De Schatkamer

4e zondag van de veertigdagentijd

22 maart 2020


1 Samuël 16, 1b, 6-7, 10-13a

Psalm 23, 1-3a, 3b-4, 5, 6

Efesiërs 5, 8-14

Johannes 8, 12b

Johannes 9, 1-41

Vorige zondag stond het water centraal als levengevend geschenk van de Heer. Vandaag focussen de lezingen op een ander belangrijk symbool van het doopritueel: het licht. Bij de doopvont staat de kaars die aan het begin van de Paaswake buiten het kerkgebouw ontstoken is aan het gezegende vuur. Toen ze plechtig werd binnengedragen heeft de gemeenschap gezongen ‘Licht van Christus! Heer, wij danken u!’ Het vers voor het evangelie maakt duidelijk dat Christus zich op deze wijze aan ons wil presenteren met de bedoeling dat wij ons door dit licht laten leiden: ‘Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer, wie Mij volgt, zal het levenslicht bezitten.’ Zoals de ontmoeting met de Christus een waterbron in ons zal doen opborrelen, zal ook het licht aan ons toebehoren.

In dat kader heeft de evangelietekst niet de bedoeling ons te vertellen wat tweeduizend jaar geleden gebeurd is met een blinde man  in Palestina. De lezing wil ons openbaren wat een ontmoeting met Jezus vandaag teweeg kan brengen. De blinde, dat is ieder mens die zich nog niet voor Christus in aanbidding heeft neergeworpen. De blinde is degene die Christus nog niet in de ogen heeft gezien en heeft gezegd: ‘Ik geloof, Heer’. Zo worden wij allemaal geboren. Zelfs als we het sacrament van het doopsel als baby hebben ontvangen, hebben we een weg af te leggen naar de persoonlijke geloofsbelijdenis. De Paaswake is daar een uitgelezen moment voor. Voor het zover is, moeten we echter het traject afleggen van de blindgeborene. Merk op dat, in tegenstelling tot andere genezingsverhalen, de blinde geen vraag stelt om heling. Jezus ziet hem. Hij kiest hem uit om in hem de werken Gods openbaar te laten worden. Het overkomt de blinde. Slechts geleidelijk aan zet dit een geloofsproces in gang. Eerst weet hij niet eens waar je Jezus kan vinden. Dan noemt hij Hem een profeet. Vervolgens verwijst hij naar Jezus als man van God. Uiteindelijk staat hij oog in oog met Jezus die hem uitnodigt tot een geloofsbelijdenis. Pas als Jezus zichzelf openbaart, antwoordt hij: ‘Ik geloof’ en noemt hij Hem ‘Heer’.

Waar sta jij op dit moment in je leven? Misschien staat jouw leven vandaag reeds in het teken van de gelovige aanbidding van Christus. Wie weet heb je daar ooit gestaan en ben je in een afstandelijkere houding terechtgekomen. Twijfel je? Of zie je het allemaal niet meer? Het goede nieuws is dat het allemaal ok is. Jezus ziet jou. Mogelijk vandaag nog zullen de werken Gods in jou openbaar worden.

Als dat gebeurt, begint een nieuw leven, zegt Paulus. ‘Eens waart gij in duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht.’ Deze levenswijze vertaalt zich in goedheid, gerechtigheid en waarheid. Ze vermijdt duistere en onvruchtbare praktijken. Paulus gebruikt niet het beeld van de blindheid maar van de slaap om het leven los van Jezus te beschrijven. Hij roept ons dringend op om wakker te worden: ‘Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen.’

Het kan misschien verrassen dat de eerste lezing niet verwijst naar het Goddelijk licht. Niet dat het in het Oude Testament ontbreekt aan prachtige teksten hierover. Lees bijvoorbeeld Jesaja 9. Je zou vervolgens kunnen denken dat de makers van het leesrooster voorrang hebben gegeven aan het overzicht van de Oudtestamentische heilsgeschiedenis. Begonnen in het aards paradijs, hebben we de voorbije zondagen over Abram en over Mozes gehoord. Nu zijn we aanbeland in het koninkrijk en maken we kennis met de grootste van Israëls koningen. Toch is er ook een inhoudelijk verband. De tekst uit het eerste boek Samuël legt een belangrijke link met het centrale thema van deze veertigdagentijd: het doopsel. Na de doop met water volgt immers niet dadelijk het aansteken van de doopkaars aan het licht van Christus. Eerst wordt de dopeling gezalfd met olie. Zoals David. Het verhaal van Davids uitverkiezing benadrukt dat menselijke criteria niet van belang zijn voor God. ‘God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart.’ Met andere woorden: het kan ons allemaal zomaar overkomen dat God een mens naar ons toezendt en zegt: ‘Hem of haar moet je zalven’.

Wat gebeurt er als je de zalving met olie ontvangt? ‘Sedert die dag was de geest van de Heer vaardig over David’, zegt de eerste lezing. Letterlijk staat er dat de geest van de Heer zich haastte om David te doordringen. Het resultaat is het prachtige lied van David dat we als antwoord zingen: Psalm 23. Degene die eerst nog zelf de schapen aan het hoeden was, herkent God als zijn herder. ‘Met olie zalft Gij mijn hoofd,’ zingt David, ‘mijn beker is overvol.’ Wie Gods zalving ontvangt, wordt een messias – dat is het Hebreeuwse woord voor gezalfde – en een christus – zo zeg je het in het Grieks. Een drager van Gods licht, met andere woorden. Hij mag het levenslicht bezitten.

Over enkele weken zullen we het vuur zegenen en een nieuwe Paaskaars zal aan dit vuur ontstoken worden. De vlam van de verrezene zal onze donkere kerk verlichten en we zullen er zingend dankbaar om zijn. De vreugde om dit magistrale geschenk mag zich op dat moment vermengen met de dringende vraag aan ieder van ons: Mag dit ook jouw levenslicht worden? Mag de Heer jou zalven en op weg zetten? Ben jij bereid om wakker te worden om uit de dood op te staan? Mag Jezus jou de ogen openen?

kathedraal Antwerpen  -  Groenplaats 21  -  2000 Antwerpen

www. dekathedraal.be           info@dekathedraal.be