De Schatkamer

4e zondag door het jaar

31 januari 2021


Deuteronomium 18, 15-20

Psalm 95, 1-2, 6-7, 8-9

1 Korintiërs 7, 32-35

Matteüs 4, 16

Marcus 1, 21-28



Het lijkt wel terug Kerstmis als je het vers voor het evangelie hoort. In de kerstnacht horen we de woorden van Jesaja die Matteüs ook aanhaalt bij het begin van Jezus’ openbare leven: ‘Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd, en over hen die gezeten zijn in de schaduw van de dood, is een licht opgegaan.’ Vandaag wordt deze boodschap ingevuld. We zullen vernemen wat de profeet en de evangelist juist bedoelen met ‘licht’.

Het begint allemaal met een boodschap. We leren Jezus kennen als iemand die spreekt. Het licht dat de duisternis verdrijft, zijn woorden die het leven van mensen veranderen. De woorden van een leraar. 

Leraars waren er veel in de tijd van Jezus. Elke volwassen man mocht die rol opnemen in de joodse samenleving. Het doel ervan was dat mensen de wegen van God konden leren kennen. In de praktijk ging het over de interpretatie en concretisering van de Bijbelse traditie. Hoe de verboden en geboden uit de eerste vijf Bijbelboeken precies te verstaan? Hoe de richtlijnen voor de tocht door de woestijn toepassen in de context van het door de Romeinen bezet Beloofd Land? Mensen zijn gewoon daar predicaties over te horen in de synagoge en daarbuiten. Toch gebeurt hier iets unieks. Zo ingrijpend als licht dat het duister verdrijft. Wat is eigen aan deze leraar?

Hij spreekt als iemand die gezag bezit en niet zoals de schriftgeleerden. Een normale leraar zegt niets uit eigen gezag. Hij steunt op het gezag van het Bijbelse woord en op wat hij geleerd heeft van zijn voorgangers en zijn collega’s. Het is verbijsterend te zien dat Jezus uit zichzelf spreekt. De evangelist Johannes zou zeggen: Hij gebruikt niet de woorden van anderen, Hij is het Woord. Bovendien heeft dat woord een transformerende kracht: ‘Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.’ Het doet denken aan de scheppingswoorden: ‘God sprak: “Licht”, en er was licht.’ Een goede verstaander heeft door dat Jezus niet zomaar een leraar is. In Hem is God aan het werk. 

Wellicht vroegen sommige Bijbelkenners in de synagoge van Kafarnaüm zich af: Maken wij hier de vervulling mee van de woorden van Mozes? De eerste lezing wijst ons op een voorspelling van Mozes: ‘Uit uw eigen broeders zal de Heer uw God een profeet doen opstaan.’ Over die toekomstige profeet zegt God: ‘Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag.’ Mensen zijn met verbijstering geslagen als ze de mogelijkheid toelaten dat in het grensdorpje Kafarnaüm deze profetie waarheid wordt. De tekst uit het boek Deuteronomium geeft echter ook al aan dat dit een gevaarlijke gedachte is. Wie zich ten onrechte als de nieuwe Mozes aandient, zal sterven. De identiteit van Jezus zal een zaak worden van leven of dood. Maar dat is voor later.

Nu blijven we bij de verdere kennismaking met het licht dat het volk uit het duister kan halen. In deze eucharistie zijn wij uitgenodigd in Jezus’ leer dat licht te ontdekken en te erkennen. ‘Luistert heden naar Gods stem; weest niet halsstarrig’, zingen we als keervers bij de antwoordpsalm. Psalm 95 wordt elke dag in het getijdengebed gebeden om de dag te beginnen. De gebedstekst vertolkt de basishouding van de mens die God naar waarde schat. ‘Komt, werpen wij ons aanbiddend ter aarde, knielen wij neer voor Hem die ons schiep.’ 

Jezus wil zich in onze “synagoge” – de plaats van onze samenkomst – laten kennen als het Woord van God. Aan ons om Hem te zien zoals Hij is en om echt te luisteren. 

Paulus herinnert er ons aan dat we daarvoor ruimte moeten creëren. Ons dagelijks leven dwingt ons ertoe onze aandacht te verdelen tussen alle impulsen die op ons afkomen. We kennen allemaal het gevoel overspoeld te worden door de zorgen van elke dag. Opnieuw doet Paulus in deze tekst geen uitspraak over het huwelijk. Hij wil iets laten voelen van de hoogdringendheid van de oproep om onze aandacht onverdeeld aan God te schenken. Als Jezus zelf plaatsneemt in onze vergadering, is er niets, absoluut niets, belangrijk genoeg om met slechts één oor te luisteren. Wie zich toch laat inpalmen door de praktische beslommeringen van het normale leven, riskeert vast te blijven zitten in de schaduw van de dood. Hem ontgaat het groot licht dat over ons is opgegaan. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be