De Schatkamer

Opdracht van de Heer

2 februari 2020


Maleachi 3, 1-4

Psalm 24, 7, 8, 9, 10

Hebreeën 2, 14-18

Lucas 2, 32

Lucas 2, 22-40

Omdat 2 februari dit jaar een zondag is, onderbreken we de reeks van zondagen door het jaar. Het liturgische feest van de Opdracht van de Heer – ook wel Lichtmis genoemd – heeft immers voorrang.

We laten het Matteüsevangelie dus even achter en lezen uit Lucas. Mocht ik een filmscène maken van deze evangelielezing, zou ik starten met twee taferelen van reizende mensen. Eerst zie je een gezin dat onderweg is. Gepakt en gezakt leggen de ouders met hun baby een lange weg af door de desolate natuur van het Heilig Land. Daarna richt de camera zich op een oudere man. Hij beweegt zich door de smalle straten van Jeruzalem. Beiden zijn op weg naar de tempel. Hun drijfveren en verwachtingen zijn echter verschillend. Maria en Jozef handelen volgens de Wet. Nu het kind Jezus veertig dagen oud is, moeten moeder en kind gereinigd worden. Maria zal haar zoon opdragen aan de Heer. Zo zegt immers het Bijbelse voorschrift: ‘Elke eerstgeborene van het mannelijk geslacht moet aan de Heer worden toegeheiligd’. Het is een offerend gebaar dat nog eens versterkt wordt door het aanbieden van een koppel jonge duiven.

De oude Simeon wordt gedreven door de Geest. Het is de Heilige Geest waarvan de engel Gabriël gezegd had dat Hij over Maria zou komen. Het is de Geest die Elisabet tot Maria doet zeggen: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen’ en die Zacharias inspireert tot zijn Benedictusgebed. Niet de Wet is de drijvende kracht van de Blijde Boodschap, de Heilige Geest zet de gebeurtenissen in gang. In tegenstelling tot Jozef en Maria is Simeon niet naar de tempel gekomen om te offeren maar om te ontvangen. Het geschenk dat hij ontvangt is dat hij ziet. Hij ziet de gezalfde van de Heer, Gods reddende heil.

In zijn ogen wordt op dat moment de profetie van Maleachi vervuld: ‘En aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen, de Heer die gij zoekt, de engel van het verbond, naar wie gij verlangend uitziet’. Dit is een sleutel. Simeon wordt niet overvallen door een inzicht. Hij ziet in vervulling gaan waar hij al zijn hele leven naar zoekt en verlangt. Lucas zegt over Simeon: ‘een wetgetrouw en vroom man die Israëls vertroosting verwachtte’. ‘Wetgetrouw’ is hier niet de ideale vertaling voor het Griekse woord dat eerder ‘rechtschapen’ betekent. Het woord benadrukt namelijk niet dat hij de wet nauwgezet volgt maar hoe God naar hem kijkt. De term ‘vertroosting’ herinnert ons aan de tweede zondag van de advent toen we hoorden over de volharding en de vertroosting die God schenkt in Jezus. Ook als de advent voorbij is en onze kerstversiering weer opgeborgen, ontmoeten we hier een adventsmens.

Omdat hij al zijn hele leven verlangend uitkijkt en omdat hij zich laat drijven door de Heilige Geest wordt zijn ‘zien’ een ‘aanschouwen’. Simeon herkent de ware identiteit van het kind: Heil, licht, glorie. Maria en Jozef staan verbaasd, zegt de evangelietekst. Zij dachten hun kind toe te vertrouwen aan de Heer. In plaats daarvan treedt Jezus als Heer binnen in zijn heiligdom. Ze dachten te voldoen aan een voorschrift van de wet. In plaats daarvan heffen de poorten van de tempel hun kroonlijsten op, gaan de aloude deuren open en komt de Koning van de glorie binnen. Ze dachten zich te voegen in de bestaande tempelcultus. In plaats daarvan blijkt Jezus de hogepriester te zijn die de tempelcultus terug in ere herstelt. Ze dachten een rituele handeling te stellen als gezin. In plaats daarvan is hun aankomst in de tempel een evenement met universele betekenis: Heil voor alle volken, licht voor de heidenen, glorie voor Israël. Eerst zijn dit nog woorden die in de intimiteit van de ontmoeting tussen het gezin en de oude Simeon worden uitgesproken. Onmiddellijk wordt dit echter verkondiging aan alle andere rechtschapenen als Hanna over het kind spreekt ‘tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten’.

Tot ons dus. Wij zijn uitgenodigd om op deze feestdag naar de tempel te komen als adventsmensen. De kaarsen die aan het begin van de dienst gezegend worden, dragen ‘het licht dat voor de volken straalt’ onze Kerk binnen. Christus zelf zal deze plaats en onze gemeenschap heiligen. ‘Opdracht van de Heer’ is een Christusfeest. De oosterse traditie zet dit in het licht als ze deze dag het feest van de ontmoeting noemt. Toch is in het westers christendom de gewoonte gegroeid deze dag te vieren als een Mariafeest. Wellicht heeft dit te maken met de traditie van de kerkgang. Vrouwen die pas bevallen waren, werden ontvangen in de Kerk en gezegend. Niet het kind maar de moeder stond daarbij centraal. De link met Maria ligt voor de hand.

In onze kathedraal proberen we beide tradities in ere te houden. Sinds enkele jaren hebben we daartoe het ritueel aan het begin van de dienst aangepast. Vroeger werden de gezegende kaarsen in processie naar Maria gebracht. Nu gaat Maria voor in de processie naar het altaar. De kaarsen branden niet voor haar maar staan bij het centrale beeld van Christus’ aanwezigheid in ons midden: het altaar. Samen met Maria willen wij ons als gemeenschap op dit middelpunt richten. Wij vieren dat zij ons hierin voorgaat. Wij vieren dat wij door haar tot de ontmoeting komen met het licht van de wereld. Gods redding voor alle volken.

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be