alles wat aan Abraham beloofd was, lijkt voorgoed verloren. Bijgevolg is het volk zijn bestaansreden en zijn identiteit kwijt. De redding komt uit een onverwachte hoek, lezen we nu. Cyrus, de koning van Perzië ontvangt de geest van de Heer en wordt als een profeet die spreekt in Gods naam. Dit is het begin van de terugkeer naar het Beloofde Land. Het contrast is enorm. De priesters en het volk van God maken zich ‘herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden van de heidenen’. De heidense koning van Perzië wordt een bevrijder in Gods Naam. In de antwoordpsalm stappen we in de schoenen van het volk tijdens de ballingschap. ‘Wij zaten aan Babylons stromen en weenden, dachten aan Sion terug.’ Wij zijn het volk dat iets kwijt is gespeeld. Iets prachtigs dat ons identiteit gaf en een bestaansreden. De inhoud van onze veertigdagentijd is intrinsiek verbonden met deze interpretatie van onze realiteit. Als je het gevoel hebt dat je niets kwijt bent, dat het hier perfect is, dan kan je niets met de Blijde Boodschap. Als je niet gelooft dat er meer is dan het tranendal waarin we ons bevinden, ook niet. De fundamentele dynamiek van de veertigdagentijd is het verlangen naar de eenheid met God. Thuiskomen in het ‘eeuwig leven’. 

Paulus verbindt dit verlangen met Christus. Kijkend naar Jezus’ dood en opstanding mogen wij geloven dat God ‘ons samen met Hem doet opstaan en zetelen in de hemelen’. Niet omdat we het verdiend hebben maar omdat de goedheid van God zo grenzeloos is. Even onverwacht als het volk uit de Babylonische ballingschap worden wij op weg gezet naar het Beloofde Land van het eeuwig leven bij God. 

En dus mogen we een nieuwe naam toevoegen aan ons lijstje. Christus is een nieuw Noach, Abraham en Mozes en Hij is ook onze nieuwe Cyrus. 

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be