De Schatkamer

Doop van de Heer

12 januari 2020


Jesaja 42, 1-4, 6-7

Psalm 29, 1-2, 3-4, 3b en 9c en 10

Handelingen 10, 34-38

vgl. Marcus 9, 6

Matteüs 3, 13-17


De kersttijd bezingt het kind Jezus. We horen de magistrale verkondiging dat Hij de Redder van de mensen zal worden. We voelen de kwetsbaarheid van het kleine kind in de harde wereld van jaloerse machtswellustelingen. We ervaren de vreugde van degenen die in Hem het licht gevonden hebben. En de hele tijd gaat het over een pasgeboren kind. Een en al belofte. Hij moet zichzelf nog worden.

Op de laatste zondag van de kersttijd springen we plots vele jaren vooruit. Het kind is een man geworden. We lezen de allereerste tekst in het Matteüsevangelie waarin Jezus als volwassene tevoorschijn treedt. Het is het vervolg op het evangelie van de tweede zondag van de advent. Daarin hebben we kennis gemaakt met Johannes de Doper. Hij doopt met water tot bekering. Door Johannes geïnspireerd veranderen mensen van levensrichting. Tegelijk kondigt hij aan dat er meer komt. ‘Hij die na mij komt zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur’. Johannes kan de harten van mensen bewegen maar hij is niet in staat God zelf over hen te doen neerdalen. Daar is een ander doopsel voor nodig. Het doopsel waarnaar ook Johannes verlangt. In Jezus herkent hij degene die daartoe gezonden is: ‘Ik heb ùw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?’

Johannes heeft gelijk. Jezus’ onderdompeling in de Jordaan brengt een kosmische dynamiek op gang. Jezus rijst op uit het water (ana-bainó  in het Grieks) en de Heilige Geest daalt neer uit de hemel (kata-bainó in het Grieks). De stem uit de hemel bevestigt de neerdalende en opgaande beweging. ‘Mijn veelgeliefde’, beschrijft de liefhebbende band van God voor zijn Zoon. ‘In wie Ik welbehagen heb’, maakt duidelijk dat de Zoon zijn Vader gelukkig maakt. Zie Jezus daar staan in de Jordaan. De mens die thuis is bij God. God die zich vestigt tussen de mensen. Hier is de hemel geopend.

Hierover had Jesaja al eeuwen tevoren geprofeteerd. ‘Dit is mijn dienaar die Ik ondersteun’, zegt de Heer, ‘mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep’. Eerst de neerdalende beweging van de ondersteuning, vervolgens de opgaande van het behaagd worden. In de eerste lezing horen we een meer gedetailleerd profiel van deze Dienaar Gods over wie Gods Geest wordt uitgestort. Gerechtigheid voor alle volken. Nederige zachtaardigheid. Tegelijk onverzettelijk en niet te ontmoedigen. Teken van Gods verbond, licht voor de volken. Genezing en bevrijding. Zie Jezus staan en herken in Hem de zo lang verwachte Dienaar. De antwoordpsalm klinkt dan als een acclamatie: ‘God zegent zijn volk met vrede.’ Tronend boven het firmament heeft God zich verwaardigd zijn woord te schenken aan zijn volk. Zijn stem schalt over het water, zijn majesteit roept van over de zee. Met dreunend geweld en ontzagwekkend roept Hij: ‘zijn tempel weergalmt van zijn glorie’. Er is slechts een antwoord mogelijk: ‘Huldigt de Heer, alle zonen van God. Huldigt de Heer om zijn glorie en macht. Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam, knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.’

Luister hoe Petrus in het boek Handelingen over God verkondigt: ‘Het woord heeft Hij tot de zonen van Israël gezonden toen Hij door Jezus Christus de blijde boodschap van vrede verkondigde.’ Jezus is de gezalfde Gods. Dat Hij Gods Geest heeft ontvangen en in zijn kracht handelde, heeft zich vertaald in de genezing van allen ‘die onder de dwingelandij van de duivel stonden.’

Het feest van de Doop van de Heer is een majestueuze afsluiting van de kersttijd. Na zowat elke zin van de verschillende schriftlezingen kan je een uitroepteken plaatsen. De lectoren mogen zich uitgenodigd weten de teksten te declameren in plaats van ze voor te lezen. De grootsheid van het gebeuren kan onmogelijk overschat worden als de hemel opengaat. Merk overigens op dat het vervolg van het Nieuwe Testament op geen enkel moment vertelt dat deze hemel opnieuw sluit. Voor eens en voorgoed zijn God en mens met elkaar verstrengeld. Zie Jezus staan in de Jordaan en hoor de Goddelijke stem: ‘Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem.’ Als we de advents- en kerstperiode beëindigen maken we ons klaar om dat te doen. We zullen luisteren naar Jezus. Wetend dat als Hij spreekt, de stem van de Vader mee zindert. Wetend dat als Hij handelt, de kracht van Gods Geest zichtbaar wordt. Wetend dat Hij in waarheid de gerechtigheid zal laten stralen. Met Johannes kijken we uit om in deze Godmens ondergedompeld te worden. Jezus, Zoon van de levende God, wij hebben ùw doopsel nodig!

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be