De Schatkamer

Feest van de Heilige Drie-eenheid

30 mei 2021


Deuteronomium 4, 32-34, 39-40

Psalm 33, 4-5, 6 en 9, 18-19, 20 en 22

Romeinen 8, 14-17

Vgl. Apokalyps 1, 8

Matteüs 28, 16-20


‘Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, God die is en die was en die komt’. Het vers voor het evangelie geeft aan waarover het gaat op het feest van de heilige Drie-eenheid. We brengen eer aan onze God. We tonen onze dankbaarheid voor wie Hij geweest is in onze geschiedenis. We geven Hem een ereplaats in ons leven vandaag. We vertrouwen ons leven aan zijn toekomst toe. Terwijl het Paasfeest zich vooral toespitst op God de Zoon en Pinksteren het feest is van God de Heilige Geest, volgt op de Paastijd het feest van onze God in zijn totaliteit. Dit is geen moment om ernaar te streven te begrijpen wat het precies betekent dat de Ene God tegelijk drie Personen is. De bedoeling is niet een onderzoek maar een viering. We willen onze God in de bloemen zetten. We doen dat op dezelfde manier als wanneer we een geliefde vieren. We zetten God in het midden en vertellen Hem wat we van Hem weten en hoe we Hem ervaren. Dat doen we in aanwezigheid van de hele gemeenschap. Dat mag een plechtig karakter hebben maar wil uiteindelijk een uiting van liefde zijn. 

De evangelietekst is het slot van Matteüs. Dit laatste tafereel speelt zich af in Galilea, de thuisbasis van de leerlingen. Van Jezus zelf hadden ze de opdracht ontvangen om terug te keren met de bedoeling dat ze de verrezene daar zouden ontmoeten. Met deze ontmoeting beëindigt Matteüs zijn Blijde Boodschap. Zowel tot de leerlingen die in aanbidding zijn neergevallen als tot de leerlingen die twijfelen, spreekt Jezus op plechtige wijze. Zijn boodschap is groots. Vanuit zijn koningschap zendt Hij de leerlingen de wereld in om alle mensen tot leerlingen te maken. Centraal in de opdracht staat de verbondenheid met Jezus Christus: ‘maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.’ De andere drie werkwoorden in de zin geven aan hoe ze dat moeten doen. Ze moeten eropuit gaan, ze moeten een didactisch proces opzetten en ze moeten dopen. Deze laatste handeling is de reden waarom deze evangelietekst gelezen wordt op het feest van de Drie-Eenheid: ‘Doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’. Opnieuw geeft de Griekse tekst een merkwaardig inzicht in de betekenis van deze zin. Het voorzetsel ‘in’ geef je in het Grieks normaal gezien weer met en+datief. Hier staat echter eis+accusatief. Dit drukt beweging en richting uit. Je zou evengoed kunnen vertalen: ‘Doopt hen in de richting van de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.’ Dat klinkt wat raar maar is zeer betekenisvol. Het doopsel zet je op weg naar de het leven. Dat is een proces, gaandeweg kan je daarin groeien. Het eindpunt ervan is de volheid van bestaan. Die volheid vinden we in de relatie tussen Vader, Zoon en Geest. 

Maar God is niet alleen het eindpunt van dit proces. Hij gaat ook mee met zijn leerlingen. ‘Ziet, Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld’, zegt Jezus. Deze aanwezigheid is niet lijfelijk maar geestelijk, leren we in de brief van Paulus aan de Romeinen. Christenen zijn mensen die zich laten leiden door de Geest van God, staat er. We hebben een gids op onze levensweg. Die gids brengt het doel van onze reis al binnen in de realiteit van onze tocht. We zijn immers kinderen van God, zegt Paulus. Dat wil zeggen dat we al deel uitmaken van de liefdesrelatie tussen de Vader en de Zoon. Als we ons laten leiden door de Heilige Geest, begeven we ons op de weg die ook Jezus is gegaan: door het lijden naar volheid van leven in God. Paulus zegt het zo: ‘wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking’. 

Ook in de eerste lezing uit het boek Deuteronomium vind je de combinatie van de af te leggen weg en het toekomstige doel. Onderweg is het volk God geroepen de grootsheid en de zorgende aanwezigheid van God te erkennen. Dit doen ze door zijn voorschriften en geboden te onderhouden. De volheid van leven herkennen wij in de volgende omschrijving: ‘Dan zult gij met uw kinderen gelukkig zijn en lang leven op de grond die de Heer uw God u voor altijd schenkt’. 

Onze Drie-Ene God is ‘God in de hemel boven en op de aarde beneden’. Dankbaar zijn we voor de manier waarop Hij ons bij de hand neemt en voor het perspectief dat Hij ons schenkt. ‘Zalig het volk dat de Heer heeft als God’, is het keervers van de psalm. Ja, zalig zijn wij die genodigd zijn aan de tafel van de Heer. Vandaag in de vierende gemeenschap die hoopvol op weg gaat, ooit in de volheid van de Goddelijke liefde die overvloedig opborrelt tussen Vader, Zoon en Geest. 

 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be