De Schatkamer

Feest van de Heilige Drie-eenheid

7 juni 2020


Exodus 34, 4b-6, 8-9

Daniël 3,52a, 52b, 53, 54, 55, 56

2 Korintiërs 13, 11-13

Apokalyps 1, 8

Johannes 3, 16-18


‘Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, God die is en die was en die komt’. Het vers voor het evangelie geeft aan waarover het gaat op het feest van de heilige Drie-eenheid. We brengen eer aan onze God. We tonen onze dankbaarheid voor wie Hij geweest is in onze geschiedenis. We geven Hem een ereplaats in ons leven vandaag. We vertrouwen ons leven aan zijn toekomst toe. Terwijl het Paasfeest zich vooral toespitst op God de Zoon en Pinksteren het feest is van God de Heilige Geest, volgt op de Paastijd het feest van onze God in zijn totaliteit. Dit is geen moment om ernaar te streven te begrijpen wat het precies betekent dat de Ene God tegelijk drie Personen is. De bedoeling is niet een onderzoek maar een viering. We willen onze God in de bloemen zetten. We doen dat op dezelfde manier als wanneer we een geliefde vieren. Dan moet ik denken aan een vormselfeest waar ik een tijdje geleden aanwezig was. Bij het begin van de maaltijd namen de ouders van de vormeling het woord, nodigden hem uit om in het midden van de kring te komen staan en spraken hem toe. In aanwezigheid van familie en vrienden vertelden ze aan de twaalfjarige hoe ze hem ervaarden en wat hen aansprak in zijn persoonlijkheid. Daarmee zeiden ze niets nieuws. Maar het ceremoniële karakter gaf er een aangrijpend karakter aan. Iedereen ervaarde dat dit een uiting van liefde was. Zoiets doen wij de week na Pinksteren ook met God. We zetten Hem in het midden en vertellen Hem wat we van Hem weten en hoe we Hem ervaren. Dat doen we in aanwezigheid van de hele gemeenschap. Dat mag een plechtig karakter hebben maar wil uiteindelijk een uiting van liefde zijn. 

De lezingen helpen ons om te verwoorden wat we van de Drie-ene weten. De Schriftteksten zijn immers altijd Godsopenbarend. In het samenspel van de drie lezingen zien we God als het ware groeien. De eerste lezing uit Exodus toont ons de Vader. De evangelietekst uit Johannes brengt naast de Vader ook de Zoon in beeld. De tweede brief aan de Korintiërs verbindt dit alles met de Geest. In die volgorde zullen we de lezingen bespreken. 

Een van de machtigste Godsopenbaringen in de hele Bijbel horen we uit het boek Exodus. Verzen 5 en 6 vertellen hetzelfde: Hoe God zijn eigen naam roept. Die naam is een vierletterwoord: JHWH. Het is een onvertaalbaar woord dat iets te maken heeft met ‘zijn’. ‘Hij is er’ of ‘Hij is’ of ‘Hij is er altijd geweest’ of ‘Hij zal er altijd zijn’. Welke de betekenis is, hangt af van de klinkers die je tussen de letters zet. Uit respect voor de ongrijpbaarheid van God doen we dit volgens een oude joodse traditie niet. In plaats daarvan vervangen we de naam door omschrijvingen. Zo mag je telkens het vierletterwoord er staat ‘De Naam’ lezen of ‘De Eeuwige’. Het vaakst echter hoor je ‘De Heer’ zeggen. In de verzen 5 en 6 staat er vijf maal JHWH en telkens is het weergegeven door ‘De Heer’. 

Dat wij die naam kennen, is geen menselijke prestatie. We hebben weet van onze God omdat Hij ervoor kiest zich te laten kennen. ‘De Heer daalde neer in een wolk’, staat er. Als we onze God vieren, starten we bij de dankbaarheid dat Hij deze weg heeft afgelegd en dat Hij contact heeft gezocht met ons. De tekst zegt dat de Heer bij Mozes kwam staan. Tweemaal klinkt dan dat de JHWH de naam JHWH uitroept. Onze God is er. Voor ons. In barmhartigheid, in medelijden, in liefde en in trouw. Deze toevoeging van vers 6 mag je ook verstaan als onderdeel van zijn naam. In de Bijbelse cultuur is de naam immers een programma. We leren hier dat Gods zijn gestalte krijgt in zijn mateloze liefde die keer op keer vergeeft. 

Het toppunt van deze beweging is het geschenk van zijn Zoon. De barmhartige liefde is uit op de redding van de mensheid die verloren dreigt te lopen. De naam van de Zoon is dan ook ‘God-redt’ – de vertaling van ‘Jezus’. In Hem vindt de mens de weg naar het volle leven dat Johannes consequent ‘eeuwig leven’ noemt. Geloof in Hem vertaalt zich in het vertrouwen dat zijn weg inderdaad tot die redding leidt. Dat Hij met andere woorden de tastbare aanwezigheid van de Barmhartige Liefde is. Hier toont zich iets van het geheim dat ertoe leidt te zeggen dat de verschillende Goddelijke Personen toch één en dezelfde God zijn. De essentie van de Persoon Jezus is de Liefde die ook de essentie is van de zich openbarende Vader. 

Paulus sluit de brief aan de Korintiërs met een formule die naast de Vader en de Zoon ook de Heilige Geest vernoemt. Het mooie is dat hij elk van de drie Goddelijke Personen toch ook een eigen kleur geeft. Uiteraard verbindt hij de Vader met de liefde die zo sterk tot uiting kwam in de epifanie van het boek Exodus. Die liefde vertaalt zich als genade in Christus. Genade is de reddende handeling die voortkomt uit liefde. Wat de Heilige Geest daar nog aan toevoegt is de gemeenschap. Augustinus beschrijft de Heilige Geest in de Triniteit als de relatie tussen de Vader en de Zoon. Op die manier creëert de Geest inderdaad de ruimte voor de liefdesgemeenschap die God wil zijn. Paulus bedoelt in zijn brief echter meer. De Heilige Geest is de aanwezigheid van God in zijn mensen die zelf drager worden van Goddelijke liefde. De Heilige Geest wekt barmhartigheid, medelijden, liefde en trouw in mensen. Wie in de Heilige Geest is, kan niet anders dan zich ten diepste te verbinden met zijn broeders en zusters. De duidelijkste aanwezigheid van God in ons midden is de gemeenschap die wij in de Geest vormen. 

Dat is de God die wij vandaag in de bloemen zetten. Met vreugde zingen wij het loflied van Daniël als antwoord. ‘Geprezen zijt Gij, God, U komt de lof toe in alle eeuwen!’

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be