De Schatkamer

6e zondag in de Paastijd

9 mei 2021


Handelingen 10, 25-26, 34-35, 44-48

Psalm 98, 1, 2-3ab, 3cd-4

1 Johannes 4, 7-10

Johannes 14, 23

Johannes 15, 9-17



Handelingen

Vorige week waren we getuige van de verrassende rol die Paulus krijgt als verkondiger van de Blijde Boodschap. Dat uitgerekend de vervolger van de Kerk hiertoe geroepen is en dat hij die positie ook mag innemen in Jeruzalem had niemand zien aankomen. Deze zondag verrast de Heilige Geest ons opnieuw. 

Het tiende hoofdstuk van Handelingen is een sleutelmoment in het boek en in de geschiedenis van onze Kerk. Hier realiseert zich de uitbreiding van de christelijke identiteit naar de zogenaamde heidenen. Deze term verwijst naar alle volken behalve Israël. Vanuit ons perspectief lijkt dit niet zo groots maar vanuit de het perspectief van het leven van Jezus is het dat absoluut. Jezus was een jood die zich richtte tot joden om de beleving van de joodse religiositeit te richten en te verdiepen. En hier daalt nu de Heilige Geest neer over Cornelius en zijn familie. Vormelijk kan je niet verder verwijderd zijn van het volk Israël. Het gaat om een Romeins soldaat, een vijand van Israël. Spiritueel waren Cornelius en de zijnen er echter helemaal klaar voor. Handelingen zegt over hen het volgende: ‘Hij en al zijn huisgenoten waren vroom en godvrezend.’ God kiest niet voor de vorm maar voor de inhoud, blijkt nu. Petrus en zijn gezelschap stellen het met verbazing vast. Op dit eigenste moment in de kerkgeschiedenis komt Petrus tot het besef dat er voor God geen aanzien van personen bestaat. Eender wie kan opgenomen worden in de gemeenschap van de leerlingen van Jezus. Petrus verwoordt het zo: ‘Uit welk volk ook is ieder die Hem vreest en het goed doet Hem welgevallig.’ 

 

1 Johannes

Als een diamant die geslepen wordt uit een ruwe steen, zo komt in de Johannesbrief de essentie van de christelijke verkondiging nu aan het licht. Uiteindelijk gaat het over de liefde. De Griekse tekst van deze tweede lezing bestaat uit 85 woorden. Niet minder dan tien van deze woorden zijn afgeleid van de term agapè - liefde. ‘God is liefde’, zegt Johannes en Hij heeft zichzelf als liefde geopenbaard in zijn Zoon. Deze liefde toont zich in de vergeving van de zonden en maakt van ons nieuwe mensen: kinderen van God. Van daaruit volgt de opdracht om deze liefde ook waar te maken tegenover elkaar. 

In onze vertaling vind je slechts negen maal ‘liefde’ en ‘liefhebben’. Waar is de tiende? Het allereerste woord van de Griekse tekst is ‘agapètoi’ - geliefden. Onze vertaling heeft gekozen voor ‘vrienden’. Dat Johannes zijn lezers ‘geliefden’ noemen is echter geen detail. Als apostel heeft hij zich helemaal ingeschreven in het liefdesverhaal dat God wil aangaan met alle mensen, uit welk volk ook. Johannes vindt niet alleen zijn eigen diepste identiteit in de liefde die hij van God ontvangt. Dit is ook de manier waarop hij naar zijn broeders en zusters in de Kerk ziet. Zij delen in dezelfde liefde. 

 

Evangelie

Terugkijkend op het leven van Jezus herinnert Johannes zich dat deze focus op liefde centraal stond in de woorden die Jezus uitsprak tijdens het laatste avondmaal. Het Johannesevangelie vertelt de gebeurtenissen van die avond anders dan de andere versies in het Nieuwe Testament. Je treft er geen broodbreking in aan. Wel het teken van de voetwassing. En vooral: een lange redevoering van Jezus. Hoofdstukken 14, 15, 16 en 17 zijn een weergave van dit intense moment. Het geheel heeft het karakter van een testament. Voor Jezus is het uur gekomen, het uur waarnaar Hij al verwees bij het begin van zijn openbaar leven: de bruiloft van Kana. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ In hoofdstuk 17 klinkt: ‘Vader, het uur is gekomen.’ Het gaat dus over het moment waarop het hele Johannesevangelie gericht is, de gebeurtenis die het hoogtepunt zal vormen van Jezus’ leven. Meer bepaald: zijn dood. Veel sterker dan de andere evangelisten verstaat Johannes de kruisdood als een geschenk: Jezus geeft zijn leven voor zijn vrienden als teken van zijn liefde. Een grotere liefde bestaat niet, zegt Jezus en Hij laat dit voorafgaan en volgen door een opdracht:  ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.’ Voor Johannes is het duidelijk: dit is de schitterende kern van de kostbare diamant die wij Blijde Boodschap noemen.

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be