De Schatkamer

Christus, Koning van het heelal

21 november 2021



Daniël 7, 13-14

Psalm 93, 1ab, 1c-2, 5

Apokalyps 1, 5-8

Marcus 11, 10

Johannes 18, 33b-37





Het koningschap is een beeld. Als we Christus de koning van het heelal noemen, passen we een menselijk concept toe op God. Dit analoge denken baseren we op de heilige Schrift. De Bijbel omschrijft God als herder, vader, rechter en zelfs als arts. En dus ook als koning. Laten we onderzoeken wat er analoog is aan de rol van God en de rol van de koning. 

Uiteraard kijken we dan best naar de monarchie zoals die functioneerde in Bijbelse tijden. Daar is de koning immers een echte monarch: hij regeert alleen. Hij heeft de absolute macht over alle domeinen van het leven. De hiërarchische opbouw van de samenleving ondersteunt deze macht. De hamvraag is waarop deze macht gericht is. Een slechte koning gebruikt zijn positie om zichzelf te verrijken en plezieren. Een goede koning staat ten dienste van het volk waarover hij de verantwoordelijkheid op zich neemt. Zoals in vele andere culturen krijgt de koning van Israël deze verantwoordelijkheid van God. Zijn dienst is dus tevens een roeping. Maar het koningschap is in Bijbelse tijden ook kwetsbaar. Er zijn voortdurend kapers op de kust. Mensen die de macht willen overnemen. Mensen die de macht grijpen. In Jezus’ tijd is de positie van de koning extra wankel. De lokale koningen zijn niet meer dan marionetten in de hand van de keizer van Rome. Ze mogen zich wentelen in de uiterlijke tekenen van het koningschap maar hebben geen maatschappelijke impact. Het beleid wordt gevoerd door de vertegenwoordiger van de keizer. Pilatus bijvoorbeeld. 

De complexiteit van het beeld vergroot nog als we naar de hedendaagse realiteit kijken. In een constitutionele monarchie als de onze heeft de koning zo goed als geen macht. Hij is een symbool. Bovendien wordt zelfs die rol in vraag gesteld. Waar vind je wel heersers die lijken op de koningen van weleer? Al snel kom je dan in dictatoriale systemen terecht die we om humanitaire redenen afkeuren. 

Als het beeld van de koning zo meerlagig is, wordt het belangrijk het unieke van Christus’ koningschap te verduidelijken. Dat is wat de lezingen van dit hoogfeest doen. Ze maken een scherp onderscheid tussen koning Christus en alle andere koningen van vroeger en nu. 

Daniël benadrukt de onvergankelijkheid van het Goddelijke koningschap dat zich in de hemelse context situeert. ‘Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde’. De mens die in Daniëls visioen deze macht krijgt, hoeft dus nooit achterdochtig te zijn tegenover de mensen die Hij ontmoet. Zonder argwaan of angst kan Hij iedereen tegemoet treden. 

Het boek Openbaring plaatst koning Christus boven alle andere monarchen: ‘de vorst van de koningen van de aarde’. Geen collega’s om oorlogen mee te voeren, geen keizer om te gehoorzamen. 

Het evangelie van Johannes maakt ons getuige van de confrontatie tussen twee machten. Jezus staat voor Pilatus, de vertegenwoordiger van de keizer. Pilatus vertegenwoordigt het wereldlijk gezag. Het moet zich handhaven met geweld. Jezus vertegenwoordigt het hemelse gezag. Hoewel Hij op het eerste gezicht slachtoffer is van het gewelddadige monsterverbond tussen de hogepriesters en de Romeinse gouverneur, blijft Hij soeverein boven de anderen uittronen. Hij is koning op een ander niveau: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld.’ Hij geeft wel aan waarom Hij zich aan de wereld waagt. Hij komt getuigenis afleggen van de waarheid. De suggestie is dat we zonder Hem in de onwaarheid blijven zitten. Het ware leven speelt zich niet af in de machtsstrijd tussen wereldse heersers die “The Game of Thrones” spelen. Jezus nodigt iedereen, ook de Romeinse gouverneur, uit om te participeren in een alternatief verhaal. Een verhaal waarin niet de menselijke macht maar de Goddelijke de toon zet. 

Het hoogfeest van Christus, Koning van het heelal, vraagt ons om een feodale handeling. Zoals de  vazallen hun handen in die van de koning legden om trouw te zweren, zo zijn wij uitgenodigd om ons opnieuw te verbinden aan de ware Koning en het ware Koningschap. ‘De Heer is koning, met luister gekleed’, zingen we als keervers van psalm 93. ‘Gezegend de Komende in de naam des Heren’, klinkt het als vers bij het evangelie, ‘Geprezen het komende Koninkrijk van onze vader David!’ We voegen ons in het koor van het Godsvolk dat luistert naar Jezus’ stem en dat met grote vreugde in de volle waarheid wil blijven staan. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be