De Schatkamer

Hemelvaart van de Heer

21 mei 2020


Handelingen 1, 1-11

Psalm 47, 2-3, 6-7, 8-9

Efesiërs 1, 17-23

Matteüs 28, 19a, 20

Matteüs 28, 16-20


De zondagen van de Paastijd nemen ons mee in een over-en-weer door het boek Handelingen. Voor het laatste drieluik keren we helemaal terug naar de start van het boek. Op Hemelvaart lezen we de eerste elf verzen. Drie dagen later horen we verzen twaalf tot veertien. Op Pinksteren tenslotte klinken de eerste elf verzen van het tweede hoofdstuk. We staan duidelijk aan het begin van iets. Tegelijkertijd echter staan we ook aan een eindpunt. De evangelietekst van deze Hemelvaartsdag is het slot van Matteüs. Wat sluiten we af? Op welke toekomst worden we gericht?

In het Matteüsevangelie is een van de eerste publieke handelingen van Jezus de roeping van de leerlingen aan het meer van Galilea. Petrus en Andreas, Jakobus en Johannes laten alles achter en worden volgers van Jezus. Samen met de zeven andere overgebleven apostelen zijn ze aan het einde van het evangelie terug in Galilea. Ze hebben ongelooflijke dingen beleefd. Ze hebben Jezus het Rijk Gods zien brengen in woord en daad. Ze zijn met Hem naar Jeruzalem getrokken en hebben daar de verschrikking van zijn dood meegemaakt. Matteüs vertelt dat de vrouwen aan het lege graf de opdracht krijgen om aan de leerlingen te zeggen naar Galilea terug te keren. De verrezen Jezus zelf bevestigt deze opdracht aan de vrouwen. Aangekomen aan dit laatste tafereel van het evangelie is er bij Matteüs dus nog geen ontmoeting geweest tussen de opgestane Jezus en zijn apostelen. Het enige wat ze gehoord hebben is dat Jezus hen zou opwachten op een berg in Galilea. Stel je hun gemoedstoestand voor. En dan zien ze Hem. Er volgen twee reacties: aanbidding en twijfel. Dit laatste woord is een vertaling van het Griekse woord dat letterlijk zegt dat je twee houdingen hebt. Je ziet twee wegen maar hebt nog niet besloten welke te kiezen. We stellen vast dat Jezus hier niet op reageert. Hij maakt geen onderscheid tussen de ene en de andere groep als Hij hen toespreekt. Goed nieuws voor de twijfelaar in ons.

In zijn laatste woorden uit de Matteüstekst geeft Jezus aan wat eindigt en wat begint. Ten eerste wordt duidelijk dat Hij zelf aan het eindpunt van zijn reis is gekomen. Hij heeft het doel bereikt: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.’ In zijn brief aan de Efeziërs werkt Paulus deze idee verder uit. ‘Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd.’ Het Rijk Gods is werkelijkheid geworden. Ten tweede deelt Jezus echter ook mee dat de weg van de apostelen nu pas echt begint. Zij moeten besmettelijk worden. Wat in het Nederlands een opeenvolging is van vier imperatieven: gaat, maakt, doopt en leert, krijgt in het Grieks een hiërarchische ordening. Het hart van de opdracht is: ‘maakt alle volkeren tot mijn leerlingen’. De andere werkwoorden zeggen hoe je dat moet doen: gaande, dopend en lerend. 

Het feest van de Hemelvaart verkondigt dus een hemelse en een aardse realiteit. Terwijl de Efeziërsbrief inzoomt op het hemelse, krijgt het aardse een grotere nadruk in de tekst van de Handelingen. De opdracht voor de leerlingen staat er als volgt verwoord: ‘Gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.’ Tegelijk mag duidelijk zijn aarde en hemel hier niet uit elkaar gerukt worden. De Handelingentekst kijkt al uit naar de wederkomst van Jezus. Bij Matteüs is het nog straffer: ‘Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’ Het uiteindelijk perspectief van de Hemelvaart is dat de hele schepping het beoogde eindpunt bereikt. Daarom is de vreugde zo groot: ‘God stijgt ten troon onder luid gejuich, de Heer met geschal van bazuinen’, jubelt het keervers van     Psalm 47. Het Rijk Gods is nabij voor ons allen. Maar eerst de anderen tot leerlingen maken. 

Daarom starten de apostelen terug in Galilea. Het werk begint op de plaats van het gewone leven. Waar we arbeiden, shoppen, in de file staan. Waar we bouwen aan relaties, dromen, hopen en leren omgaan met frustratie en pijn. Waar we zoeken, twijfelen, volhouden, vastlopen. Waar we stilvallen, genieten, lachen en huilen. Daar begint ons deel van het verhaal. Alleen daar kan het Rijk Gods groeien. 

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be