De Schatkamer

6e zondag door het jaar

16 februari 2020


Sirach 15, 15-20

Psalm 119, 1-2, 4-5, 17-18, 33-34

1 Korintiërs 2, 6-10

Vlg. Matteüs 11, 25

Matteüs 5, 17-37

Het vers voor het evangelie is een bewerking van een citaat uit het Matteüsevangelie: ‘Ik prijs u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen’. In de woorddienst van deze zondag is ‘deze dingen’ ingevuld als ‘de geheimen van het koninkrijk’. Met Matteüs als gids zijn we ons aan het afstemmen op het Rijk der hemelen dat Jezus zo tastbaar nabij brengt. We hebben al gehoord dat dit Rijk een Blijde Boodschap in zich draagt. Vandaag verwijlen we bij de geheimen ervan. Wat niet met het verstand of met ervaring kan gegrepen of begrepen worden, wat verborgen blijft aan iedereen die zich verkijkt op het belang van menselijke prestatie, dat schenkt God aan wie de openheid van geest heeft van een kind. God openbaart de geheimen van zijn Rijk aan wie niet de pretentie heeft de wijsheid in pacht te hebben. Hij onthult de weg naar het ware geluk aan wie zich laat gezeggen.

De Hebreeuwse term voor het geheel van deze aanwijzingen die de levensrichting aanduiden, is: Tora. Doorgaans wordt dit in het Nederlands vertaald als Wet, ook in de evangelietekst van deze zondag. Deze vertaling is niet accuraat. In de Hebreeuwse context gaat het immers niet over een stel regels maar om iemand die aan een ander de weg wijst. God schenkt zijn Tora aan het volk om er voor te zorgen dat ze in de wirwar van het leven de weg blijven vinden naar zijn Rijk der hemelen. Psalmkenner Kees Waaijman vertaalt ‘Tora’ dan ook als ‘Wijzing’.

Jezus maakt duidelijk dat Hij honderd procent in de lijn van de Tora staat. Het is zijn en onze opdracht de geopenbaarde traditie te onderhouden en aan te leren aan de anderen. Het boek Sirach geeft aan dat dit doenbaar is. Als je wil, kan je de geboden onderhouden. De eerste lezing benadrukt het feit dat we op dit vlak een keuze te maken hebben. Tussen vuur en water, tussen leven en dood. Tussen het opheffen van de voorschriften of ze onderhouden, zegt Jezus in de tekst van Matteüs.

Het antwoord op de eerste lezing is genomen uit de beroemde psalm 119. Deze langste tekst uit het psalterium bezingt de vreugde van de mens die zijn hele leven afstemt op de aanwijzingen van God. Bewegend door de tweeëntwintig strofen van acht verzen danst de gelovige rond het geschenk van Gods ‘Wet’. Door deze woorden als antwoordpsalm in de mond te nemen voegen wij ons bij het Godsvolk dat kiest voor de levensweg die God voor ogen heeft. Vreugde en geluk vinden we in het volgen van zijn verordeningen, bevelen, beschikkingen en woorden. Tegelijk bidden we ook om de blijvende kracht daartoe. ‘Vergun uw dienaar’, ‘Ontsluit mijn ogen’, ‘Geef mij begrip’. Het is blijkbaar niet evident om op de rechte weg te blijven. Soms lijkt de weg zelfs uit het zicht verdwenen: ‘Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt’.

Paulus is rotsvast overtuigd van zijn belijdenis dat deze weg voor eens en voor altijd open ligt. God heeft zijn geheime plan, dat verborgen was, aan ons geopenbaard door de Geest. Aan wijzen en machtigen is het ontgaan. De ultieme weg is zichtbaar geworden in de meest verguisde van alle mensen: de gekruisigde. Deze paradox is onbegrijpelijk voor de wijsheid van de wereld en voor de machten die de wereld beheersen. Voor slechts een groep wordt ze Blijde Boodschap: voor wie God liefhebben. In Christus wordt de ‘Wijzing’ van God zichtbaar in zijn meest radicale en zuivere vorm.

Vandaar dat Jezus in zijn Bergrede het schema gebruikt: ‘Gij hebt gehoord dat…’, ‘Maar Ik zeg u…’ De richting blijft dezelfde maar ze wordt preciezer en scherper. Jezus is bij zijn leerlingen op zoek naar gerechtigheid die de gerechtigheid van de schriftgeleerden en de Farizeeën ver overtreft. Gerechtigheid is een relationele term. Iemand is gerechtig als hij in een bepaalde relatie leeft met God en met de medemens. Aan het begin van de Bergrede had Jezus al zalig geprezen wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Het is voor Hem een weg naar geluk om voortdurend te smachten naar die juiste relatie met God en met de naaste. In het evangelie van deze zondag geeft Hij aan dat er gradaties zijn van gerechtigheid. De schriftgeleerden en Farizeeën worden een symbool van de mensen die de Wijzing van God naar de vorm volgen maar er niet met hun hart bijzijn. De weg naar het Rijk der hemelen vraagt om de intentie van het hart. Wie er niet met zijn hart bij is, zal er niet geraken. Wie tot in het diepst van zijn hart gerechtig is, heeft geen nood aan afspraken over hoezeer hij vertoornd mag zijn of hoever je mag gaan in het verlangen naar de partner van een ander. Die weet dat het telkens om een onrecht gaat dat de relatie met de naaste en dus met God verstoort. Die moet niet zweren want zijn ja is een ja en zijn nee is een nee. Zo iemand is Jezus. Zo wil Hij zijn leerlingen. Op deze weg worden wij vandaag geplaatst. Bidden we met psalm 119: ‘Geef mij begrip om uw wet na te leven, om haar te volgen met heel mijn hart’.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be