De Schatkamer

Doop van de Heer

10 januari 2021


Jesaja 55, 1-11

Jesaja 12, 2cd-3, 4bcd, 5-6

1 Johannes 5, 1-9

Johannes 1, 29

Marcus 1, 7-11




In de eerste lezing van de eerste adventszondag, zes weken geleden, hoorden we Jesaja smeken: ‘Scheur toch de hemel open en daal af!’ Vandaag, nu we de kersttijd afsluiten, horen we Marcus verkondigen hoe Jezus op het moment dat Hij opsteeg uit het water van de Jordaan de hemel zag openscheuren en de Geest als een duif op zich zag neerdalen. De kersttijd beperkt zich niet tot de viering van de geboorte van het kind Jezus. Wat centraal staat, is de beweging van God vanuit de hemel naar de aarde. Wat zien we? De hemel opengescheurd en een neerdalende duif. Wat horen we? Een stem die betekenis geeft aan het beeld. Het is een beweging van liefde: ‘Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde.’ 

Vooralsnog is dit een intiem moment tussen Vader en Zoon. De profeet Johannes de Doper maakt in zijn preek echter duidelijk dat dit een grote impact heeft op ons. Wij zullen ondergedompeld worden: ‘Ik heb u gedoopt met water maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.’ Tot op dat moment had Johannes de mensen ondergedompeld in het water van de bekering. De doop vertolkte het voornemen van de dopeling om op een nieuwe manier te gaan leven. Met Jezus wordt dit een onderdompeling in het water van de Heilige Geest. Niet een menselijk voornemen komt daarmee tot uitdrukking maar een Goddelijk geschenk. Hier gebeurt wat de profeet Jesaja aankondigt. Als sneeuw en regen daalt het woord van God neer over de mensen om Gods wil te volbrengen en zijn zending te vervullen. ‘Kom dat zien!’ roept Jesaja. Maar hij nodigt de mensen niet uit om passieve toeschouwers te blijven. ‘Luister!’ zegt hij, ‘En gij zult leven.’ Wie zich laat onderdompelen in deze Blijde Boodschap zal in vreugde water putten uit de bronnen van heil. Deze oude woorden van Jesaja worden ons refrein als we antwoorden op de oproep om ons naar de gave van het woord te begeven. Nu we de kersttijd afsluiten, nemen we voluit plaats in de vreugde van het volk dat zich bewust wordt dat God midden onder hen is. ‘Verheugt u en jubelt, die Sion bewoont, om Israëls Heilige, groot in uw midden.’ 

In zijn eerste brief maakt Johannes duidelijk dat deze onderdompeling betekent dat wij delen in de liefde tussen de Zoon en de Vader. En dat die liefde ons leven helemaal wil omgooien. De liefde die we van God ontvangen, wil al onze andere relaties kleur en vorm geven. ‘Willen wij Gods liefhebben, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben.’ Zo overwin je de wereld, zegt Johannes. Wat bedoelt hij? De wereldse neiging om de opengescheurde hemel dicht te naaien, is soms overweldigend. We voelen allen de kracht die ons tot het kwade wil verleiden, tot de wanhoop en de losbandigheid. Een mens krijgt al snel het gevoel dat deze kracht onoverwinnelijk is. Gods liefde is sterker. Dat is de Blijde Boodschap. Johannes roept daarvoor drie getuigen op: de Geest, het water en het bloed. Op het feest van de Doop van de Heer kijken we al vooruit naar zijn kruisdood waar het water en het bloed uit zijn zijde vloeien. Naar het moment waarop Hij de Geest geeft. Hij is het Lam Gods dat zijn leven geeft tot welzijn van de hele mensheid. Zo ver gaat Gods liefde. Dat is het visioen dat Johannes de Doper doet zeggen: ‘Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.’ Deze woorden klinken als vers voor het evangelie opdat wij de grote lijn blijven zien: het intieme moment tussen Vader en Zoon heeft universele waarde. Deze liefde brengt ons de ultieme redding. 

De band tussen de kersttijd en de Goede Week vind je ook in Zingt Jubilate. Bijvoorbeeld in het lied Daar komt een schip geladen. Dit veertiende-eeuwse Duitse kerstlied vergelijkt de menswording van Jezus met een schip dat aan komt varen en aanlegt in de haven van ons bestaan. ‘Het zeil dat is de liefde, de Heilige Geest de mast.’ Hoe ver dit beeld ook staat van de kerstsfeer die wij kennen, het gaat wel degelijk over Jezus’ geboorte: ‘Te Bethlehem geboren als kindje in een stal, geeft zich voor ons verloren de Heiland van ’t heelal.’ Een zeventiende-eeuwse toevoeging van Sudermann legt vervolgens de link met de kruisdood: ‘En wie in groot verblijden dit kindje kussen wil, moet vooraf met Hem lijden zijn kruis, om zijnentwil, en daarna met Hem sterven, om met Hem op te staan en ’t leven te verwerven, gelijk Hij heeft gedaan.’ 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be