De Schatkamer

Allerheiligen

1 november 2020


Apokalyps 7, 2-4, 9-14

Psalm 24, 1-2, 3-4ab, 5-6

1 Johannes 3, 1-3

Matteüs 11, 28

Matteüs 5, 1-12a


Herinner je de toekomst. Telkens we uit het boek Openbaring lezen, is dit de basishouding: we kijken naar het verleden om de toekomst te zien. Johannes vertelt ons over het visioen dat hij op het eiland Patmos ontvangen heeft. ‘Ik zag’ en ‘ik hoorde’, vertelt hij. Het zijn poëtische beelden. Een roepende engel met het zegel van God. 144 000 Israëlieten met het teken van God op het voorhoofd. Een mensenmassa met witte gewaden en palmtakken in de hand. Engelen rond de troon van God, samen met de oudsten en de vier dieren. Probeer het allemaal niet te verstaan. Een dissectie van de tekst zou de poëzie onherstelbaar beschadigen. Onthoud dit: het visioen verbeeldt de bestemming van het mensenleven. Onze finaliteit is God aanbidden. Alle energie gaat uit naar Hem: ‘Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God!’ Dit is geen individueel gebeuren. Rond de troon staat ‘een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen’. Deze immense groep mensen vormt een familie, horen we in de antwoordpsalm. Het is een geslacht. ‘Zo doet het geslacht dat zich richt tot U, dat staat voor uw aanschijn, God van Jakob.’ Met Psalm 24 rekenen we ons tot de familie van mensen die de berg van de Heer zullen beklimmen om daar in zijn heiligdom te staan. Luisterend naar Johannes’ getuigenis dat de eeuwen heeft overleefd, herinneren we ons dat dit ook onze toekomst is.

In zijn eerste brief verwoordt Johannes het iets prozaïscher. Wie zich de liefde van de Vader herinnert, weet waar zijn diepste identiteit ligt. ‘Vrienden, nu reeds zijn we kinderen van God.’ Van de toekomst hebben we slechts een vaag beeld. Toch is die toekomst zwanger van belofte. ‘Wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn’. Onze vertaling noemt dit: ‘heil’ dat we van God verwachten. De Griekse grondtekst spreekt over hoop op God. Terwijl de Nederlandse versie een beeld oproept van een heilsbeweging van God naar ons, staat in de Griekse versie onze beweging naar God op de voorgrond. Wij strekken onze handen naar Hem uit. Daartoe roept ook het vers voor het evangelie ons op: ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken.’

Weet je nog hoe Jezus op de negentiende zondag Petrus uitnodigde om uit de boot te stappen? ‘Kom’, sprak Hij. Stappend over het water kreeg de apostel schrik, begon te zinken en schreeuwde: ‘Heer, red mij!’ Allerheiligen is het feest van al die Petrussen die de relatieve veiligheid van het bootje verlaten hebben en zich bewegen in Jezus’ richting. Zij gehoorzamen zijn ‘wijzing’, zijn tora. Wie op dit pad verzandt in uitputting, zal rust ontvangen. Wie aan de lasten ten onder gaat, mag op God hopen. Voor de leerlingen van Jezus is het heden niet wat het sterkst doorweegt. Geïnspireerd door de openbaring van Gods liefde in het verleden, vertrouwen ze zich toe aan zijn toekomst die we Rijk der hemelen noemen.

Dat is ook de boodschap van de wereldberoemde ouverture van Jezus’ Bergrede. Aan wie behoort het Rijk der hemelen? De eerste en de achtste zaligspreking geven een antwoord: aan de armen van geest en aan degenen die vervolgd worden om de gerechtigheid. Het staat er telkens in de tegenwoordige tijd. Letterlijk vertaald uit het Grieks: ‘Van hen is het Rijk der hemelen’. Nu al. Ertussenin vind je werkwoorden in de toekomende tijd. Ze zullen getroost worden, ze zullen het land bezitten, ze zullen verzadigd worden, ze zullen barmhartigheid ondervinden, ze zullen God zien, ze zullen kinderen van God genoemd worden. Daar ligt hun bestemming, zelfs al overkomt hen op dit eigenste moment het tegendeel. Deze dynamiek van de heiligheid vraagt om een indrukwekkende vrijheid: zich niet laten bepalen door wat zich op dit moment aandient als aantrekkelijk, belangrijk en comfortabel. Deze kracht om menselijke houvast los te laten en zich toe te vertrouwen aan Gods belofte noemt de Bijbel: arm van geest zijn.

Op zich is Jezus met deze boodschap niet origineel. Je vindt gelijkaardige passages in het Oude Testament. Wel nieuw is dat Hij deze houding en dus het Rijk der hemelen verbindt aan zijn persoon. ‘Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil’. Hij is de bron van ons bestaan. Hij is het doel ervan. Herinner je de toekomst. En laat dat de grond zijn van je heden.

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be