De Schatkamer

Christus, koning van het heelal

22 november 2020


Ezechiël 34, 11-12, 15-17

Psalm 23, 1-2a, 2b-3, 5-6

1 Korintiërs 15, 20-16, 28

Matteüs 11, 9-10

Matteüs 25, 31-46


Het Rijk der hemelen is het hele liturgische jaar lang aanwezig geweest in de lezingen van de zondagseucharistie. Vaak is het letterlijk genoemd. Soms heeft het op de achtergrond geresoneerd als visioen van het leven zoals God het eigenlijk bedoeld heeft, als de ultieme richting van ons bestaan. We sluiten het A-jaar af met de viering van Christus, koning van het heelal. Hij realiseert het Rijk der hemelen. ‘Gezegend de Komende in de naam van de Heer,’ luidt het vers voor het evangelie, ‘geprezen het komende Koninkrijk van onze vader David.’ Christus Koning is het feest van het Rijk der hemelen waar de Koning ons zo graag zou ontvangen. 

Op dit hoogfeest onderscheiden wij in Christus’ koningschap drie rollen: de herder, de krijger en de rechter. De profeet Ezechiël in de eerste lezing en ons antwoord erop met Psalm 23 vieren Jezus als herder. Uiteraard zijn het twee teksten van voor Jezus’ tijd en is er dus geen rechtstreekse verwijzing naar Hem. Maar kijkend naar Christus als koning van het Rijk der hemelen, herkennen we in Jezus de gelaatstrekken van deze God-herder. Christus is een koning die zich onder zijn mensen begeeft. Hij deelt hun lot. Het is de enige manier om ervoor te zorgen dat ze samen blijven. En als mensen verloren lopen omdat ze in de mist en de nevel van het leven de weg kwijt geraken, dan brengt Hij ze terug in veiligheid. Hij heeft oog voor elk schaap, ook voor mij. Ik was vermist en Hij is mij komen zoeken. Ik was verdwaald en Hij heeft mij teruggebracht. Ik was gewond en Hij heeft mij verbonden. Ik was ziek en Hij gaf mij weer kracht. En ook op momenten dat ik me gezond en sterk voelde, droeg Hij zorg voor mij. Het zou mooi zijn als iedere kerkganger vandaag een tijdlijn zou maken van zijn leven en zou aanduiden wanneer welk van deze beschrijvingen van toepassing was. Wat zou het prachtig zijn om deze tijdlijn met elkaar te delen om vervolgens de antwoordpsalm te zingen: ‘De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort’. 

Christus is een koning die strijdt, lezen wij bij Paulus. ‘Het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.’ Paulus heeft het beeld ongetwijfeld uit Psalm 110: ‘Zo zegt het de HEER tot mijn heer: ‘Wees gezeten aan mijn rechterhand: welhaast doe ik uw vijanden zijn een voetschabel voor uw voeten’.’ De belofte aan koning David krijgt voor ons universele kracht als we God de Vader deze woorden horen richten tot zijn Zoon. Terwijl in de psalm echter deze overwinning wordt behaald door God de Vader, schrijft Paulus ze toe aan Christus. Hij verslaat de vijand. Wie bedoelt de apostel? Het gaat voor alle duidelijkheid niet over mensen. Menselijke vijanden moet je niet verslaan, die moet je leren beminnen. Paulus zelf helpt ons: ‘De laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.’ De vijand is wat niet thuishoort in het Rijk der hemelen. Naast dood, komen dan volgende elementen in gedachten: onvrede, geweld, onrechtvaardigheid, tweedracht, zelfzucht,… De lijst is groot. Paulus suggereert dat dit krachten zijn die je moet bevechten. Christus gaat ons voor in deze strijd. Hij is de krijger die de eindoverwinning zal halen. Niet voor zichzelf. Als het zover is, zal Hij het koningschap overdragen aan de Vader. ‘Dan zal God zijn alles in allen’. 

Christus Koning is ook rechter. Hij oordeelt welke mensen thuis mogen komen in het Rijk der hemelen. ‘Hij zal plaats nemen op zijn troon van glorie’, zegt Jezus in het evangelie. Zoals de wereldse koning een zetel heeft vanwaar hij rechtspreekt, zo zal Christus plaatsnemen op het einde der tijden. Al enkele weken horen wij vooral in de Paulusteksten een duidelijke afbakening tussen twee groepen. De groep die hoop heeft en de groep die bedroefd is. De mensen van het licht en de mensen die dwalen in de nacht. Je hoort bij de ene of de andere. Er is geen tussenweg. Het eindoordeel komt aan onze Koning toe. Maar Hij zal niet arbitrair beslissen. Je wordt ook niet in het ongewisse gelaten volgens welke criteria Hij zal oordelen. Hij windt er geen doekjes om, er is slechts één criterium: de barmhartigheid. Weet je nog dat de vertegenwoordiger van de Farizeeën vroeg wat het belangrijkste gebod was? Jezus’ antwoord stelde toen de liefde voor God op dezelfde hoogte als de liefde voor de naaste. De naaste die bedreigend overkomt, wel te verstaan. Christus Koning is consequent. Als je het belangrijkste gebod hebt gehoorzaamd, hoor je thuis in het Rijk der hemelen. De naaste met barmhartigheid liefhebben is God liefhebben. De twee zijn onafscheidbaar. Als Christus de herder ons heeft samengebracht, als Christus de krijger zelfs de dood heeft vernietigd, zal Christus de rechter vaststellen of wij naar zijn woorden hebben geluisterd en zijn staande gebleven toen het moeilijk werd. Wees waakzaam als je deel wil uitmaken van het Rijk der hemelen. 

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be